Extremisten Indonesië `niet dragers volkssoevereiniteit'

Het moet nu maar eens afgelopen zijn met het ontzien van extremisten. Deze gedachte moet luitenant-generaal b.d. A.M. Hendropriyono, hoofd van de Indonesische Inlichtingendienst (BIN), door het hoofd hebben gespeeld toen hij een interview toestond aan de krant Media Indonesia. `Politie die niet optreedt, is niet langer een instrument van de staat', kopte de krant vanmorgen boven het vraaggesprek.

`Hendro', zoals Jakartanen hem liefkozend noemden toen hij nog de militaire stadscommandant was, is kwaad. Niet op de politie, die volgens hem alleen haar plicht heeft gedaan, maar op de minister van Godsdienstzaken, die gisteren een verzoenend gebaar maakte naar militante islamieten die zojuist klop hadden gekregen van de hermandad.

Maandag was in Indonesië een vrije dag, want toen vierden moslims de hemelvaart van Mohammed. Het immer luidruchtige Front ter Verdediging van de Islam (FPI) hield die dag met andere radicalen een betoging voor het, overigens gesloten, parlement en eiste verbreking van alle banden met de Verenigde Staten, die zich zouden vergrijpen aan moslimbroeders in Afghanistan. Een politiemacht ter plaatse beval hen te vertrekken, want een wet uit 1998 verbiedt betogingen op nationale feestdagen. Toen de demonstranten dit bevel negeerden, werden ze bestookt met traangas en een waterkanon en met de wapenstok achtervolgd naar het FPI-hoofdkwartier, dat door de politie werd omsingeld. Er vielen rake klappen en enkele tientallen lichtgewonden. Dertien FPI-ers werden voor verhoor meegenomen.

De voorzitter van het FPI, Habib Rizieq Syihab, repte van een `flagrante rechtsschending' en eiste het aftreden van de hoofdstedelijke politiechef, Sofjan Jacoeb. Daarop nodigde de minister van Godsdienstzaken, Said Agil Munawar, Jacoeb en Syihab uit voor een `verzoeningsgesprek'.

,,Een grote fout'', meent inlichtingenchef Hendropriyono, een partijgenoot en vertrouweling van president Megawati. ,,De regering heeft een mandaat van het Volkscongres (het hoogste college van staat) en mag zich niet zo verlagen. Clubjes als het FPI doen alsof zij dragers zijn van de volkssoevereiniteit.'' ,,De politie'', aldus Hendro, ,,heeft tot taak de wet en de openbare orde te handhaven en dat heeft ze gedaan. Daarover mag ze niet onderhandelen, want op die manier is ze geen instrument meer van de staat, maar van de politiek.''

Hendropriyono heeft het niet begrepen op moslimextremisten. In 1989 verwierf hij de bijnaam `Slager van Lampung' toen hij als commandant van die provincie in Sumatra zijn mannen glashard liet optreden tegen een plaatselijke moslimsekte die, volgens het leger, een islamitische staat wilde vestigen.

Officieel vielen er 27, volgens nabestaanden waren het er echter 188. Hendro nu: ,,De islam kent geen radicalisme. `God is groot' roepen en in één adem niet de Profeet, maar Bin Laden noemen, druist in tegen de normen van de islam.''