Achterkant

Om een of andere magische reden is de achterkant van de mens een geliefde blikvanger op de Nederlandse televisie aan het worden. Het NOS-Journaal gaat hierin voorop, en maakt snel school. De presentator kunnen we tegenwoordig van alle kanten bewonderen: niet alleen de voorkant, maar ook de zijkant en de achterkant. Dit biedt de kijker ongewone perspectieven, maar is het voor hem en de presentator ook aangenaam?

Zelf heb ik het nooit mijn mooiste kanten gevonden. Ik kan me herinneren dat ik in mijn ijdelste jaren, alweer te lang geleden, met een spiegeltje mijn achterhoofd heb bestudeerd. Ik was er opeens erg nieuwsgierig naar geworden. Een mens ziet nooit zijn achterhoofd, tenzij hij filmacteur is en dan heeft hij weinig te klagen. Is hij met een middelmatiger uiterlijk uitgerust, dan kan hij het spiegeltje beter laten liggen.

De studie loopt op een desillusie uit, waar je nog lang aan terugdenkt. Die vreemd afgeplatte, slecht geknipte, volkomen oninteressante achterkaaskop, is die van jou? Ja, die is van jou. De man zal bovendien vaak het begin van een kalende kruin zien een behoorlijke schok als hij altijd meewarig naar de kalende kruinen van anderen heeft gekeken.

Niet doen dus.

Toch zie ik de achter- en zijkant van de presentatoren vooral bij het NOS-Journaal en sommige talkshows de laatste tijd opvallend vaak in beeld komen. Dan zit je als kijker al tamelijk angstig te wachten op de laatste beelden van een gebombardeerd Afghanistan, en opeens verrijst in mantelpak de kloeke derrière van Henny Stoel in beeld.

Het is een achterkant die er mag zijn, ja, waar je zelfs met geen mogelijkheid omheen kunt. Maar wat zou de NOS ermee willen uitdrukken? Een symbolische illustratie van de toegenomen zwaarte van het bombardement? Of moet Henny de rotsvaste overtuiging van Bush en Powell belichamen?

Allemaal vragen die bij je opkomen terwijl de camera haar als een voyeur beloert tijdens haar gesprek met Wouter Kurpershoek in het Pakistaanse grensgebied. De verslaggever boft: hij hoeft alleen maar zijn voorkant te laten zien.

Make no mistake, zou Bush nu zeggen: ik heb niets tegen Henny Stoel. Haar voorkant heb ik zelfs te vuur en te zwaard verdedigd toen een goed gelezen ochtendkrant daarover vervelend begon te doen. Een nieuwslezeres hoeft geen Marilyn Monroe te zijn, al is het mooi meegenomen. Maar dat betekent toch niet dat ze nu opeens vanuit elk perspectief door de camera bestormd moet worden? Want wat voegen de achter- en zijkanten van Henny Stoel, Gerard Arninkhof en Gijs Wanders toe aan het wereldnieuws?

En wat staat ons nog te wachten nu deze beeldrevolutie is begonnen? Wat zullen de nieuwste camerastandpunten zijn? Krijgen we meer knie, elleboog of scheenbeen te zien?

We zetten over een jaartje het Journaal aan en we zien Henny Stoel liggend voor de camera hangen, terwijl ze haar voetzolen naar ons omhoog houdt en tegen Wouter Kurpershoek roept: ,,Is het waar van die nucleaire aanval?''