Popbeurs A2A biedt te veel van alles

A2A is het festival van de grote getallen. Hoewel niet alle Amerikanen na de aanslagen van 11 september opdagen en ook de belangstelling vanuit de muziekindustrie soms tegenvalt, spelen in vier dagen zo'n 300 bands, geselecteerd uit 1100 aanmeldingen, op negentien Amsterdamse podia. Op die manier lopen er ongeveer 1500 muzikanten rond op A2A, dat naast een festival ook een soort popmuziekbeurs annex conferentie is. Er zijn zo'n 1100 `registranten', onder wie een behoorlijk aantal niet-betalende gasten die overdag druk netwerken en seminars volgen over thema's als Starmaker, de Euro, succesvolle vrouwen in de muziekbizz en globalisering en identiteit.

A2A (`Access to Amsterdam') is opgezet naar het voorbeeld van soortgelijke beurzen in het buitenland, zoals South By Southwest in Austin, de Keulse Popkomm en het vroegere New-Yorkse New Music Seminar. Nederland kent al jaren het Nederlands Popmuziek Seminar met daaraan gekoppeld de festivals Noorderslag en Eurosonic, allemaal in Groningen. Conamus, een van de participanten hierin, kijkt met argusogen naar het initiatief in Amsterdam, dat immers in dezelfde vijver van deelnemers en geldschieters vist.

Het budget van 1,5 miljoen gulden, bij elkaar gebracht door concertorganisator Mojo, het Nederlands Popmuziek Instituut en enige overheidssubsidie, gaat in ieder geval niet op aan de bands. Die krijgen alleen eten en drinken, verder draaien ze zelf op voor hotelkosten en dergelijke, terwijl er van gage al helemaal geen sprake is. Dat is overigens gebruikelijk op dit soort `showcase'-festivals waar het gaat om een presentatie aan de muziekindustrie.

Het gewone publiek, dat wel degelijk verwacht wordt, liet het gisteravond in deze weinig overzichtelijke overdaad nogal afweten. Vooral in de zalen die niet direct in de buurt van het Leidseplein lagen (Paradiso doet overigens niet mee) gold de wet van de grote getallen niet, daar was het aantal bezoekers soms op de vingers van een hand te tellen.

Alleen al daarom is het de vraag wat ook in het buitenland relatief succesvolle Nederlandse acts als Arling & Cameron en The Nits ertoe drijft om hier te gaan staan. Met enige publiciteit kan The Nits in elke willekeurige zaal van Nederland minstens tien keer zoveel volk op de been brengen als de paar tientallen die in de vroege avond de Melkweg Max bevolkten.

Het Nederlandse aanbod bleek superieur aan het gros van de buitenlandse artiesten, onder wie bovengemiddeld veel gitaarbands en, vooral vanuit de Verenigde Staten, een klein leger singer-songwriters. Relatieve buitengebieden als Estland en Italië vaardigden bands af met namen als Fleurs Du Mal en Dharma Bums, groepsnamen die aanzienlijk interessanter bleken dan de bijbehorende, erg amateuristische muziek.

Alleen al op de drie podia van de Melkweg stonden een kleine twintig bands en artiesten, een festival op zich dus. Daaronder The Radiators, een gênante Amerikaanse bierbuikenbluesrockband zoals je in Nederland ook bij bosjes vindt en een `loud music showcase' met vooral Nederlandse harde bands maar ook het iets poëtischer en lang niet onaardige Deens-Amerikaanse Glorybox.

Het leukste bleek de veredelde nachtclub-act van de hoogblonde en in doorzichtig rood gestoken Deense zangeres S.M. Mongstad, wier broeierige, kitscherige en met goedkoop klinkende orgels vormgegeven muziek klinkt als de soundtrack van een bepaald type soft-pornofilms. Al met al een magere score voor de eerste avond van A2A, een festival dat de komende jaren nog heel wat te bewijzen heeft.

Festival: A2A. Gehoord: 17/10, diverse zalen, Amsterdam. Nog tot en met zaterdag, met o.a. Buscemi (vanavond), Roots Manuva (morgen) en This Beautiful Mess (zaterdag).