De zee is makkelijke vuilnisbak

Er zijn weinig kapiteins die hun afval aan wal brengen en niet op zee lozen. De controle laat te wensen over. De Rekenkamer oefende deze week stevige kritiek op het milieugedrag van de meeste schepelingen.

Het was even afwachten of er een schip zou hebben afgemeerd. Zo druk is het hier meestal niet. Maar gelukkig ligt het vrachtschip Ida Wonsild uit Denemarken aan de steiger. Niet om afval af te geven, maar voor de inname van stikstof om de lading mee af te dekken. ,,We doen van alles aan extra service om de schepen te lokken'', zegt algemeen manager Jack Immerzeel van AVR Maritiem.

We staan op vier meter hoogte op het steigereiland van de zogenoemde havenontvangstinstallatie van AVR in de Botlek, een van de twee locaties in de Rotterdamse haven waar zeeschepen hun afval kunnen afgeven en laten verwerken. Dat betreft ladinggebonden afval zoals olieresten maar ook scheepsafval zoals huisvuil en rioolwater. Het zijn dure faciliteiten waar weinig gebruik van wordt gemaakt.

De milieuprestaties van zeeschepen zijn dramatisch laag, zo blijkt uit het deze week verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer over vervuiling door zeeschepen. De controle laat te wensen over: de Scheepvaartinspectie, onlangs opgegegaan in een nieuwe Inspectie Verkeer en Waterstaat, vat haar taak ,,te beperkt'' op. ,,Ze stelt zich vooral op als adviseur van de zeescheepvaart'', aldus de Rekenkamer. Ook worden steeds meer controles uitbesteed aan particuliere classificatiebureaus. Dat is ,,risicovol'', aldus de Rekenkamer, omdat er ,,aanwijzingen'' zijn dat deze bureaus ,,minder aandacht'' besteden aan de milieucontroles. Ook moeten controles meer gericht worden op schepen die de grootste bedreiging vormen voor het maritieme milieu. Er worden te weinig luchtsurveillances gehouden om vlekken op zee te ontdekken. Niet alle verontreinigingen worden doorgegeven aan het openbaar ministerie. Dat is ,,principieel onjuist''. En de afvalinname bij zeehavens schiet tekort. Veel havenbeheerders hebben geen voorzieningen aangewezen, ,,wat wel had gemoeten''. Ook zijn de afvalpunten niet ,,laagdrempelig'' genoeg.

Jack Immerzeel kan het alleen maar bevestigen. ,,Inderdaad, het is eigenlijk nog erger'', zegt hij. Enige feiten: 7 procent van de 30.000 schepen die de Rotterdamse haven jaarlijks aandoen, geven hun scheepsafval af bij de twee afvalpunten van AVR en concurrent Sita. Niet meer dan 1 procent van het afvalwater uit de machinekamers en een schamele 3 procent van olieresten komt bij de verwerkers terecht. ,,De enige conclusie die we kunnen trekken is dat het meeste afval wordt geloosd op zee'', zegt Immerzeel.

De cijfers verbazen de rederijen niet. Dat schepen geen afval aan wal brengen, komt doordat Nederland heeft nagelaten ,,adequate'' voorzieningen te treffen waartoe het zich in de jaren tachtig internationaal wel heeft verplicht in het MARPOL-verdrag.

Stafmedewerker Gert-Jan Huisink van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR): ,,De concurrentie is groot. In Engelse havens krijgen schepen geld toe als ze afgewerkte olie afgeven, hier moet je ervoor betalen.'' Wat zegt Immerzeel daarover? ,,Onze tarieven zijn de helft van de kostprijs. We leggen hier jaarlijks tientallen miljoenen guldens op toe.'' De normen zijn in Nederland zo streng, dat veel afvalstoffen niet in aanmerking komen voor hergebruik, zoals in Engeland. Om van landen in West-Afrika maar te zwijgen. ,,In Senegal laten ze er taxi's op rijden'', zegt Immerzeel half schertsend.

Bovendien, zeggen de rederijen, laat de service te wensen over. Huisink: ,,Het is vrijwel onmogelijk om in de korte tijd dat een schip in de haven ligt snel en goedkoop van het afval af te komen. Alleen al voor een paar vuilniszakken moet je officieel voor een paar honderd gulden een container huren en dan moet je vervolgens maar hopen dat die er op tijd is. De stuwadoor wil het niet hebben.'' En om nou tien mijl om te varen om bij AVR of Sita netjes afval af te geven, is erg veel gevraagd. ,,Tijd is geld.''

En dus loost vrijwel iedereen in internationale wateren. Huisink: ,,De zee is een concurrent. Daar kost het niks.''

Niet dat alles overboord gezet kan worden, zegt Huisink: ,,Je mag aardappelschillen gerust overboord zetten. Plastic niet. Het is ook een mentaliteitskwestie.'' Maar er wordt weinig toezicht gehouden op illegale lozingen.

,,Het is onze zaak niet, maar die controles stellen weinig voor'', zegt een woordvoerder van het Gemeentelijk Havenbdrijf van Rotterdam. Wel ligt er een wetsvoorstel bij de Raad van State dat Nederland in staat stelt om in de Noordzee ook buiten de twaalfmijlszone buitenlandse schepen te controleren. En er komen vijftien inspecteurs bij.

Intussen draait de dure havenontvangstinstallatie van AVR ,,stationair'' op 250.000 ton afval waar deze een capaciteit heeft voor, volgens een ruime schatting, 800.000 ton. Het wachten is nu op een Europese richtlijn die vanaf eind volgend jaar alle zeeschepen verplicht hun scheepsafval af te geven, tenzij ze hun afval kunnen opsparen totdat ze bij een volgende haven arriveren.

De Algemene Rekenkamer heeft al gewaarschuwd dat Nederland een half jaar achterloopt op de invoering daarvan, maar volgens Verkeer en Waterstaat is de kans groot dat de achterstand wordt ingelopen. De richtlijn verplicht zeeschepen bovendien te melden welke afvalstoffen ze aan boord hebben. Voortaan zullen alle zeeschepen voor de afvalverwerking gaan betalen, bijvoorbeeld in de vorm van hogere havengelden, ook als ze geen afval afgeven.

Een mooie richtlijn, beaamt Immerzeel van AVR, maar vermoedelijk niet voldoende om substantieel meer afval binnen te krijgen. Alleen strenge controle op de naleving van de regels kan dat bewerkstelligen. ,,Als we niet meer afval krijgen, stoppen we ermee.''