Meer dan louter lullepot verkopen

Debatteren wordt in Nederland niet als serieuze `denksport' beschouwd. Een debater in verweer tegen de miskenning van zijn passie geheel volgens de regels van het debat.

Studenten in driedelig pak en met zakhorloge die elkaar zo eloquent mogelijk proberen onderuit te schoffelen, vaak door de tegenstander belachelijk te maken. Dat is wat buitenstaanders associëren met debatingclubs en toernooien debatteren. Het is de steevaste stigmatisering die wedstrijddebatteren helaas nog te vaak krijgt in Nederland. Het opmerkelijke is dat debatteren in Angelsaksische landen maar in toenemende mate ook in Oost-Europese en Aziatische landen als een cruciaal onderdeel wordt gezien van de democratie en de algemene ontwikkeling.

Dit artikel zal trachten te analyseren waarom in Nederland nog zoveel misvattingen zijn over debatteren en waarom deze `sport' niet de waardering ontvangt die ze verdient. Vervolgens zal onderbouwd worden, zoals dat hoort in een debat, waarom debatteren deze steun wel verdient.

Het stigma een corporale sport te zijn, waarbij men strak in het pak `goeie lullepot verkoopt', is wel te verklaren. De oorsprong van het studentendebat in Nederland ligt bij de studentengezelligheidsverenigingen. Daar wordt met een biertje en een sigaar op het podium of op een bierton de `zin van bloemkool' verdedigd. De ludieke waarde hiervan staat buiten kijf, maar het heeft bar weinig te maken met serieus wedstrijddebatteren.

De tweede misvatting over het wedstrijddebat is dat deelnemers elkaar overtuigen met holle retoriek en allerlei vuile trucjes. Deze opvatting is zeer hardnekkig en ligt diep begraven in de Nederlandse cultuur. Er is in Nederland een algehele angst voor retorica. Door deze angst is, in tegenstelling tot Angelsaksische landen, het debat in Nederland uitgekleed tot een saaie exercitie van het uitwisselen van standpunten.

Dit is ook te zien in onze rechtzalen: het pleiten is gedegenereerd tot het zo saai mogelijk uiteenzetten van de casus als zou de waarheid zo het best gediend zijn. Als een betoog te goed klinkt, dan moet er wel wat aan schorten, zo is de mening.

Een tweede bewijs van de Nederlandse angst voor retoriek zien we in de politiek. Het verschil met het politieke debat in Groot-Brittannië is levensgroot. Niet voor niets vinden veel Nederlanders de politiek saai, oninteressant en vaak onduidelijk.

Door deze `doe-maar-gewoon-houding' wordt voorbijgegaan aan het nut van de retorica. Het is de kunst van het kritisch uiteenzetten en analyseren van standpunten, zodat men vervolgens goed onderbouwd argumenten kan geven. Als de theorieën van de retorica juist worden toegepast, dan zullen zij leiden tot heldere debatten die heel toegankelijk zijn. Retorica voorkomt wollig en technisch taalgebruik, is gericht op overtuiging op die punten die werkelijk relevant zijn. Op die manier zullen mensen juist beter in staat zijn te oordelen, dan als men de retorica weglaat en het laat bij de uitwisseling van de verschillende standpunten.

Wat is dan wél wedstrijddebatteren? In een debat worden belangrijke, vaak politieke issues aan de kaak gesteld in een half uur tot een uur. Twee teams, elk van twee personen, verdedigen ten overstaan van een vakjury de propositie- of de oppositiekant van het onderwerp. De uitdaging is in de korte tijd die is gegund het publiek zowel te informeren als te overtuigen van een kant van het verhaal. Om dan enige diepgang te creëren moet er een zeer sterke analyse op het probleem worden losgelaten om zeer snel tot de kern te komen én tot een mogelijke oplossing. Het is op dit vlak dat een goede debater zich onderscheidt van een slechte.

Vervolgens wordt op een gestructureerde manier de oplossing beargumenteerd. Hier wint een debater op het gebruik van voorbeelden, feiten en redeneringen en door aan te tonen waarom een bepaald plan haalbaar en wenselijk is.

Juist door al deze stappen in het wedstrijddebat is het zo'n interessante en leerzame sport, zeker voor jongeren die zich graag met politieke onderwerpen bezighouden.

Daarbij wordt een debater al snel geleerd nee, zelfs gedwongen een probleem van verschillende kanten te bekijken. Je weet namelijk voor een wedstrijd nooit aan welke kant van het debat je door de organisatie wordt ingedeeld.

Andere standpunten bekijken bevordert de democratische werking van een land.Het is dan ook niet voor niets dat in landen als Slovenië, waar het laatste EK is gehouden, de organisatie daarvan steun krijgt van vooraanstaande politici, tot aan de president toe. Juist in die landen wordt aangemoedigd dat jongeren leren het debat met elkaar aan te gaan.

In Nederland zou debatteren eenzelfde waardering moeten krijgen. Voorlopig zullen buitenstaanders nog wel blijven roepen dat het `ongeleid gebral in pak' is. Het beste bewijs voor het tegendeel zijn misschien wel de resultaten van Nederlandse studenten op internationale toernooien. Twee studenten die voor de Erasmus Debating Society en Bonaparte uitkwamen zijn op dit moment Europees Kampioen in de English as a Second Language-league. Nederlandse debaters worden dus internationaal wél voor vol aangezien.