Haagse bakkies

Wie de ontwerp-verkiezingsprogramma's van de grootste politieke partijen bekijkt, kan geen van hen beschuldigen van roekeloze financiële planning. Allemaal tekenen ze keurig een economische groei in van 2,25 procent voor de komende kabinetsperiode, en daar baseren ze hun plannen op. Enkel GroenLinks rekent met 2,75 procent. Die partij is echter te klein om, tegenover het blok van VVD, PvdA, D66 en CDA hierover een serieuze discussie te kunnen ontketenen.

Die 2,25 procent lijkt verstandig, en is een voortzetting van de behoedzaamheid onder bijna acht jaar paars. Maar is hij ook terecht? Het behoedzame ramen was vooral handig toen er nog een begrotingstekort was, dat ingelopen moest worden. Het creëren van meevallers was daar behulpzaam bij.

Als de huidige economische vooruitzichten niet nóg slechter worden, dan ziet het er naar uit dat zowel de economie als de rijksbegroting volgend jaar in een neutrale toestand terecht komen. Het productieniveau staat daarbij gelijk aan het niveau dat de economie bereikt zou hebben als die de afgelopen jaren ,,potentieel'', dus volgens zijn mogelijkheden, zou zijn gegroeid. En het begrotingssaldo staat iets boven nul.

Zo'n neutraal klimaat betekent dat een begrotingsplan van een volgend kabinet gewoon kan uitgaan van het meest waarschijnlijke scenario voor de economische groei, in plaats van het meest behoedzame. Te laag schatten betekent in dat geval dat er waarschijnlijk wederom meevallers optreden, maar de kiezer ook ditmaal op voorhand niet helemaal wordt verteld wat daar dan mee zal gebeuren. Zoals een bedrijf dat een veel te grote reorganisatievoorziening neemt, om die in de toekomst op een haar welgevallig moment te laten vrijvallen.

Wat is het waarschijnlijke scenario voor 2003-2006? Het Centraal Planbureau rekende dit voorjaar uit dat de potentiële groei van de economie 2,75 procent bedraagt. Ook ABN Amro komt in een toelichting op een gisteren verschenen studie voor de periode 2003 tot 2006 op 2,75 procent. Tegenvallen kan de groei onder een volgend kabinet natuurlijk juist ook.

Dat vraagt om een scenario-benadering. Als het CPB straks de verkiezingsprogramma's doorrekent, zou het toepassen van een pessimistische groeivariant van 1,75 procent, een behoedzame variant van 2,25 procent en een potentiële variant van 2,75 procent veel meer duidelijk maken aan de kiezer.

Die weet dan in het pessimistische geval hoeveel van wat hem wordt beloofd, niet wordt waargemaakt. En in het gunstige scenario, weet hij welke financiële speelruimte de partijen, buiten zijn weten, voor het gemak al hadden ingepland.