Roman Mulisch voorbeeldig verfilmd

Superlatieven vallen niet te vermijden als het om The Discovery of Heaven gaat. De verfilming van Harry Mulisch' De ontdekking van de hemel, vermoedelijk de internationaal bekendste Nederlandse roman, werd de duurste in Nederland geïnitieerde filmproductie tot nu toe. Het vlaggenschip van de fiscaal gunstige c.v.-regeling kostte ongeveer dertig miljoen gulden en het is niet waarschijnlijk dat dit record binnen afzienbare tijd gebroken zal worden. Het scenario van Edwin de Vries dikte de ruim negenhonderd pagina's van Mulisch' roman in tot een film van twee uur en tien minuten, zonder veel van de hoofdlijnen op te offeren. Relatief werd het meest beknibbeld op details uit het Nederlandse politieke en culturele landschap tussen pakweg 1967 en 1986, en op enkele van Mulisch' filosofische bespiegelingen, maar de essentie bleef gehandhaafd: dat twee wereldoorlogen en een culturele revolutie slechts dienden om uit de intense vriendschap tussen twee mannen en hun gemeenschappelijke geliefde een kind geboren te laten worden dat God de stenen tafelen van de Tien Geboden terugbezorgt. Het belangrijkste verschil tussen boek en film is dat de plot al in de eerste scènes, met regisseur Jeroen Krabbé als aartsengel Gabriël, wordt ontvouwen, maar dat kan moeilijk anders. Voor wie het boek niet gelezen heeft, is het verhaal zo al ingewikkeld genoeg.

Producent Ate de Jong bracht het project aan de man met de slogan `Jules et Jim gekruist met Raiders of the Lost Ark', en inderdaad roept de film zowel associaties op met Truffaut als met Spielberg. In zijn tweede speelfilm, een grote sprong voorwaarts in vergelijking met Left Luggage (1998), demonstreert acteur-schilder Krabbé wat hij waard is als regisseur. Hij beheerst zowel de klassieke Amerikaanse mise-en-scène (let maar eens op de meesterlijke manier waarop in beeld gebracht wordt dat Max Delius een cruciaal telefoontje van Quinten Quist misloopt) als een meer Europese benadering, met gevoel voor sfeer, visuele stijl (de hemel gemodelleerd naar Piranesi) en het vrijheid bieden aan acteurs. De vorstelijke rol van Stephen Fry als Onno Quist is een van de beste acteerprestaties die ooit in een Nederlandse film te zien was, maar ook alle andere acteurs zijn voortreffelijk tot goed.

Valt er dan helemaal niets aan te merken op de voorbeeldige ambachtelijkheid van The Discovery of Heaven, vergelijkbaar met zo'n andere onberispelijke verfilming van een klassieke roman over liefde, politiek en metafysica als The Unbearable Lightness of Being (Phil Kaufman, 1988, naar Milan Kundera)? Twee kanttekeningen zijn er te maken, meer persoonlijke opmerkingen dan bezwaren. Ik heb de film nu twee keer gezien, en beide keren was bewondering voor de makelij de sterkste emotie die ik ervoer. De volwassenheid van de productie een kwaliteit die in een Nederlandse speelfilm niet genoeg geprezen kan worden staat op de een of andere manier persoonlijke betrokkenheid in de weg. Ik zag een optimale illustratie van een meesterlijke roman en vroeg me heimelijk af wat de noodzaak was om die tot stand te brengen.

De andere kanttekening betreft een niet vervuld verlangen. Engels is de taal van de film, zoals Italiaans de taal van de opera is, en ik weet dat je geen film van dertig miljoen in het Nederlands kunt maken. Maar ik zat stiekem steeds te denken hoe graag ik Max, Onno en Ada Nederlands had willen zien praten en welke acteurs dat hadden kunnen doen. Nu spreekt zelfs de dubbelganger van Joop den Uyl Brits-Engels. Ik had voor Nederlandse acteurs zelfs Stephen Fry als Onno Quist alias Hein Donner willen opgeven, en dat is een hoge prijs.

The Discovery of Heaven. Regie: Jeroen Krabbé. Met: Stephen Fry, Greg Wise, Flora Montgomery, Neil Newbon, Diana Quick, Emma Fielding, Jeroen Krabbé, Ellen Vogel. In: Calypso, Pathé Arthouse en Pathé De Munt, Amsterdam. Vanaf 25 okt. in de rest van het land.