Het wereldfallusmuseum

Het is een wereldunicum en bevindt zich in een zijsteegje van de belangrijkste winkelstraat te Reykjavik: een collectie van 137 dierlijke penissen (van 40 verschillende diersoorten) die op IJsland en de omringende zee voorkomen. Een bezoeker schreef in het gastenboek van het Icelandic Phallological Museum: ,,You have the most interesting and bizar museum in the world.''

De penissen zijn gedroogd, uitgehold (of opgevuld met siliconen) opgezet en als trofee op een houten schild bevestigd of er is alleen een bot geconserveerd: vele penissen van zoogdieren hebben een penisbeentje. Het merendeel bevindt zich in formaline. 35 exemplaren hebben toebehoord aan veertien verschillende walvissoorten. De grootste (1,70 meter) staat in een speciaal vervaardigd plexiglas omhulsel. Museumeigenaar Sigurdur Hjartarson: ,,Probleem is dat ik niet zulke grote cilinderglazen kan krijgen.'' En dit is slechts het uitstekende gedeelte, het gehele orgaan van een volwassen blauwe vinvis is 3,3 meter.

Er zijn ook bescheidener geslachtsdelen, van allerlei landdieren. De kleinste is van een veldmuis. De penis van een ram heeft een dun kringelend touwtje aan het uiteinde; de fallus van de narwal lijkt sterk op zijn kurkentrekkervormige hoorn.

Tijdens mijn bezoek is er eveneens een groep vrouwen van een cosmetisch bedrijf. Er wordt gegiecheld, maar er heerst niet een echt opwindende, erotische sfeer in het museum: de meeste fallussen bevinden zich – verweekt en witbleek van kleur – in cilindervormige weckflessen op sterk water.

Het idee voor een fallusmuseum begon met een gelooide stierenpenis, die op boerderijen als zweep dienst deed. In 1947 kreeg Hjartarson zo'n zweep voor zijn verjaardag van een boer. Hij woonde in het noordelijke vissersdorp, Akureyri, waar vier schepen op walvissen jaagden, die ter plekke werden verwerkt. Alles werd benut, behalve de walvisfallus.

Hjartarson: ,,De penissen van zeehonden werden aan Taiwan verkocht, waar er potentieverrijkende middelen van werden geproduceerd.''

Als we bij een paardenpenis op sterk water staan, zegt hij: ,,Er wordt gezegd dat de gourmand Jonas Halldorson, die van 1851 tot 1931 leefde, van gerookte paardenpenis hield. Mensen van mijn leeftijd eten nu nog ramtestikels. Ze worden maandenlang in het zuur gelegd en zijn dan erg lekker.''

De zweep en de onbenutte walvisfallussen brachten de 59-jarige grootvader in 1997 op het idee een museum aan het manlijke geslachtsorgaan te wijden. Maar daar bleef het niet bij. Hijzelf en zijn dochter vervaardigen in het museum, annex winkel, annex werkplaats allerlei ambachtelijke voorwerpen, zoals fallusvormige producten uit berkenhout gesneden. Zelfs de kassa is een penisvormige houten doos en de telefoon heeft inderdaad eveneens diezelfde vorm. Er hangen tevens lampenkappen vervaardigd van gelooid walvispenisleder. Hjartarson: ,,Onassis had de barkrukken van zijn jacht Christina ook met zulk leer laten bekleden.''

In het museum zijn alleen dierlijke geslachtsdelen te bewonderen, maar er hangen wel drie certificaten van mannen, die hun penis – na hun dood – aan het museum schenken. De grootste kans maakt de 86-jarige Pal Arason, die trots is op het formaat van zijn toekomstige bijdrage. Zijn donatieverklaring is mede ondertekend door chirurg Petur Petursson, die vermoedelijk zal zorgdragen voor de verdere afwikkeling. Er hangt ook al een wasafdruk van het (toegezegde) lid van een Engelsman en een Duitse fotograaf wil eveneens op deze wijze onsterfelijk worden.

De museumeigenaar krijgt nog steeds nieuwe exemplaren via het Instituut voor Maritiem Onderzoek of telefoontjes over gestrande dieren. Hjartarson, getrouwd, auteur van geschiedenisboeken, leraar Spaans en geschiedenis, benadert het onderwerp luchtig. Even overwoog hij de wetenschap van de fallologie in het leven te roepen: ,,Er komen regelmatig biologen op bezoek, maar de meeste gegevens zijn al in wetenschappelijke werken te vinden.''

Wel heeft hij een catalogus samengesteld waarin ieder exemplaar beschreven is, zoals bij deze zadelrob: ,,C 6+ Sattel (Pagophilus groenlandicus). Ein junges Tier, zwei Jahre alt. Am 24-02-1986 gefangen. In Formalin.''

En op de museumsite is een lijst met honorary members te vinden. In een bakje bij de kassa liggen inschrijfformulieren: al voor 300 kronen (circa ƒ10) bent u erelid.