Waarnemingen

Het begon te regenen, grote zware druppels, druppels als vruchten die van een boom vallen, de boom des hemels, onweersdruppels. Ik rook de tegels van het trottoir, en hoe warm ze waren, alsof er in de dampkring werd gekookt, of gestoofd, alsof er voedsel, eten werd bereid.

Schoonheid is, wil zij ontroeren of opwinden, een passionerende afwijking van het normale. Zij duidt de volmaaktheid aan, verwijst ernaar, maar past er wel voor haar te belichamen, haar te zijn.

Op een wintermiddag ging ik met mijn vriendin naar de Waterloopleinmarkt. Zij kocht er een mouwenstrijkplankje, voor 5 gulden, nadat zij ƒ2,50 had afgedongen, en een rode warmgevoerde regenjas voor 90 gulden, waarvoor de handelaar 100 had gevraagd. ,,Ik heb ƒ12,50 gespaard'', zei mijn vriendin voldaan. Toen wij op de tramhalte, in de koude noordoostenwind afscheid namen en elkaar bij herhaling kusten, zei zij: ,,Dit is ijsvrijen.''