Biologische tandarts

Dat het bezoek aan de tandarts niet een van de prettigste visites is, is boven alle twijfel verheven. Het valt dus alleszins te prijzen dat tandartsen alle ten dienste staande wegen bewandelen om het angstniveau op een zo laag mogelijk pitje te krijgen. Tandarts Hoevers uit het artikel in deze krant van 12 oktober, handelend over de biologische tandarts tracht de angstsfeer te verlagen middels rustgevende geuren. Ook past hij acupunctuur, handoplegging, reikimethode en cranio sacraal therapie toe. Allemaal therapieën met een hoog kwakgehalte, maar hij voorziet in een behoefte.

Wat de eigenlijke tandheelkunde betreft; dode onbehandelde gebitselementen kunnen een bron zijn van klachten elders in het lichaam, dit wordt door de reguliere tandheelkunde allang onderkend, niets nieuws dus.

Alle biologische tandartsen vermijden het gebruik van amalgaam als vulmateriaal en gebruiken composiet (witte kunststof) omdat het amalgaam kwik bevat. Dat klopt, dit kwik is echter gebonden en komt pas vrij als de patiënt wordt gecremeerd. Het amalgaam dat door slijtage vrijkomt en wordt doorgeslikt verdwijnt op natuurlijke wijze, het anorganische kwik dat daar eventueel uit vrijkomt verdwijnt op dezelfde manier. Het is dan ook een pertinent verkeerde voorstelling van zaken ervan uit te gaan dat patiënten met amalgaamvullingen met een soort gifbom in de mond lopen.

Van de composieten is het nog maar de vraag of deze zo onschuldig zijn. Het correct aanbrengen van dit materiaal vergt aanzienlijk meer tijd, het composiet is veel krimpgevoeliger, het is minder slijtvast en het bevat stoffen die de bacteriegroei stimuleren zodat het cariësproces onder een composietvulling veel sneller verloopt dan onder het bacteriostatische amalgaam als deze restauraties hiaten gaan vertonen. Dit alles houdt in dat een composietrestauratie ongeveer de helft van de levensduur van het amalgaam heeft, zodat het element vaker moet worden behandeld hetgeen weer een negatief effect heeft op de vitaliteit van het gebitselement en sneller tot een zenuwbehandeling moet worden overgegaan. Bovendien komen er bij de slijtage van het composiet op oestrogeen gelijkende stoffen vrij waarvan de langetermijneffecten op het lichaam onduidelijk zijn.

Een ander zwak punt in het verhaal om aan te tonen waarom amalgaam giftig zou zijn en waarmee de patiënt op het verkeerde been wordt gezet, is de opmerking dat kwikthermometers niet meer verkocht mogen worden omdat er kwik in zit. Dit heeft niets te maken met amalgaam maar met de breukgevoeligheid en de fabricage van deze thermometer voor het milieu.