Verzand in goede bedoelingen

Buslijnen worden vanaf dit jaar geveild. Iedereen mag bieden. Maar de voorsprong van de zittende vervoerder is groot. Nieuwkomers maken weinig kans. Al zijn er uitzonderingen.

Buschauffeur Klaas Visser (41) stopt bij bushalte Midsland op Terschelling. Een vrouw stapt in. Haar man staat achter haar. Hij had zijn vishengel in de bus laten liggen. Visser vraagt hoe laat ze waren ingestapt en wie de buschauffeur was. Dat moet Carolien zijn geweest. ,,Jazeker'', meldt die even later door de mobilofoon. De hengel is gevonden. Over twintig minuten zal die bij deze halte worden afgeleverd. De gezichten van het echtpaar klaren op.

Visser is al twintig jaar buschauffeur op het eiland. Zijn vader had er een taxibedrijf. Eerst werkte Visser voor het Friese busbedrijf Fram. Dat werd overgenomen door het grotere Veonn. Begin jaren negentig nam het Britse Arriva dat bedrijf weer over. Voor de busreizigers heeft het niets uitgemaakt, zegt Visser: de bussen bleven dezelfde, de dienstregeling werd niet aangepast, hetzelfde personeel, dezelfde uniformen.

Dat bleef zo toen de Friese Waddeneilanden als proef dienden voor een nieuwe ontwikkeling: de vrije markt in het busvervoer. Elk bedrijf – van taxionderneming, horeca- tot aannemersbedrijf – kon zich inschrijven om de bussen op het eiland te mogen rijden. Verscheidene bedrijven toonden belangstelling. Maar alleen Arriva en TCR schreven zich in. Arriva, dat er al zit, voor alle eilanden. Het Zeeuwse taxibedrijf TCR alleen voor Vlieland.

Twee jaar geleden besloot Den Haag dat er tussen busbedrijven concurrentie moest komen. De busbedrijven in Nederland kregen jaarlijks zo'n twee miljard gulden aan subsidie, maar reizigers kregen daar geen goede service voor. Een groot overheidsbedrijf als Connexxion moest zich daarom opsplitsen in kleinere bedrijven. Toen dat nog geen concurrentie bracht, kwam Den Haag met een nieuwe maatregel. Het busvervoer zou worden aanbesteed. Om te beginnen eenderde van het busvervoer. Aanbesteed door lokale overheden. Het busbedrijf dat voor een bepaald subsidiebedrag de meeste service, de mooiste bussen of de beste dienstregeling zou kunnen bieden, kreeg het vervoer in handen. Voor drie jaar.

Betrokkenen zeggen dat bij iedere aanbesteding de zittende vervoerder een voorsprong heeft op nieuwelingen. Hij kent immers zijn gebied haarfijn, bezit informatie over het aantal reizigers, kent de frequentie en tijden waarop ze het meeste gebruik van de bussen maken, en is dus in staat een betere offerte te doen. Daarnaast kent hij de opdrachtgever goed. De vervoerder en de gedeputeerde zitten regelmatig met elkaar om de tafel. De provincie of gemeente weet wat ze aan de vervoerder heeft en andersom. Als er veel klachten en wrijvingen zijn kan dat natuurlijk tegen de zittende vervoerder werken, maar in de meeste gevallen werken vervoerder en lokale overheid prima samen.

Nadeel voor een nieuwkomer is bovendien dat de periode tussen de gunning en het moment dat de vervoerder moet gaan rijden vaak erg kort is. Tot nu toe hebben bij de drie aanbestedingen die hebben plaatsgehad nog geen echte machtswisselingen plaatsgevonden. Arriva won de aanbesteding op de Waddeneilanden, en dus blijven de bussen van Arriva daar gewoon rijden. De enige uitzondering is Vlieland, waar het Zeeuwse taxibedrijf TCR de aanbesteding won.

Toch moet Cees Hage van TCR, die twee weken geleden vernam dat hij op Vlieland mag gaan rijden, over drie maanden daar al beginnen. De levertijd van bussen is een half jaar. Hij moet dan ook nog personeel aantrekken. Hage begrijpt waarom er zo weinig andere aanbieders waren. ,,De bestekeisen zijn vrij hoog. De risico's voor de reizigersopbrengsten liggen bij de vervoerder en de subsidie is laag. Ook worden hoge eisen gesteld aan de kredietwaardigheid en de bankgarantie'', zegt hij.

De provincie Friesland had gehoopt dat lokale ondernemers op de Waddeneilanden een bod op het busvervoer zouden doen. ,,Wij hebben het nog overwogen'', zegt buschauffeur Klaas Visser. Een oud-collega uit de Fram-tijd had aangeboden de organisatie op zich te nemen. Die oud-collega was indertijd naar Hongkong overgeplaatst om daar het busvervoer op te zetten en verdient nu ,,twee, drie ton per jaar''. Visser: ,,Alleen zijn salaris was voor ons al niet te betalen geweest. Dan heb je het nog niet eens over de nieuwe bussen en alle andere investeringen. En dat voor drie jaar. Dat haal je er nooit uit.'' De buschauffeurs op Terschelling hebben het bestek niet eens opgevraagd.

Busondernemingen Connexxion en BBA deden dat wel, en zij trokken dezelfde conclusie als de Terschellingse buschauffeurs: het risico is te groot. Connexxion, vele malen groter dan Arriva, meent dat het Waddengebied helemaal niet geschikt is voor aanbesteding. Volgens een woordvoerder van Connexxion had niemand een kans gemaakt. Het bestek is opgebouwd rondom de aankomst- en vertrektijden van de veerboten. De woordvoerder: ,,We hebben contact opgenomen met de rederijen, maar die werkten al samen met Arriva, zeiden ze. Dan houdt het voor ons op.'' De buschauffeurs van Terschelling hadden twee jaar geleden al kunnen vertellen dat Arriva de aanbesteding zou winnen, zeggen zijzelf.

Voor nieuwkomers op de eilanden is er namelijk een bijkomend probleem. De busstallingen, de was-, en de onderhoudsplaats op de eilanden zijn in het bezit van Arriva. En nieuwe busstallingen kunnen niet gebouwd worden. Daar is geen ruimte en dus geen vergunning voor. De provincie Friesland had daar een oplossing voor. Als de gemeente nu eens het onroerend goed van Arriva zou overnemen en dat aan de winnende vervoerder zou verhuren? ,,Dat wilden we ook'', zegt burgemeester J.T. van Beukering-Dijk van Terschelling. De gemeente had het aan de financieel directeur van Arriva voorgesteld en die zei dat het een goed idee was. ,,Toen kwam er een nieuwe financieel directeur en die zei `nee'. Daar doe je als gemeente niets aan.'' En een nieuwe busstalling bouwen is volgens de burgemeester vrijwel onmogelijk. ,,We hebben al last van woningnood. Voor de andere eilanden geldt hetzelfde.''

Hage van het Zeeuwse TCR gaat ervan uit, nu hij op Vlieland van Arriva heeft gewonnen, dat hij de faciliteiten van Arriva wel kan overnemen. ,,Anders moeten we alsnog iets anders zoeken. Dan moeten we tanken bij een pompstation van de gemeente, onderhoud kan wel op het vasteland, in Friesland.'' Maar Arriva zegt niet bereid te zijn zijn faciliteiten op Vlieland aan TCR te verkopen.

In de Hoeksche Waard waren Arriva en BBA de nieuwkomers. Ook zij kregen maar drie maanden de tijd om een stalling te vinden, als ze zouden winnen. Hierdoor waren ze gedwongen in ieder geval een optie te nemen op een stuk grond. Maar dan nog had Connexxion, dat daar al zat, een voorsprong gehad. Een woordvoerder van BBA: ,,We hadden verder weg moeten gaan zitten en dat scheelt behoorlijk in rijtijden.''

Ook Connexxion is kritisch over de liberalisering. ,,Het heten Europese aanbestedingen te zijn'', zegt een woordvoerder van Connexxion, ,,Maar er hebben zich nog geen buitenlandse bedrijven gemeld. Die kopen liever bestaande bedrijven op, dat gaat veel makkelijker.'' Voor buitenlandse bedrijven is het niet aantrekkelijk om mee te bieden. De regels zijn te ingewikkeld, de eisen streng. De winnaar moet bijvoorbeeld het personeel van de zittende vervoerder overnemen. Dat hoeft in de meeste andere Europese landen niet. Verder is een vervoerder gebonden aan ingewikkelde tariefsystemen, zoals bijvoorbeeld afspraken over de strippenkaart en de OV-Studentenkaart.

Volgens financieel directeur Anne Hettinga van Arriva is het niet waarschijnlijk dat het streven van de overheid om eenderde van het busvervoer aan te besteden wordt gehaald. ,,Ik ken de aanbestedingskalender, en er zal nog heel wat moeten gebeuren.'' Arriva wil door middel van de aanbestedingen de grootste busvervoerder worden. Nu heeft het ongeveer eenvijfde van de markt in handen. Maar het busbedrijf is sceptisch, omdat de meeste provincies en gemeentes met de inschrijving aarzelen.

Burgemeester Van Beukering-Dijk van Terschelling zegt dat van haar het busvervoer op het eiland niet hoeft te veranderen, ,,Het is wel goed zo.'' Gedeputeerde P. Bijman van Friesland is juist tevreden. ,,We hadden graag wat meer aanbieders op de Waddeneilanden gehad'', zegt hij, ,,maar in de Hoeksche Waard hebben ook maar drie vervoerders geboden. Voor het stadsvervoer in Leeuwarden twee.''

Nu Arriva de concessie op de Waddeneilanden heeft gewonnen, op Vlieland na, krijgen de buschauffeurs nieuwe uniformen en nieuwe bussen. Dat eiste de provincie in het bestek. Maar buschauffeur Visser zegt dat hij het eerst nog moet zien. Nieuwe bussen van Arriva rijden altijd eerst aan wal . Pas als ze een bepaald aantal kilometers hebben gemaakt gaan de bussen naar de eilanden. En als ze daar een aantal jaren dienst hebben gedraaid, ,,gaan ze naar Roemenië'', schampert hij.

Arriva heeft Terschelling vier nieuwe bussen beloofd, maar volgens Visser is dat niet rendabel. Hij legt uit: Een bus maakt normaal gesproken 150.000 kilometer per jaar. Op Terschelling maakt een bus 40.000, hoogstens 50.000 kilometer per jaar. In tien jaar tijd heeft een bus op Terschelling dus een half miljoen in plaats van de normale anderhalf miljoen kilometer op zitten. Visser: ,,In het begin zal Arriva er alles aan doen om het vervoer hier netjes neer te zetten, ze hebben hun naam op te houden. Maar ik voorspel dat ze al na twee jaar de nieuwe bussen terug naar wal zullen brengen''.