Geldbeluste auteurs hollen literatuur uit

Een groep schrijvers wil heronderhandelen over de contracten die ze met hun uitgevers hebben.

Herman Stevens beschouwt hen als geldwolven die zich verrijken over de ruggen van collega's.

Maar voor Nelleke Noordervliet is dit een mystificatie en willen deze schrijvers een evenwichtiger relatie tussen uitgever en auteur.

Ook al was het literair een mager jaar, toch zal 2001 de literatuurgeschiedenis ingaan als een revolutiejaar.

Eerst onderging uitgeverij J.M. Meulenhoff een gedaantewisseling toen hoofdredacteur Tilly Hermans begin september met haar twaalf bekendste auteurs vertrok uit protest tegen de verzakelijking. En nu heeft zich rond Jorwerd-ster Geert Mak een groep auteurs geformeerd die grondige herzieningen eist van de financiële afspraken tussen auteur en uitgever.

Die herziening komt erop neer dat deze auteurs niet langer de vragende partij willen zijn. Zij schrijven tenslotte de boeken. Zonder hun werk staat het hele raderwerk stil, want in deze groep-Mak zitten veel auteurs met een bestseller op hun naam, en zonder bestsellers wordt het erg moeilijk om een uitgeverij draaiend te houden.

Eerst eisten de schrijvers dat de royalties voor goedkope pockets omhoog gaan, want die uitgaven zijn vaak een straf voor succes, gezien de lage marges die worden uitgekeerd.Maar het menu van eisen werd uitgebreid toen Mak gezelschap kreeg van de auteurs die net Meulenhoff hadden verlaten. Nu ligt het hart van het contract onder vuur, want deze auteurs willen een structurele verhoging van de royalties voor alle schrijvers, te beginnen met henzelf.

Nu krijgt een schrijver tien procent van de verkoopprijs over de eerste vijfduizend verkochte exemplaren, maar als er meer dan tienduizend stuks weggaan, kan hij rekenen op vijftien procent royalties. Wanneer een roman tienduizend stuks verkoopt, is de uitgever allang uit de kosten, en na de vijftigduizend kan hij het boek wel in gouddraad laten inbinden, want dan is het louter winst. Daarom willen de auteurs rond Mak bij zo'n succes twintig procent ontvangen, want anders steekt de uitgever dat geld toch maar in zijn zak.

Net als rond de breuk met Meulenhoff is demagogie weer niet van de lucht. De directeuren met de bretels en de dikke sigaren draven weer op, want het publiek mag in geen geval de indruk krijgen dat het de auteurs om het geld gaat. Het gaat om rechtvaardigheid.

Het klopt niet dat iedereen op de uitgeverij meer verdient dan de schrijver, stelde schrijver Marcel Möring onlangs in HP/De Tijd, al moest hij toegeven dat zijn eigen jaarinkomen ,,een paar ton'' moet worden geschat. Niemand die op een uitgeverij werkt, neemt zoveel mee naar huis. Een ander is boos dat er ,,geld voor alles is, tot aan de koffiejuffrouw toe''.

Het laat zien hoe rancune en geborneerdheid elkaar overeind houden. De laatste koffiejuffrouw is al twintig jaar met pensioen. Het kost uitgevers al moeite genoeg om goede redacteuren te vinden. Bij elke uitgeverij staan wel een paar vacatures open, en wie hoofdredacteur wil worden kan morgen terecht op vier verschillende adressen aan de grachten van Amsterdam. Alleen moet je er dan wel tegen kunnen dat even briljante leeftijdgenoten elders veel meer verdienen, terwijl die niet tot diep in de avond manuscripten hoeven te lezen.

In de literatuur gaat nu eenmaal weinig geld om, en het weinige geld dat er is, komt uit de overwinst op de bestsellers. Daarmee worden het mooie pand en het personeel bekostigd, maar ook de debuten, de gedichtenbundels en de writer's writers die een uitgeverij karakter geven. Het mag lang geleden zijn dat Willem Brakman een herdruk haalde, maar zonder het voorbeeld van Brakman was er geen Thomas Rosenboom geweest. En zonder het geld dat Rosenboom sinds Gewassen vlees binnenhaalt, kon Brakman er wel mee stoppen. Dat heet interne subsidiëring. Het is niets bijzonders. Philips houdt ook winst apart om nieuwe producten te ontwikkelen.

In dit revolutiejaar is het probleem alleen dat auteurs als Möring en Van Dis geen behoefte hebben aan nieuwe auteurs. Zij zijn toch nog lang niet uitgeschreven?

Zo gaat het altijd bij fondsen waar de auteurs de dienst uitmaken. Zie de Bezige Bij vanaf 1965, zie Geert Maks uitgeverij Atlas, die in de tien jaar van haar bestaan niet één romandebuut van betekenis had, en zie Tilly Hermans' nog steeds naamloze uitgeverij. Alle ramen dicht. Auteurs willen geen nieuw bloed erbij. Ze hebben liever het geld. En met twintig procent royalties kan straks de laatste redacteur het licht uitdoen.

Deze actie wordt ons verkocht als een protest tegen de verzakelijking. Maar het kan alleen maar tot meer zakelijkheid leiden.

Vijftien jaar geleden maakten we ons zorgen voor Amerikaanse toestanden in de literatuur, met de kleine boekhandel die verdween en de grote kille koepels waarin uitgeverijen zich samenbundelden. Nu blijkt dat het niet de zakenlieden zijn die het vak de nek omdraaien, want die hebben de continuïteit nodig. Het zijn de auteurs die de literatuur uithollen.

Herman Stevens is schrijver.