Israël gordt zich aan tot de aanval

Israël eist dat de Palestijnen de moordenaars van minister Ze'evi uitleveren. Daarmee graaft het een valkuil voor Arafat en zichzelf.

Met dezelfde argumenten waarmee de Amerikaanse president George Bush van Afghanistan Osama bin Ladens uitlevering eiste, heeft Israëls premier Ariel Sharon een dodelijke valstrik opgezet voor de Palestijnse leider Yasser Arafat door de uitlevering van de daders van de moord op minister Rehavam Ze'evi te eisen. De moord, gisteren, door terroristen van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), heeft op Israël bijna hetzelfde effect als de aanslagen van 11 september op de VS. En evenals Bush kon weten dat de Afghaanse Talibaan Bin Laden niet zouden overdragen, weet Sharon dat er geen schijn van kans is dat Arafat de daders van de aanslag op Ze'evi aan Israël zal uitleveren.

Voor Bush was die Afghaanse weigering het signaal van de grote aanval op Afghanistan. Sharon, die al eerder Arafat Israëls Bin Laden noemde, zal, zo kan uit het ultimatum aan Arafat worden afgeleid, ook in de aanval gaan. Immers als Arafat niet aan alle eisen in het ultimatum voldoet zal Sharon het Palestijnse zelfbestuur als een lichaam beschouwen dat de terreur steunt. Dan zit er niets anders voor Sharon op om overeenkomstig deze definitie te handelen. In het meest extreme geval houdt dat fysieke liquidatie in van Arafat. Diens verdrijving is ook een optie, hoewel gisteravond in een tv-debat rechtse vertegenwoordigers zonder meer stelden dat ,,Arafat moet worden vermoord''.

Het lijkt handig te zijn om een oorlog tegen Arafat in Amerikaanse terminologie te gieten om Amerikaanse kritiek de pas af te snijden. In Israël, vanwaaruit de blik op de wereld nogal nauw is, slaat die taal goed aan. Er is echter een groot verschil: Israël is Amerika niet. Wat Bush zich kan permitteren, zet Israëls toekomst op het spel. Amerikaanse troepen vechten duizenden kilometers van huis. Israël ligt in het hart van de Arabisch-islamitische wereld. Enorme militaire gevaren loeren om de hoek. Met de regelmaat van de klok waarschuwen Israëlische leiders voor het Iraanse raket- en atoomgevaar, de herbewapening van Irak en de Amerikaanse bewapening van Egypte.

Om strategische redenen begrepen de premiers Rabin en Barak dat vrede met de Palestijnen de beste keuze is voor Israëls veilig bestaan in het Midden-Oosten en dat Arafat de gekozen en aangewezen vredespartner is. Sharon heeft daar lak aan. Als het op erop aankomt gelooft hij niet in vrede met de Palestijnen/Arabieren maar vertrouwt hij uitsluitend op Israëls militaire macht. In 1982 had de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Haig buitengewoon veel begrip voor Sharons aanval in Libanon op de PLO-ministaat in Zuid-Libanon. Anno 2001 legt Sharon een zware hypotheek op het bondgenootschap met de VS indien hij aan zijn anti-Palestijnse obsessie een hogere prioriteit toekent dan aan de globale Amerikaanse belangen in de strijd tegen het terrorisme.

Voor Bush is Arafat een belangrijke pion om de coalitie met islamitische partners tegen Afghanistan bij elkaar te houden. Als Sharon denkt dat Israël in het Congres en bij de Amerikaanse publieke opinie voldoende steun geniet om deze pion van het schaakbord in het Midden-Oosten te spelen, maakt hij een grove beoordelingsfout. De Amerikaanse publieke opinie staat achter Bush en de pro-Israël-lobby is verdeeld over een keuze tussen de VS en Israël. Sharon zou er alleen daarom verstandig aan doen die lobby niet voor het blok te zetten. Sprak Bush niet van een Palestijnse staat? Hoorde Arafat dat ook niet van de Britse premier Blair en van diens Nederlandse ambtgenoot Kok? De moord op minister Ze'evi kan inderdaad als een pijnlijke aanslag op Israëls soevereiniteit worden uitgelegd zoals hier wordt gezegd. Vernietiging en/of verdrijving van het Palestijnse zelfbestuur als Arafat niet aan het Israëlische ultimatum voldoet, zal Israël internationaal en regionaal meer schaden dan baten.