De kluts kwijt

Het gaat niet goed met deze oorlog. Nee, wij die hem niet voeren maar ondergaan, die niets van de krijgsplannen en de geheime inlichtingen weten, alleen via de media hem dag tot dag kunnen beoordelen, kunnen tot maar één conclusie komen: er zal iets anders moeten gebeuren.

De aanval op het WTC en het Pentagon schreeuwde, menselijkerwijs gesproken, om een direct antwoord. Daartoe heeft de Amerikaanse regering zich niet laten verleiden. Dat was een voorbeeld van strategische zelfbeheersing. Eerst moesten drie andere dingen tot stand worden gebracht: de vorming van een coalitie waarin de, voor de komende strijd belangrijkste landen, Pakistan en Saoedi-Arabië zouden zijn opgenomen. Dan het verder ontwikkelen van een politieke en diplomatieke strategie, waardoor de tegenstander zoveel mogelijk geïsoleerd zou worden. Ten slotte het ontwerpen van een militaire operatie die zou moeten beantwoorden aan twee eisen. De tegenstander zou van zijn ongrijpbaarheid moeten worden beroofd, gelokaliseerd en gepakt. Van de manier waarop dit zou moeten gebeuren, in Afghanistan, het onoverzichtelijkste land ter wereld, kon niemand zich een duidelijke voorstelling maken. De `techniek van de arrestatie' zou in ieder geval niet tot gevolg mogen hebben dat de coalitie uiteenviel.

De tegenaanval is twee weken oud. De acties lijken bijzonder veel op die uit de Golfoorlog en de strijd om Kosovo. In welke mate de tegenstander militair verzwakt is, weten we niet. Propagandistisch is hij er sterker door geworden. De geautomatiseerde luchtoorlog veroorzaakt natuurlijk collateral damage. Natuurlijk zien we mensen die vrijwel niets te verliezen hadden, bij de ruïne van hun huis, natuurlijk zien we stoeten haveloze vluchtelingen en gewonde kinderen in ziekenhuizen. En daarna hoe in een godverlaten woestenij een paar armoedzaaiers voedselpakketjes verzamelen. Afgezien wat we daar `humanitair' van mogen denken, zuiver krijgskundig gezien is het niet snugger aangepakt. Had het verzameld vernuft van de reclame niets beters kunnen bedenken? Als we proberen ons te verplaatsen in het brein van een Afghaanse of Pakistaanse moslim: zouden we dan niet denken dat `Amerika', die machtige abstractie, zich voor de verwoesting van zijn trotse handelstorens probeert te wreken op een weerloos proletariaat?

Osama bin Laden wordt niet vanuit de lucht gearresteerd. Op de grond, in de hoofdsteden van landen die tot de coalitie horen, verschijnen de protesterende massa's. In hoeverre ze een bedreiging zijn voor de stabiliteit in Pakistan en Indonesië hangt ervan af hoe lang deze campagne uit de lucht zal duren. Het bewind van president Musharraf moet zich verweren tegen de fundamentalisten op straat en de vluchtelingen aan de grens. Deze sleutelfiguur ziet de bombardementen liever gisteren dan vandaag gestaakt. Voor de Saoedische partner geldt hetzelfde.

De Talibaan zijn de strijd aan het verliezen, bij honderden of duizenden lopen hun soldaten over, melden bronnen die niet gecontroleerd kunnen worden. Het doet in de verte denken aan generaal Westmoreland die regelmatig meldde dat de oorlog in Vietnam binnen een paar weken afgelopen kon zijn. Laten we het van de gunstige kant bekijken: de Talibaan worden verslagen, binnen een paar maanden. Wat dan? Is daarmee het terroristisch netwerk opgeheven? Vraag het de generaals.

De militaire campagne, zoals die nu verloopt, is in diplomatiek en politiek opzicht contraproductief. Dat is ook te merken aan de reacties bij sommige Europese bondgenoten. Alle bombardementen zijn weerzinwekkend. Ze worden dat des te meer naarmate ze langer duren terwijl de doelen niet bewijsbaar worden getroffen en er meer weerloze slachtoffers vallen. Geen militaire rechtvaardiging is tegen zo'n iedere dag opnieuw wereldwijd vertoond schouwspel opgewassen. Via de publieke opinie zullen op deze manier op den duur ook de trouwste bondgenoten Washington ontglippen. En dan blijft de reactie in Amerika zelf nog buiten beschouwing. Met woedende menigten in verre hoofdsteden en een twijfelend thuisfront begint Washington, al aanvallend, het initiatief te verliezen.

De tegenstander is tot dusver verstandiger en vooral sluwer gebleken dan onze leiders hadden verondersteld. Hij kent de zwakke plekken van de westerse samenleving. Hij weet hoe vatbaar ze voor paniek is. De `miltvuur-campagne' heeft van de 600 miljoen mensen in het Westen er misschien tien geraakt en één slachtoffer gemaakt. Maar de dreiging is precies op de juiste doelen gericht: vooraanstaande politici en een zeer bekende anchorman, Tom Brokaw van NBC. Samen met Dan Rather van CBS hoort hij tot de belangrijkste opiniemakers, zoniet de orakels van de Amerikaanse televisie. De poeder-aanslag op Brokaw (die een redacteur van het programma heeft getroffen), is uit het oogpunt van psychologische oorlogsvoering geniaal. Ieder postkantoor verandert in een van binnen uit bedreigde vesting; iedere brief, ieder pakketje wordt verdacht. En als deze vorm van biologische terreur mogelijk blijkt te zijn, als daarmee het publiek de stuipen op het lijf kan worden gejaagd, wat, vraagt het zich dan af, kan er nog meer gebeuren?

Osama bin Laden heeft tot dusver meer aan geloofwaardigheid gewonnen dan de politieke leiders van het Westen. In zijn grot, machinegeweer op zijn knieën, laat de multimiljonair met 48 kinderen zich filmen. Hij geeft de islamieten overal ter wereld de raad, voorlopig niet in vliegtuigen te gaan zitten of hoge gebouwen binnen te gaan. Het valt mee dat hij er niet aan toevoegt dat ze voorlopig geen post meer moeten openmaken. De dreiging treft doel. Het effect van de daadwerkelijke terreur wordt met woorden gekwadrateerd.

Aan beide zijden van dit onzichtbare front verliezen op deze manier de officiële politieke leiders het vertrouwen van de massa's. Hier raakt men zienderogen de kluts kwijt; dáár bestaat het gevaar dat woedende menigten niet meer te beheersen vallen. Zij willen revoluties; wij bevinden ons in het voorportaal van de paniek. En dan is er nog een gevaar: dat uit dit begin van radeloosheid en pessimisme in een periode van economische neergang een werkelijke recessie zal ontstaan. Een toestand van voortgezette gewelddadige en psychologische terreur door een ongrijpbare vijand, met een algemeen verlies van economische zekerheid komt binnen de grenzen van ons voorstellingsvermogen. De gevolgen die deze combinatie zou hebben, vallen er nog buiten.