Marlon Brando

In een serie profielen van hedendaagse filmsterren deze week de Amerikaanse legende Marlon Brando, die kolonel Kurtz speelt in `Apocalypse Now Redux'.

Marlon Brando is geen Greta Garbo. Brando, die door velen wordt gezien als de beste Amerikaanse acteur van de vorige eeuw, door sommigen als de beste acteur van de vorige eeuw, en door enkelingen als de beste acteur ever, stopte niet op het hoogtepunt van zijn roem, maar laat zijn bewonderaars ook zijn aftakeling zien, al gaat het soms niet van harte. Naar verluidt verscheen Brando tijdens de opnames van zijn nieuwste film, The Score, die volgende maand in Nederland uitgaat, vaak vanaf zijn middel naakt op de set om ervoor te zorgen dat regisseur Frank Oz alleen zijn gezicht en bovenlichaam filmde zodat zijn ware omvang voor de kijkers verborgen blijft. Brando, die inmiddels meer dan 170 kilo weegt, lijkt niet alleen wat postuur betreft op Orson Welles. Net als de regisseur van Citizen Kane is hij zijn eerste successen nooit te boven gekomen. Het is gek dat een ster die op de eerste plaats beroemd is om zijn acteerprestaties, dus om iets wat hij deed, toch is blijven steken in iets wat hij was. Marlon Brando was jong. In de jaren vijftig was dat in de bioscoop iets bijzonders.

Brando (Omaha, Nebraska, 3 april 1924) debuteerde als filmacteur in 1950 in The Men (Fred Zinnemann) en brak in 1951 door als Stanley Kowalski in A Streetcar Named Desire (Elia Kazan), een rol waarmee hij in 1947 op Broadway ook al triomfen had gevierd. De volgende vier jaar werd hij telkens voor een Oscar genomineerd, die hij uiteindelijk kreeg voor On the Waterfront (weer van Kazan). Brando maakte niet alleen zichzelf beroemd, maar ook een acteerstijl, The Method, de naturalistische stijl waarbij een acteur zijn eigen emoties gebruikt om zich in een rol in te leven. Omdat de methode in het begin vooral gebruikt werd om jonge, `dierlijke' arbeiders gestalte te geven, noemde Humphrey Bogart het de `scratch your ass and mumble school of acting'.

Brando speelde in de jaren vijftig vaak een onbegrepen rebel. Beroemd is de dialoog uit de motorfietsfilm The Wild One (Laslo Benedek, 1954), waarin Brando op de vraag waar hij tegen in opstand komt antwoordt: `What have you got'.

In de jaren zestig speelde Brando weinig memorabele rollen. Hij was te oud geworden om nog een symbool van de opstandige jeugd te kunnen zijn. Met zijn talent alleen redde hij het niet; in de jaren zestig werd het moeilijk voor oudere mannen om sensationeel te zijn. Begin jaren zeventig kwam Brando even terug. Hij speelde in 1972 zowel in The Godfather (Francis Ford Coppola) , waarvoor hij weer een Oscar kreeg, als in Last Tango in Paris (Bernardo Bertolucci). Daarna sloeg de verbittering voorgoed toe. Brando begon neer te kijken op zijn vak en voor veel geld kleine rollen aan te nemen in de mafste films. Slechts af en toe kan hij zich er nog toe zetten zich in te spannen. Naar verluidt schrapte hij grote stukken uit zijn eigen rol in Apocalypse Now (1978) om `minder te hoeven werken. Zijn publiciteit wordt tegenwoordig verzorgd door een van zijn honden.