Uitbreiding aantal medische studenten is onverantwoord

De bestaande medische faculteiten zijn niet in staat mee te werken aan de opleiding van honderden extra artsen, waartoe het kabinet heeft besloten. Bovendien zal uitbreiding van het aantal medische studenten maar nauwelijks effect hebben op de problemen van wachtlijsten en wachttijden, meent P.E. Postmus.

Een van de maatregelen om de lastige kostenpost `volksgezondheid' zoveel mogelijk te beperken was het instellen van de numerus fixus voor de studie geneeskunde. Mede daardoor kon het zorgaanbod worden beperkt en daarmee ook de kosten. Helaas had dit ook onaangename gevolgen: lange wachtlijsten en wachttijden. Nu is eindelijk het besef in Den Haag doorgedrongen dat het anders moet.

Hoewel ik als vader van een inmiddels vier keer uitgelote, maar nog steeds zeer gemotiveerde, zoon blij ben dat er nu voor hem nieuwe kansen komen, betwijfel ik als hoogleraar-medisch specialist in een academisch ziekenhuis sterk of het allemaal zo makkelijk zal gaan als nu wordt voorgesteld.

Het academisch ziekenhuis is voor medisch specialisten potentieel een interessante werkomgeving wegens wetenschappelijk onderzoek en/of zeer specialistische patiëntenzorg. Een beperkte onderwijstaak hoort daarbij. Door de relatief slechte beloning in de academische ziekenhuizen en de grote vraag naar medisch specialisten in de algemene ziekenhuizen is inmiddels ruim tien procent van de plaatsen voor medisch specialisten niet bezet. De uitstroom gaat door waarbij vooral jonge medisch specialisten niet kiezen voor een carrière in een academisch ziekenhuis.

Uit frustratie over de beperkte mogelijkheden om in de academische ziekenhuizen adequate patiëntenzorg te verrichten, onder meer door gesloten operatiekamers en verpleegafdelingen, kiezen inmiddels ook zeer ervaren medisch specialisten veel sneller voor een functie in de algemene ziekenhuizen.

Verder wordt het doen van wetenschappelijk onderzoek steeds moeilijker door de door vacatures te grote patiëntenzorgtaak, de al sterk toegenomen onderwijslast en te weinig geld. Ten slotte is het huidige curriculum met kleinschalig onderwijs in de medische faculteiten zeer arbeidsintensief. Een voorzichtige schatting is dat ongeveer zevenhonderd mensjaren werk van medisch specialisten en preclinici (zoals fysiologen en celbiologen die studenten basiskennis eigen maken) nodig zijn voor onderwijs (tenminste tien procent van de werktijd van drieduizend medisch specialisten en vijftig procent van de werktijd van achthonderd andere academici).

Dit alles maakt duidelijk dat het in de huidige situatie al moeilijk is te voldoen aan de onderwijstaak van de medische faculteiten. Uitbreiding van het aantal medische studenten met bijna vijftig procent binnen enkele jaren betekent op korte termijn zeker 350 mensjaren extra inzet van medisch specialisten en preclinici. Zonder een sterke toename van het aantal medisch specialisten betekent deze extra onderwijslast nog minder tijd voor wetenschappelijk onderzoek en top-patiëntenzorg van de al onderbezette medische staven.

Het openen van een medische faculteit elders is ook geen oplossing. Het is een illusie te denken dat dit snel kan en bovendien zullen daarvoor docenten moeten worden gevonden. Ik betwijfel of de gemiddelde medisch specialist in een algemeen ziekenhuis dat een aantrekkelijke baan zal vinden. Daarom vrees ik dat er gerekruteerd zal worden uit de al onderbezette staven van de acht medische faculteiten en academische ziekenhuizen. Dat zal een contraproductief effect hebben.

Om de uitbreiding van de studie geneeskunde succesvol te laten verlopen moet de minister de volgende maatregelen nemen:

De arbeidsvoorwaarden in een academisch ziekenhuis en medische faculteit zo verbeteren dat de uitstroom van medisch specialisten omslaat in instroom.

Het werken in een academisch ziekenhuis moet ook voor verpleegkundigen, operatiekamer- en anesthesieassistenten zo aantrekkelijk worden dat er een grote toestroom ontstaat waardoor de leegstaande operatiekamers en bedden weer optimaal gebruikt zullen gaan worden. Medisch specialisten in de academische ziekenhuizen kunnen dan weer vooral dat doen waar ze goed in zijn: top-patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek. De beperkte onderwijstaak is dan voor de medisch specialist geen enkel probleem.

Voldoende geld beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek.

Zorgen voor een infrastructuur die efficiënt werken mogelijk maakt.

Zorgen dat de bedden niet verstopt raken door patiënten die na de behandeling veel beter in een verpleeg- of verzorgingshuis verder geholpen kunnen worden.

Invulling geven aan de spilfunctie van het academisch ziekenhuis in de regio.

Voldoende geld beschikbaar stellen voor het opleiden van co-assistenten in de algemene ziekenhuizen.

Het opleiden van meer artsen heeft pas over tien jaar effect op het zorgaanbod. Het probleem van dit moment zijn de wachtlijsten en wachttijden. Dit is maar ten dele het gevolg van het artsentekort maar vooral het tekort aan ondersteuning. Waarom hebben zoveel verpleegkundigen de zorg verlaten? Waarom zijn veel van de opleidingsplaatsen voor verpleegkundigen ook dit jaar weer niet opgevuld?

Hét probleem is het slechte imago van werken in de zorg. Jarenlang politiek wanbeleid heeft hiervoor gezorgd. Als we dit willen veranderen zullen we ook moeten kijken naar de inhoud van de functies van alle werkers in de zorg. Past de functie bij de genoten opleiding? Heeft iemand nog perspectief in de huidige functie en zo niet, hoe creëren we dat? Meer concreet: zijn alle taken van artsen echt artsentaken, zijn taken van verpleegkundigen de juiste taken?

Er moeten mogelijkheden worden geschapen van functiedifferentiatie binnen alle beroepsgroepen en dat is iets dat de beroepsgroepen samen moeten doen. Ook hiervoor zijn de academische ziekenhuizen bij uitstek de plaats waar over deze vormen van substitutie van taken nagedacht en geëxperimenteerd kan worden. Wederom, dat kan alleen als er voldoende personeel is. Dat betekent dat er op korte termijn op grote schaal verpleegkundigen moeten instromen in de academische ziekenhuizen en dat medisch specialisten actief bereid moeten zijn taken af te stoten aan specialistische verpleegkundigen.

Voor dit alles is het bieden van een met het bedrijfsleven concurrerende beloning de eerste voorwaarde. Pas dan zal het imago van het werken in de zorg kunnen verbeteren en zal de productiviteit in de zorg verbeteren. Daarna blijft het de vraag of het op zeer grote schaal toelaten van veel meer studenten tot de studie geneeskunde nog wel nodig is.

Prof. dr. P.E.Postmus is hoogleraar longziekten aan het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit te Amsterdam en voorzitter van de Kamer van Academisch Specialisten van de Orde van Medisch Specialisten.