Veel vragen over miltvuur

Vijfentwintighonderd mensen hebben vanaf gisteren gebeld met een miltvuur-informatienummer dat is opengesteld door het ministerie van Volksgezondheid. Sinds het begin van de week zijn er veel meldingen gekomen van verdachte postzendingen, waarvan werd vermoed dat ze de antraxbacterie bevatten, die miltvuur veroorzaakt. Tot dusver is in Nederland nog geen besmetting geconstateerd, meldt het ministerie.

Ook vandaag ontving de politie in het hele land veel meldingen van verdachte post. De politie in de Limburg registreerde meldingen uit onder meer Meijel, Valkenburg, Vaals, Beek en Sittard. Gisteren en eergisteren doken enveloppen en pakketten met poeder op in Almelo, Herkenbosch, Nieuwegein en Zwaag. Veel van die meldingen waren te herleiden tot een zending van het Utrechtse ICT-bedrijf Caesargroep. Die hadden, in de woorden van segment-manager M. Stijlen, een imago-mailing doen uitgaan naar 3.608 Nederlandse bedrijven met daarin een wierookkegeltje dat bij de verzending werd verpulverd. Volgens Stijlen kwamen echter niet alle bedrijven waarvan de politie een melding had doorgekregen, op zijn mailinglijst voor.

Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) heeft een brief doen uitgaan aan onder meer de Commissarissen der Koningin, de politie en de brandweerkorpsen met een richtlijn voor verdachte post. In die richtlijn staat bijvoorbeeld hoe een ,,mogelijk verdachte envelop of pakketje te herkennen''.

In dergelijke gevallen gaat het om een ,,ongewoon gewicht of rare vorm'', om post ,,zonder retouradres of een retouradres dat niet bestaat'', of om poststukken met ,,uitstekende draden'' of die ,,vreemd ruiken of vreemde plekken hebben''. In al deze gevallen waarschuwt de directeur-generaal voor openbare orde en veiligheid, namens de minister: ,,Open de envelop of het pakketje niet en raak het ook niet met je blote handen aan!!! Maar meld de verdenking bij de (bedrijfs)beveiliging.''

De schade door relatiegeschenken die worden aangezien voor `miltvuurbrieven', is vrijwel niet te verhalen, stelt het Verbond van Verzekeraars in Den Haag. Een rechtszaak van de ontvanger tegen de afzender heeft weinig kans van slagen, aldus het verbond. Volgens het openbaar ministerie is wel sprake van strafbaarheid en aansprakelijkheid als wordt aangetoond dat de afzender een grap heeft uitgehaald.