Strijd tussen Matignon en Élysée

In Frankrijk regeert een linkse premier samen met een rechtse president. Deze zogeheten cohabitation is dodelijk voor de republiek, vindt 's lands hoogste ambtenaar.

Terwijl Frankrijk zich op bijna pijnlijke wijze afzijdig houdt van het grote internationale conflict, geeft de politiek zich met verve over aan een eigen, binnenlandse oorlog. Het een kan zelfs verband houden met het ander. De rivaliteit tussen de president en de premier van de republiek heeft een nieuw hoogtepunt bereikt en daardoor kan de daadkracht op het gebied van de buitenlandse politiek heel wel gefrustreerd zijn geraakt.

De nieuwe steen des aanstoots op de lijdensweg van de cohabitation – het door de kiezer afgedwongen huwelijk tussen een rechtse president en een linkse premier – draagt de naam Olivier Schrameck. Hij is de directeur van het kabinet van premier Lionel Jospin en beheerst, tot deze week nog vrijwel onbekend, sinds enkele dagen de krantenkoppen. Nog voor de verschijning, gisteren, van zijn boek Matignon, Rive Gauche, 1997-2001 barstte de herrie erover al los. Want tegenover het Matignon-paleis, zetel van de premier, op de linkeroever van de Seine, staat het Élysée, bolwerk van de president, op de rechteroever. De symboliek is niet van de lucht.

In zijn boek – naar verluidt in twaalf dagen geschreven – hekelt Schrameck de cohabitation, die hij een ,,gevaar voor de Republiek'' noemt. ,,Niets is fnuikender voor een land dan een verdeelde uitvoerende macht die zich tegen zichzelf keert''. Die kritiek is niet nieuw en ligt zelfs voor de hand, maar Schrameck richt zijn pijlen vervolgens vooral op één partner in het gedwongen huwelijk: president Jacques Chirac.

Die heeft gebruik gemaakt van tijdens ministerraden opgestoken informatie om de premier de loef af te steken in de BSE-crisis in november vorig jaar, hij blokkeert hervormingen van bij voorbeeld het justitiële apparaat, hij misbruikt zijn traditionele toespraak op de nationale feestdag 14 juli om de regering in de rug aan te vallen en, trouwens, toen Lionel Jospin vorig jaar op de Westelijke Jordaanoever gestenigd werd omdat hij de Hezbollah-beweging voor terroristisch had uitgemaakt, was ,,de officiële solidariteit (–) minimaal''. Onlangs op bezoek in Montpellier had Chirac ook hardop betreurd dat de euro tegelijkertijd werd ingevoerd met de verplichte 35-urige werkweek – troetelkind van links – in het midden- en kleinbedrijf.

Het boek was nog niet uit toen la rive droite, zonder overigens namen te noemen, er in een ijzig communiqué aan herinnerde dat ,,de Staat dienen een eer is die rechten en plichten met zich meebrengt'' en dat ,,iedere ambtenaar van de Republiek zich dient te plooien naar de grote, noodzakelijke principes van respect voor het gezag van de Staat''. Met andere woorden: Schrameck dient zijn mond te houden en kritiek op de president is gepast noch gewenst.

Nadat ook de rechtse oppositie in de Assemblée in eerste instantie moord en brand had geroepen en het aftreden van Schrameck had geëist – door Jospin afgedaan met een verwijzing naar de voor iedereen geldende vrijheid van meningsuiting – lijkt de strategie nu gericht op wapenstilte. In het vragenuurtje, gisteren, begon niemand meer over Schrameck, die zich intussen ook kalmpjes verdedigd had door te wijzen op zijn status als ,,politiek adviseur''.

Links voorzag de kwestie nog wel van een staartje. Tot ,,stomme verbazing'' van het Élisée boycotten de linkse voorzitters van de Algemene Raden vandaag een vergadering van de de Vereniging van Departementen, waar ook Jacques Chirac zijn opwachting maakte. Uit vrees dat de president, ten koste van de andere aanwezigen, wéér de show zou stelen.