Vloeken in de Franse kerk

Trots op hun taal en cultuur zijn de Corsicanen altijd geweest. Inmiddels willen ze een verregaande autonomie ten opzichte van Frankrijk, desnoods met geweld. `De Fransen zijn de ware terroristen.'

Of de Amerikaanse president George W. Bush bij zijn strijd voor `Oneindige Gerechtigheid' tegen het terrorisme meteen aan Corsica heeft gedacht, valt te betwijfelen. Toch zijn ook Corsicaanse nationalisten geduchte plegers van aanslagen. Drie jaar geleden troffen hun kogels de prefect Claude Erignac en nog geen drie maanden geleden moest het voormalig nationalistische kopstuk François Santoni het ontgelden.

Het moderne nationalisme op Corsica ontstond midden jaren zeventig. Daarvoor bestonden er onschuldige bewegingen die aandacht eisten voor de Corsicaanse taal en cultuur, te vergelijken met Nederlandse Friezen die dat voor hun taal eisen. Politieke vereniging en geweld waren toen nog niet aan de orde. De opleving is vooral het gevolg van de ontevredenheid over het Franse beleid.

Volgens de nationalisten heeft Frankrijk zich nooit echt bekommerd om het lot van de Corsicaanse landgenoten. In de Tweede Wereldoorlog werd een van de twee spoorlijnen op het eiland verwoest. Een autoroute zou deze verbinding vervangen: die is er nog steeds niet. De `train à grande vibration', de `wiebeltrein' die nog wel rijdt tussen de twee belangrijkste steden Bastia en Ajaccio (afstand 150 kilometer), doet even lang over zijn traject als de train à grande vitesse over de 800 kilometer tussen Parijs en Marseille, en daarvoor draagt niet alleen het Corsicaanse hooggebergte schuld.

Enkele nationalisten vinden dat alleen het gebruik van geweld kan bewerkstelligen dat Parijs naar de Corsicanen luistert. Zij hebben in 1976 het Nationaal Bevrijdingsfront van Corsica (FLNC) opgericht. Vanaf dat jaar hebben zij Corsica en Frankrijk opgeschrikt met honderden aanslagen, vaak met dodelijke afloop.

Onder de verenigde militanten bevonden zich vertegenwoordigers van veel verschillende ideologieën, variërend van communisten tot extreem-rechtse xenofoben. Deze verdeeldheid en persoonlijke vetes hebben tot talloze afsplitsingen geleid en soms weer tot herenigingen van politieke en gewapende bewegingen. Ook een nationalistische `broedermoord', zoals die op Santoni drie maanden geleden, vindt waarschijnlijk zijn verklaring in de rivaliteit met een andere groepering.

Didier Ramelet (31) is militant van een van die splinterpartijtjes, Manca Naziunale (nationaal links). ,,We hebben zo'n vijftig aanhangers. Dat lijkt weinig, maar het is een behoorlijk aantal als je bedenkt dat er op Corsica meer dan twintig politieke bewegingen zijn en maar 250.000 inwoners', vertelt hij. Bovendien en ter vergelijking: het aantal militanten van de Baskische afscheidingsbeweging ETA wordt op driehonderd geschat.

Ramelet woont in Corte, de universiteitsstad van het eiland. Hier, midden in de bergen, is het het gemakkelijkst het Corsicaanse nationalisme te begrijpen: hier spreken de mensen nog Corsicaans met elkaar. Overal rondom het stadje liggen de befaamde maquis, de dichtbegroeide kreupelhoutbossen, waar vroeger de bandieten die een wraakmoord (vendetta) hadden gepleegd zich jarenlang konden verschuilen voor de Franse politie en waar de huidige bandieten, de plegers van aanslagen, zich ook schijnen te verschuilen. Veel meer dan de toeristische kust verschilt het binnenland van Corsica met de rest van Frankrijk.

Om de Corsicanen tegemoet te komen heeft de regering-Jospin een plan voor meer autonomie voorgesteld, het zogenoemde `proces van Matignon'. Vloeken in de kerk van het centralistisch ingestelde Frankrijk, vinden sommige Fransen. Anderen denken dat een gedeeltelijk eigen wetgeving een einde kan maken aan de Corsicaanse malaise.

Op het eiland zelf heerst eenzelfde verdeeldheid. De meeste nationalisten zijn tegen `Matignon'. Ze vinden dat het voorstel niet ver genoeg gaat. Ook Ramelet is tegen. ,,Het proces van Matignon is nooit onderwerp geweest van een volksraadpleging of een openbaar debat. Ik ben voorstander van de overdracht van een deel van de wetgevende macht aan ons parlement, maar niet van een afgeraffeld verdrag, dat vóór de presidentsverkiezingen af moet zijn.' Hij denkt dat premier en presidentskandidaat Jospin snel het slepende Corsica-probleem wil oplossen, zodat dit moeilijke issue geen onderwerp van de verkiezingscampagne van volgend jaar wordt.

Een belangrijk punt in de onderhandelingen over het autonomieplan zijn de terroristen die in Parijs gevangen zitten. Veel nationalisten pleiten voor amnestie voor wat zij `politieke gevangenen' noemen. Ramelet, die naar eigen zeggen zelf onterecht in een Parijse cel zat, is niet zonder meer voor vrijlating, maar vindt wel dat alle gevangenen hun straf op Corsica moeten uitzitten. Ramelet heeft het echter liever niet over terroristen. ,,Zijn de Fransen die ons eiland al twee eeuwen ongevraagd aan hun gezag onderwerpen dan geen terroristen?'