Euroleger is niet paraat in streefjaar 2003

Het is uitgesloten dat de Europese Unie erin slaagt in 2003 de beoogde snelle-reactiemacht van 60.000 man voor vredesoperaties op de been te brengen.

Dat concludeert het International Institute for Strategic Studies (IISS) in zijn vandaag verschenen `Military Balance', de jaarlijkse balans die de in Londen gevestigde gezaghebbende denktank over militaire aangelegenheden maakt.

Geld, manschappen en wapens ontbreken om in 2003 over de snelle-reactiemacht te kunnen beschikken, aldus het IISS. De bedoeling is dit Euroleger binnen zestig dagen in te kunnen zetten en deze inzet ten minste een jaar lang vol te kunnen houden. Het moet zowel geschikt zijn voor (lichtbewapende) politionele taken en hulpverlening, als voor (zwaarbewapende) vrede-afdwingende militaire operaties. Het Londense instituuut beschouwt 2012 als realistischer streefjaar.

Voor de eigen EU-vredesmacht zijn forse investeringen in defensie noodzakelijk, maar daarvan is volgens het IISS geen sprake. Integendeel, in de drie grootste Europese economieën neemt het defensiebudget dit jaar af: Frankrijk min 8,6 procent, Duitsland min 11,8 procent en in Groot-Brittannië min 6,1 procent. ,,Forse toename van de Europese defensie-uitgaven heeft niet plaats en is politiek gezien op korte termijn ook niet voorstelbaar. Dus lijkt het onwaarschijnlijk dat er in 2003 een volledig operationele troepenmacht is'', concludeert het jaarrapport.

Ook is de noodzakelijke afstemming tussen het Euroleger en het NAVO-bondgenootschap nog niet bevredigend geregeld, aldus de Londense denktank. Hij verwijst naar de medezeggenschap die NAVO-lid Turkije claimt over de snelle-reactiemacht van de Europese Unie, waarvan het (nog) geen lid is.

De EU-landen hebben in de loop van de jaren negentig overeenstemming bereikt over de vorming van een eigen leger. Daaraan lag de politieke wens ten grondslag om het gemeenschappelijk Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid gestalte te geven en onafhankelijker te maken van de VS.