Scheefgroei moet worden gecorrigeerd

Een groep schrijvers wil heronderhandelen over de contracten die ze met hun uitgevers hebben.

Herman Stevens beschouwt hen als geldwolven die zich verrijken over de ruggen van collega's.

Maar voor Nelleke Noordervliet is dit een mystificatie en willen deze schrijvers een evenwichtiger relatie tussen uitgever en auteur.

Er begint een wat rellerige sfeer te ontstaan rond een initiatief dat zoiets niet verdient. De afgelopen maanden heeft een aantal auteurs naar aanleiding van een paar bizarre incidenten hun zakelijke afspraken eens met elkaar vergeleken. Het was een bijzondere ervaring. De meeste auteurs waren over het algemeen door hun uitgevers keurig behandeld. Sommigen bleken echter regelrecht in de boot te zijn genomen. Zo ontstond de zogenoemde `groep Mak': niet uit gretigheid, maar om zakelijke scheefgroei en ongelijkheid recht te zetten.

Auteurs én uitgevers zijn het erover eens dat een aantal zaken moet veranderen. Daar gaan we aan het eind van de maand met elkaar over praten. In dat kader hebben de auteurs een uitvoerig, onderling samenhangend pakket voorstellen gedaan. Een voorstel is precies wat het is: een voorstel. Het is geen mes op tafel. Behalve degenen die namens de groep-Mak en de VVL met de uitgevers onderhandelen en de uitgeversdelegatie zelf, heeft nog niemand dit pakket onder ogen gehad. Zo hoort dat ook. Je kunt geen onderhandelingen voeren via de krant. Er wordt dus in allerlei opiniërende bijdragen meer gespeculeerd dan geargumenteerd.

De groep-Mak is een los verband van een aantal schrijvers. Dat zijn lang niet allemaal bestsellerauteurs. Ook dat is weer zo'n hardnekkig en moedwillig misverstand. Het zijn wel auteurs die regelmatig publiceren en met de problemen en de inconsistenties van het oude modelcontract werden geconfronteerd. Dat modelcontract dient als basis voor onderhandelingen bij elk boek dat wordt aangeboden. Veel onderdelen ervan zijn door de tijd achterhaald en toe aan vernieuwing. Voor royaltypercentages bestaat alleen een richtlijn.

De groep-Mak kwam op het idee om in samenwerking met de Vereniging van Letterkundigen dat oude contract tegen het licht te houden en voorstellen te doen die een evenwichtiger en opener verhouding tussen uitgevers en auteurs bewerkstelligen. Gek genoeg: geld is daarbij niet de essentie. Als het daarom zou gaan, dan hadden die paar bestsellerauteurs onder de leden van de groep-Mak beter hun mond kunnen houden en bij aangename dineetjes hoge royalties kunnen bedingen en krijgen. Dat gebeurt trouwens in de praktijk al vaak, zonder dat het de interne subsidiëring noemenswaardig schaadt.

Daar gaat het dus niet om. De essentie is: een betere uitwisseling van informatie en een duidelijker omschrijving van verantwoordelijkheden, taken en plannen. Wat mag een schrijver van een uitgever verwachten en wat mag een uitgever van een schrijver verwachten. Dat is voor alle auteurs van belang.

Schrijvers proberen mooie boeken te schrijven en uitgevers proberen mooie boeken te verkopen. Sommige boeken lopen goed. Andere boeken lopen niet zo goed. Iedereen is het erover eens dat ook niet zo goed lopende mooie boeken moeten worden uitgegeven. Uitgevers moeten dat risico kunnen blijven nemen. Hoe ze dat doen heeft alles te maken met hun bedrijfsvoering. Met de inkomsten. Maar ook met de kosten. Loonkosten, kapitaalslasten, productiekosten, de gewenste winstmarges. Vele elementen bepalen de prijs van een boek en de winstmarge van de uitgever. Ze opereren op een ingewikkeld terrein met een product dat niet alleen een economische waarde vertegenwoordigt. Dat geldt echter ook voor de auteur. Het schrijven van een boek is een riskante onderneming, waarin een schrijver meer investeert dan tijd=geld alleen. De markt voor literaire boeken is klein en de concurrentie is groot. Zelfs een goed verkopende schrijver haalt door de jaren heen gerekend zelden een hoger inkomen uit zijn boeken dan een doorsnee leraar Nederlands. Om het grote geld doet niemand het.

Uitgevers praten niet graag met schrijvers over hun uitgeefbeleid en over hun verhouding tot de boekhandelsketens, de boekenclubs en de drukkers. Dat is tot op zekere hoogte begrijpelijk, maar de mist die wordt opgetrokken rond de economische factoren is nu wel erg dicht. Dat verklaart de eenvoud waarmee de interne subsidiëring wordt aangewezen als de kurk waarop de uitgever drijft. Het is makkelijk en spreekt de mensen aan. Maar het is misleidend. Het maakt auteurs verantwoordelijk voor een bedrijf waar ze alleen maar de toeleverancier van zijn. Daarmee hevelen uitgevers hun risico exclusief over op hun auteurs. Het is vreemd dat een 'subsidieverstrekker'/auteur carte blanche zou moeten geven aan de uitvoerder/uitgever en tegelijk aansprakelijk wordt gehouden als de uitvoerder zijn werk niet goed doet en in de problemen komt.

Waarom wordt nooit de vraag van solidariteit met de minder verkopende auteur gesteld aan al die anderen in het boekenvak, de snelle verkopers, interim-managers en leden van de raden van bestuur? Waarom wordt die vraag alleen aan de auteurs gesteld? Het wordt tijd dat de mist optrekt. Het vertrouwen tussen schrijvers en uitgevers is een belangrijke pijler van het literaire bedrijf. Die zal niet verdwijnen als het aan ons ligt. Openheid is juist de basis voor vertrouwen.

Nelleke Noordervliet is schrijver.