Bèr van Maastricht

Met een klap zet Anne Schulp een dik, vuistgroot bot op tafel. Het heeft de vorm van een grote O. ,,Dit is een kunststof afgietsel van een kenmerkend bot van een mosasaurusskelet dat drie jaar geleden in de mergelgroeve van de Sint Pietersberg werd ontdekt'', zegt Schulp, die als paleontoloog is verbonden aan het Natuurhistorisch Museum Maastricht. In het museumcafé houdt hij met zijn collega's John Jagt en Eric Mulder één van de laatste besprekingen voordat de tentoonstelling rondom de nieuwe mosasaurus wordt geopend.

Toen een amateurpaleontoloog in 1998 de eerste bruingekleurde staartwervels van het dier in de witte kalksteen aantrof, gingen de deskundigen er nog vanuit dat het een fossiel was van een Mosasaurus hoffmanni, zoals er tussen 1770 en 1774 ook al een was gevonden. Het is voor de Maastrichtenaren nog altijd een gevoelig punt dat deze mosasaurus, die werd ontdekt ver voordat de eerste dinosaurus werd gevonden, door de Franse revolutionairen naar Parijs is gehaald. Het fossiel bevindt zich daar nog steeds. Maar met de recente vondst heeft Maastricht weer een eigen, uniek mosasaurusfossiel. John Jagt droomt al van een uitwisselingsprogramma met Parijs.

Gaandeweg de opgraving werd duidelijk dat het hier om een nieuwe mosasaurussoort ging. Het bot dat Schulp nu trots in zijn handen houdt, vormde de sleutel tot deze ontdekking. ,,Dit is het zogeheten quadratum, de `vingerafdruk' waaraan een soort te herkennen is'', zegt hij. ,,Het quadratum vormt een scharnierpunt tussen de vaste en de losse onderdelen van de schedel. Het is bij iedere mosasaurussoort anders ontwikkeld. Bij de beroemde mosasaurus die aan het eind van de 18de eeuw in de Sint Pietersberg werd gevonden heeft het quadratum bijvoorbeeld een vlakke krul. Deze grote, robuuste gesloten ring stond echter niet in het `Grote Boek', het is dus een nieuwe soort.''

De nieuwe soort moet het nog even zonder wetenschappelijke naam doen, maar heeft al wel een populaire naam: `Bèr', van Lambert, een echte Maastrichtse naam. Eén van de groevemedewerkers noemde hem zo tijdens de opgravingswerkzaamheden, en sindsdien heeft iedereen het over Bèr.

Schulp: ,,Onze Bèr is twee tot drie keer groter dan zijn eerder gevonden nauwste verwanten. Zijn kauwapparaat is absurd robuust uitgevoerd, met een hele brede kaak en dikke botten. De bijtkracht van dit dier moet groter zijn geweest dan die van de beruchte vleesetende dinosaurus Tyrannosaurus rex op het land. T. rex had een kaak van 1 meter 15, die van Bèr is 1 meter 43. Die twee hadden zich aardig kunnen meten.''

Bèr moet een meter of veertien lang zijn geweest, volgens de vuistregel van paleontologen dat de lichaamslengte ongeveer tien keer de lengte van de kop bedraagt. Heel precies is dat niet meer te achterhalen, omdat het middengedeelte van de ruggenwervels ontbreekt. De ouderdom van Bèr schatten de paleontologen op 66,1 miljoen jaar. Dat is zo'n 600.000 jaar ouder dan het Parijse exemplaar.

Mosasaurussen waren flink uit de kluiten gewassen vleesetende zeereptielen die aan het einde van het dinosauriërtijdperk leefden. Ze leken op enorme krokodillen, met een lange bek vol spitse kegelvormige tanden. Ze leefden in water van veertig tot vijftig meter diep in een klimaat dat vergelijkbaar is met de huidige warme tropische zeeën rond Curaçao en Bonaire.

Bèr heeft een vast plekje op de binnenplaats van het museum gekregen, waar hij is ondergebracht in een kubusvormig glazen gebouwtje. Het zes ton wegende blok kalksteen met het fossiel werd met een zware kraan op de binnenplaats van het museum gehesen. Daar werkten de paleontologen verder aan de preparatie en maakten zij de botten heel voorzichtig aan de bovenkant vrij.

,,We hebben ervoor gekozen het fossiel in zijn oorspronkelijke steen te laten zitten'', zegt Schulp. ,,De botten zijn omgeven door verraderlijke vuursteen, dat door zijn hardheid onverwachte breuken kan veroorzaken. Daardoor is al eens een schouderblad gebroken en dat risico willen we niet weer lopen. Bovendien vertelt de onderlinge ligging van de beenderen een eigen verhaal en ook dat is wetenschappelijk interessant.''

Jagt haakt in: ,,We denken dat het dier door ouderdom of ziekte is overleden en daarna als een enorme vleesklomp op de zeebodem is achtergebleven. Daar zijn haaien op af gekomen, die zich tegoed hebben gedaan aan de zachte delen van het dier: de buikholte. Precies de wervels rond dat deel van het skelet ontbreken; waarschijnlijk zijn ze door de wilde schranspartij verspreid over de omgeving en niet meer terug te vinden.''

,,Op de beenderen zijn nog vraatsporen, kenmerkende krassen van haaienvraat, te zien. En we hebben vlakbij het skelet ook haaientanden gevonden, een zaagtand van een tijgerhaaiachtige, de lange spitse tanden van een macohaaitje. Maar of het echt zo is gegaan, dat blijft moeilijk te zeggen na meer dan zestig miljoen jaar. Paleontologen moeten soms wat uit hun duim zuigen.''

De tentoonstelling `Bèr, de nieuwe Mosasaurus' zal maandag 22 oktober als eerste worden bezocht door Z.K.H. Prins Willem Alexander en Máxima Zorreguieta. Het publiek is welkom vanaf di 23 okt t/m 23 sep 2002. Natuurhistorisch Museum Maastricht, De Bosquetplein 67, Maastricht, Inl 043-3505490. Vanaf 22 oktober is de nieuwe mosasaurusvondst ook te zien op www.nhmmaastricht.nl/mosasaurus