Weg met de perfectie!

Een andere draai geven aan de werke- lijkheid, dat is wat ontwerpster Miriam van der Lubbe be- oogt met haar Bar- bie van chocola en haar pistoolvormi- ge handtas. Deel 5 in een serie over jonge ontwerpers.

Hoogbouw voor zanglijsters, een snoepketting voor volwassenen gemaakt van pijnstillers, een wijnfles met een lippiercing. De ontwerpen van Miriam van der Lubbe (29) zijn ongewoon en tegendraads, maar worden geïnspireerd door de kleine zaken van elke dag. Zelf noemt Van der Lubbe als inspiratiebronnen de talkshow van Oprah Winfrey, het reclamekrantje van de Wibra of koopzuchtige slenteraars in de winkelstraat.

,,Ik kijk hoe mensen zitten en praten, waar ze mee bezig zijn. Dat sla ik op en die informatie gaat dan borrelen. Als het er dan uitkomt, dan is dat vaak met een knipoog. Dat heb ik nodig, dat is mijn manier van een kanttekening zetten. De meeste mensen zitten volgens mij ook niet te wachten op een loodzwaar verhaal, ze horen al genoeg geneuzel. Maar dat neemt niet weg dat ik wel hoop dat ze de tweede laag in mijn werk zien. Het is niet alleen maar een leuk grapje, het gaat echt ergens over. Die ironie is een middel, geen doel op zich. Mijn bedoelingen zijn dan ook bloedserieus.''

Want die tweede laag, die onder het laagje humoristische hoogglans zit, is vaak onverbloemd maatschappijkritisch. Zo protesteerde Van der Lubbe met haar pistoolvormige damestas Me and My Berretta tegen geweld jegens vrouwen en de onveiligheid op straat. De handtas, gewild doelwit van straatrovers, is getransformeerd tot wapen. Eenzelfde omkering van waarden is ook aanwezig in Van der Lubbe's Barbie van chocola, een calorieënbom in de vorm van een perfect figuurtje. ,,Iedereen heeft wel wat te zeuren over zijn lichaam en dat heeft vooral te maken met het zich willen confirmeren aan ideaalbeelden. Daarom maakte ik ook een serie spiegels voor Hidden met daarop de tekst `Absolutely perfect'. Het ontkracht die obsessies.''

Het is vooral de obsessie met perfectie die het onder Van der Lubbes handen moet ontgelden. Zoals de strikte regels van porseleinfabrikant Mosa omtrent het maagdelijk witte oppervlak van hun kop en schotels. ,,Een minuscuul smetje en het is B-keuze-servies. Het is te perfect. Zo perfect dat het kunstmatig wordt. Ik vond dat ik daar iets mee moest doen en ontwierp toen een vlekkenservies. Maar het zijn dan wel vlekken van goud.''

Een `draai geven aan de werkelijkheid', zo vat Van der Lubbe haar werkwijze samen. ,,Ik reageer op wat ik zie in zo'n keramiekfabriek. De productie van Mosa draait bijna helemaal om dat hotelservies, het is hun meest succesvolle ontwerp. Het gevolg is dat het bedrijf helemaal in zichzelf gekeerd is. Ik probeer daar dan van buitenaf commentaar op te leveren. Ik wil niet iets nieuws maken, ik kijk liever naar wat er al is en probeer daar wat mee te doen. Hetzelfde geldt voor de Decobulbs die ik bedacht voor Stölzle-Oberglas. Daarvoor heb ik de stallampen en de bloemetjesdecoraties uit hun bestaande collectie gecombineerd tot iets nieuws. Het is een vorm van recycling die de fabrikant dwingt opnieuw te kijken naar wat hij eigenlijk in huis heeft.''

In haar nieuwste ontwerp voor het Japanse bedrijf Trico International stelt Van der Lubbe de tijdelijkheid van mode aan de kaak. Voor het project `Design against trend' ontwierp ze een T-shirt met een zakje waar een textielkrijtje in zit om elke dag zelf een ander dessin te tekenen. Op een ondergoedlijn printte ze de delftsblauwe afbeeldingen die al eeuwenlang op onverminderde populariteit kunnen rekenen. ,,De tijdelijkheid van mode zit 'm in het dessin'', stelt Van der Lubbe. ,,Dat heb ik proberen te ondervangen door het dessin vernieuwbaar te maken of terug te grijpen op een oud ontwerp dat zijn houdbaarheid bewezen heeft. Deze ontwerpen gaan tien jaar lang in ongewijzigde vorm geproduceerd worden. Het is afwachten of ze inderdaad tijdloos zijn.''

VIJF VRAGEN

Ooit nog eens ontwerpen?

,,Ik heb geen specifieke wensen. Als ik echt iets wil ontwerpen, dan doe ik dat gewoon.''

Meest overschatte ontwerp?

,,De sapcentrifuge; dat ding slaat nergens op. Geldt trouwens ook voor de dunschiller.''

Mooiste materiaal?

,,Goud. Want het heeft een hoge waarde, die iedereen erkent.''

Toppunt van lelijkheid?

,,Ook goud. Dat blinken is zo kitsch als maar zijn kan.''

Designklassieker van morgen?

,,De Nederlandse gulden. Ik denk er nu al met weemoed aan.''