Kans op besmetting met miltvuur klein

Van een paar miltvuurbacteriën wordt niet iedereen ziek. Bij een eerdere uitbraak in 1996 in Rusland werd slechts twee procent van de besmette mensen daadwerkelijk ziek.

Veertig mensen zijn in de Verenigde Staten inmiddels besmet met miltvuur. Een belangrijke vraag is of de bacteriesporen die in hun neuzen zijn gevonden hen ook ziek zouden hebben gemaakt als ze niet waren ontdekt. De besmetten slikten bijna allemaal al uit voorzorg antibiotica, wat hen beschermt. Maar ook zonder antibiotica wordt niet iedereen ziek van een paar miltvuurbacteriën in de neus.

De dosis is doorslaggevend. En de bacteriën moeten diep in de longen terecht komen. Een mens moet 8.000 tot 10.000 miltvuurbacteriën inademen om een kans van 50 procent te hebben er aan te overlijden. Zo'n hoeveelheid kan weliswaar in een onzichtbaar stofwolkje zitten, maar zolang er geen professionele aërosol wordt geproduceerd en de bacteriesporen gewoon als stof uit een brief dwarrelen, lopen maar weinig mensen gevaar ziek te worden.

Deze kansberekening heeft ook een zwarte zijde. Er zijn weliswaar 8.000 tot 10.000 miltvuursporen nodig voor een kans van 50 procent op de dood (LD), maar bij net 10 sporen is er wellicht al een kans van 2 procent om te sterven. De minimumdosis en de dosis voor een vijftigprocentsterfte is uitgezocht bij een groot experiment met 1.236 apen die verschillende doses antraxsporen moesten inademen. Het experiment is in 1966 in de wetenschappelijke literatuur beschreven. Het eerste dier stierf al van krap 10 bacteriesporen.

De kans op de dood bij mensen is afgeleid uit een uitbraak van miltvuur in de Russische stad Sverdlovsk (tegenwoordig Jekaterinenburg), 1.400 kilometer ten oosten van Moskou, in Rusland. Daar ontsnapte op 2 april 1979 een wolk met maximaal één gram miltvuurbacteriesporen, waarschijnlijk doordat een luchtfilter op een ongelukkig moment werd verwijderd.

In een strook van vier kilometer lang en maximaal één kilometer breed werden 77 mensen ziek, van wie er 66 stierven.

Die epidemie is de grootste, goed beschreven uitbraak van miltvuur bij mensen. Ongeveer 7.000 mensen, jong en oud, zijn op die 2e april aan de wolk blootgesteld, wat laat zien dat de kans om ziek te worden niet zo groot is.

De miltvuurwolk trok zuidoostwaarts over militair terrein, over een woonwijk van Sverdlovsk en over een keramiekfabriek. In die fabriek, bijna drie kilometer benedenwinds van het laboratorium waar de antraxwolk ontsnapte, werden tien van de 450 werknemers ziek. Berekeningen aan de verspreiding van de bacterie laten zien dat die tien mensen (twee procent van alle aanwezigen daar) ziek werden van ieder slechts negen ingeademde sporen.

Deze miltvuurramp is pas na de val van de Muur en het uit elkaar vallen van de Sovjet-Unie goed beschreven. Hoewel de geheime politie KGB veel materiaal had vernietigd, waren er onderzoekers die zelf gegevens en weefselpreparaten van slachtoffers hadden bewaard. Een reconstructie van het ongeluk is uiteindelijk in 1994 gepubliceerd in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science. Daaruit blijkt ook dat niet iedereen een even grote kans had om te worden getroffen. De slachtoffers in Sverdlovsk waren allemaal ouder dan 24 jaar, terwijl kinderen wel zijn blootgesteld. En er waren ook onevenredig veel zware rokers en flinke drinkers onder de slachtoffers.