Oorlog of vrede

Het islamisme en zijn zelfbenoemde ultrafanatieke leiders hebben de oorlog verklaard aan de ongelovigen in het Westen, in het bijzonder Amerika. Hun slachtoffers liggen als asdeeltjes in de krater van Manhattan. Hun jarenlange haatcampagne tegen de joden, Israël en de VS begint momentum te krijgen. De ontwrichting gaat in hoog tempo door, hoe luid de sussende woorden van sommige politici en opiniemakers ook klinken. De kern van deze gewelddadige sekte kan klein zijn, haar invloed en aantrekkingskracht zijn groot. Alles wat er onder moslims, waar dan ook ter wereld, al was aan latent of direct zichtbaar ongenoegen jegens de Verenigde Staten en het Westen wordt nu gemobiliseerd. Neen, wij zijn niet in oorlog met de islam of de koran. Ja, de extremisten zijn in oorlog met ons. Hun doel is vernietiging van de niet-islamitische machten. Het middel dat ze gebruiken is bekend: terreur. Hun doel heiligt alle middelen. Het is dus zaak de woorden van hun leiders zo letterlijk mogelijk te nemen. Wat Osama bin Laden via het tv-station Al-Jazeera laat uitzenden, zegt hij al jaren. Het is napraten, maar er had eerder lering uit getrokken kunnen worden.

Het cliché is helaas waar: sinds 11 september is de wereld veranderd. Politiek, militair en economisch. Het heeft geen zin om de ogen te sluiten voor de reeks navrante feiten die de zelfmoordaanslagen op New York en Washington hebben gecreëerd. Voor delen van het bedrijfsleven zijn de verwachtingen voor de korte termijn dramatisch verslechterd. Hoe groot de macro-economische effecten precies zijn, is nog onduidelijk. Maar vast staat wel dat de aanvallen ook consequenties voor de lange termijn zullen hebben. De politieke stabiliteit in de wereld is geringer geworden; de veiligheidssituatie is verslechterd. Als gevolg van de globalisering is het wachten op het moment dat door de teruglopende economie de instabiliteit verder toeneemt – voedingsbodem voor nog meer rancune en haat. En dit staat dan los van de gevolgen van mogelijke nieuwe aanslagen of bombardementen op Afghanistan. Precies deze keten van actie en reactie, deze cirkelgang van vergelding, geweld en contrageweld streven de extremisten na. Het is de vraag of iedere bondgenoot en coalitiepartner van de VS zich daarvan bewust is en de gevolgen ervan wil en kan dragen.

De Verenigde Staten zijn ondubbelzinnig. President Bush, in aanvang behoedzaam, heeft de oorlog verklaard aan het terrorisme. Een langdurige oorlog op verschillende fronten. Zijn trouwste bondgenoot in woord en daad is de Britse premier Blair. Zij stippelen de strategie uit. Bij hen heeft zich explicieter dan voorheen Duitsland gevoegd. Kanselier Schröder verhief vorige week de inzet van Duitse troepen buiten het eigen grondgebied tot pijler van het buitenlands en veiligheidsbeleid. Voor de Bondsrepubliek misschien een hele stap, maar de VS kunnen er weinig mee. Duitsland heeft als militaire macht momenteel niets te bieden. Een andere belangrijke partner op papier, Frankrijk, droomt van een eigen rol in de schaduw van de supermogendheid. Maar ook voor dit land geldt dat tussen de retoriek van de politieke leiding en het leveren van de benodigde `hardware' een grote kloof gaapt. Hiermee staat de Europese Unie, op het Verenigd Koninkrijk na, in feite buitenspel. De VS zullen er vermoedelijk geen traan om plengen, gezien de ervaringen met de Europese partner in eerdere conflictgebieden. Maar de situatie is te ernstig om het bij die constatering te laten. Europa heeft de verplichting tegenover zichzelf en de wereld om een beleid te ontwikkelen, dat het mogelijk maakt de crisis op een eigen manier te lijf te gaan. En daarbij een standpunt te bepalen dat recht doet aan de bondgenootschappelijke banden, maar dat niet per se hetzelfde hoeft te zijn als dat van de VS. De strijd tegen de terreur is een welkome impuls voor de weggezakte gemeenschapszin in de EU.

De rol van de NAVO stemt eveneens tot nadenken. Artikel 5 (`een voor allen, allen voor een') is in werking getreden, maar wat schiet Amerika er mee op? Aan de orde is het omgekeerde van wat ooit werd bedoeld: de VS helpen Europa in een gewapend conflict met de Sovjet-Unie. Nu moeten de Europese NAVO-landen Amerika helpen in een heel ander conflict – maar of dat in hun vermogen ligt? De NAVO draagt nog steeds de last van een grote, inflexibele strijdmacht die onbruikbaar is voor het voeren van de nieuwe oorlog tegen het terrorisme.

Staan de Amerikanen en de Britten er dan alleen voor? Voorlopig hebben ze belangrijke, maar wankelmoedige steun van Rusland (voor Oezbekistan) en Pakistan. De Arabische partners zwijgen en leunen achterover. Europese deelnemers aan de coalitie – NAVO, EU of individuele staten – doen er goed aan zich te realiseren dat de situatie een nieuwe aanpak, nieuwe politieke besluiten en nieuwe fermheid vereist. De tegenstander heeft het slecht met het Westen voor. Hij beschikt bovendien over zeer gemotiveerde, flexibel inzetbare strijdkrachten en een soepel lopende propagandamachine, twee hoofdvoorwaarden in de moderne oorlogvoering.

Het gaat nu om het mobiliseren van de inventiviteit en mentale weerbaarheid van het Westen, in combinatie met slagkracht. Amerika is het meest gebaat bij bondgenoten die, om te beginnen, bereid en in staat zijn de vertakkingen van het terrorisme in eigen land aan te pakken en de gevolgen daarvan voor lief te nemen. En die, als het er op aan komt, bereid zijn troepen te leveren en slachtoffers te accepteren. Zover is het nog niet. En hopelijk komt het ook niet zover. Maar het is verstandig om een oude wijsheid in acht te nemen: indien u de vrede wilt, wees dan op de oorlog voorbereid.