Huisbelasting

In het deze week gepresenteerde ontwerpverkiezingsprogramma van de VVD wordt het voorstel gedaan de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (ozb) af te schaffen. De 5,5 miljard gulden die met deze belasting is gemoeid, zouden lokale overheden in het vervolg rechtstreeks uit het gemeentefonds moeten krijgen. ,,Deze maatregel heeft de charme van de eenvoud'', aldus het ontwerpprogramma. Dat is zonder meer waar. En dat is ook direct het probleem. Het VVD-voorstel is té eenvoudig.

De onroerendezaakbelasting is een belasting met een hoge gevoeligheidswaarde. Het is een belasting die de afgelopen jaren, als gevolg van de waardestijging van het onroerend goed, regelmatig is verhoogd. Weliswaar zijn die verhogingen soms via compensaties (bijvoorbeeld een verlaging van het huurwaardeforfait) weer geneutraliseerd, maar dergelijke maatregelen stellen het negatieve beeld van de `huisbelasting' nauwelijks bij. Het huis staat te boek als fiscale melkkoe.

De grotere rol die de onroerendezaakbelasting in lokale begrotingen is gaan spelen past in de trend gemeenten een grotere autonomie te geven. Diverse taken en verantwoordelijkheden zijn gedecentraliseerd. Daarbij hoort ook een financiering op hetzelfde niveau. Maar gemeentelijk takenpakket en directe gemeentelijke belastingheffing staan nog steeds in geen verhouding tot elkaar.

Het VVD-voorstel maakt die discrepantie alleen nog maar groter. De lage opkomst bij verkiezingen bewijst dat gemeentebesturen met een herkenbaarheidsprobleem zitten. Een lokaal belastingstelsel waardoor burgers kunnen oordelen of het van hen gevraagde geld ook werkelijk goed besteed wordt, is een van de beste manieren om de herkenbaarheid te vergroten. Die herkenbaarheid kan tevens leiden tot kwetsbaarheid voor lokale bestuurders. Dat is echter inherent aan de politiek.

Het nationaliseren van de belastingheffing zoals de VVD nu voorstelt, zal het afbakenen van verantwoordelijkheden tussen rijk en gemeenten nog moeilijker maken. Dat is een te hoge prijs voor eenvoud.