Culturen 2

Inderdaad kan prof. Cliteur, als hij die uit hun context haalt, in de bijbel passages aanwijzen, die blijk zouden kunnen geven van een zekere generaliserende vreemdelingenhaat (zie bijv. Titus 1: 12). Of van een vrouw-onvriendelijke tendens (zie bijv. 2 Cor.14:34). Maar de grondgedachte van de bijbel spreekt een geheel andere taal. Reeds in het Oude Testament worden de tien geboden gegeven, waarin de opdracht staat om, naast eerbied voor God te hebben, ook zorg en liefde voor de naaste op te brengen.

Jezus geeft zelf aan dat het gebod van naastenliefde net zo belangrijk is als het gebod om God lief te hebben (Mattheüs 22: 37-39) en hij voegt daaraan toe dat dat de basis is voor het christelijk geloof. En de bijbel geeft voldoende aanwijzingen dat naastenliefde niet beperkt mag worden tot eigen stam, ras of religie. Dat christenen soms in flagrante strijd daarmee hebben gehandeld, doet daar niets van af. In dit opzicht verschilt het christendom duidelijk van de islam. De islam leert als grondregel dat `Allah de grootste is'. Dat is voor de volgelingen van de islam het belangrijkste. En eventuele naastenliefde is daaraan ondergeschikt. Het had mijns inziens van een meer objectieve kijk op de materie getuigd, als Cliteur ook op dit punt had gewezen en niet alleen op de zogenaamde overeenkomst tussen de fundamentalistische geloofsbeleving in beide religies.