Vreemde hobby

Op de President Kennedylaan werd ik tot stoppen gemaand door een politieagent. Ik zag op mijn dashboard dat ik niet te hard reed. Ik draaide mijn portierraampje open en vroeg met mijn onschuldigste glimlach wat er aan de hand was.

,,Uw voorste kentekenplaat ontbreekt, mevrouw'', meldde de diender al net zo vriendelijk. Ik kon oprecht geschrokken `Wááát?' roepen.

Bij inspectie bleek weliswaar de kentekenplaat te ontbreken, maar in plaats daarvan had iemand een slordig briefje op een kleefetiket achtergelaten. In berispelijk Nederlands stond er dat mijn `nummerplaat' loszat en dat ik hem kon komen ophalen. Het adres was afgekort weergegeven. Het bleek een straatje vlak bij mijn huis in de Amsterdamse Rivierenbuurt te zijn. Het briefje meldde voorts dat de bel niet werkte, en dat ik op het raam moest kloppen.

Op het aangegeven adres bleek de bel het inderdaad niet te doen. Na een paar keer kloppen op het raam werd de deur geopend door een sjofele, wat schuw kijkende man, die nauwelijks Nederlands sprak. Ik moest mijn verhaal een aantal keren herhalen voordat zijn gezicht opklaarde: ,,Ah! Noemerboord.'' Hij verdween en kwam terug met een kentekenplaat, maar niet die van mij. Ik schudde mijn hoofd en zei dat het de verkeerde was. Toen wist hij het ook niet meer.

,,Vriend niet thuis'', legde hij uit. Ik liet een briefje met mijn kenteken en telefoonnummer achter in de hoop dat de vriend mij zou bellen. Nog geen uur later werd ik gebeld door de vriend die een vriendin bleek te zijn. Zij reageerde vriendelijk en beschaafd op mijn verhaal, maar helaas, zij had mijn kentekenplaat niet. Die andere had ze gevonden en meegenomen om thuis op te hangen, dat vond ze wel artistiek. Maar hoe zat het dan met dat briefje op mijn auto, wilde ik weten.

Nee, dat had zij niet geschreven. Maar ze wist wie het wel had gedaan. Iemand die haar steeds lastig viel en pestte. Dat leek mij heel vervelend en ik zei dat ze aangifte kon doen van stalken, sedert een jaar ook in Nederland strafbaar.

Om een nieuwe kentekenplaat te kunnen krijgen moest ik aangifte doen. De vrouwelijke brigadier die mij te woord stond, vond het maar een vreemd verhaal. Er was geen aangifte gedaan van stalken, maar ze zou eens langsgaan bij de vrouw.

Wie had mijn kentekenplaat dan wel meegenomen en wat was er mee gebeurd? Het bleef een raadsel.

Totdat ik in verband met iets anders toevallig dezelfde brigadier sprak. Nieuwsgierig vroeg ik of zij nog contact had gehad met de vrouw van de kentekenplaat. ,,Ja, ik ben daar geweest. We hebben haar aangehouden. Het ligt daar vol met kentekenplaten die ze meeneemt van de straat.''

Ondanks het gedoe om een nieuwe kentekenplaat te krijgen kon ik een licht schuldgevoel niet onderdrukken. Die vrouw had alleen maar een vreemde hobby.