Raad wil minder verplichte vakken in basisvorming

De basisvorming in het voortgezet onderwijs moet grondig worden aangepast. Het lesprogramma moet vanaf 2004 uit minder verplichte vakken bestaan. Dit adviseert de Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van minister Hermans (Onderwijs), in een gisteren verschenen rapport.

De basisvorming moet tot twee jaar worden teruggebracht, zo stelt de Onderwijsraad. Sommige vakken moeten worden samengevoegd. Het lesprogramma moet drie niveaus kennen: een minimumniveau (voor de beroepsgerichte opleidingen), een middenniveau (voor het vmbo) en een hoog niveau (havo/vwo).

Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) zegt in een reactie dat ,,de hoofdlijnen'' haar ,,aanspreken''. In december volgt haar definitieve standpunt. De Tweede-Kamerfracties van VVD en D66 zijn blij met het advies, maar de PvdA-fractie is teleurgesteld.

Volgens de Onderwijsraad zijn de aanpassingen nodig om vele problemen in de basisvorming op te lossen. Bijna een jaar geleden constateerde de raad al dat het lesprogramma in de praktijk ,,versnipperd'' en ,,overladen'' was en dat er weinig hoop bestond dat het ,,vanzelf wel weer goed zou komen''.

De basisvorming werd in 1993 ingevoerd om alle leerlingen een `basispakket' aan kennis bij te brengen en de definitieve schoolkeuze uit te stellen. Al snel bleek echter dat het lesprogramma overladen is door een overvloed aan vakken. Het programma is bovendien te moeilijk voor vbo-leerlingen en veel te eenvoudig voor vwo-leerlingen. De Onderwijsinspectie, het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Onderwijsraad hebben hierover verschillende kritische rapporten geschreven.

De Onderwijsraad adviseert nu een smaller verplicht `kerncurriculum' in te voeren, bestaande uit Nederlands, Engels, wiskunde, science (natuurkunde, scheikunde, biologie en techniek) en lichamelijke opvoeding. Alle overige vakken, zoals Frans, Duits en economie, zijn in het voorstel van de Onderwijsraad niet langer verplicht.

analyse pagina 3