Strips van grote kwaliteit

Het kan dus nog steeds, denk je als je de nieuwe, vierde editie van het Canadese striptijdschrift/koffietafelboek Drawn & Quarterly ziet. Ondanks alle gesomber uit de (Amerikaanse) stripindustrie en geheel tegen de tijdgeest in maakt Drawn & Quarterly zich wederom sterk voor de goede smaak met een mix van oude en nieuwe, Amerikaanse en Europese strips. Het is vooral die combinatie die dit jaarlijkse tijdschrift zo bijzonder maakt.

De hoeveelheid vergeelde, Amerikaanse krantenstrips die wordt herdrukt is op een hand te tellen, terwijl er nog archieven vol prachtige dingen moeten liggen. Daarom pakt Drawn & Quarterly uit met 30 pagina's van Gasoline Alley. Hoewel deze strip over de vrijgezel `Uncle Walt', die een kind moet opvoeden er natuurlijk gedateerd uitziet (uit de periode 1922 tot 1925) wordt meteen duidelijk waarom verzamelaars zoveel betalen voor losse Gasoline Alley-pagina's. De grappen zijn goed opgebouwd en vertederend en de dromerige wereld die tekenaar Frank King neerzette is, net als in Little Nemo, een verademing vergeleken met veel strips van tegenwoordig.

Een ander staaltje archiefwerk is de verzameling propagandaposters die vormgever Harry Mayerovitch in de jaren veertig ontwierp voor de Canadese National Film Board. Wie even was vergeten wie Mayerovitch ook alweer was, kan voorafgaand aan de prachtige, nostalgische affiches lezen hoe hij verzeild raakte bij John Griersons propaganda-apparaat. Het is goed te zien dat Mayerovitch was beïnvloed door de Russische avantgarde uit de jaren twintig. Weinig details, maar krachtige ontwerpen met knallende kleuren brachten de oorlogsboodschap (filmaffiches als `Wounded in action' en `The labour front') luid en duidelijk over.

Omdat buitenlandse strips maar mondjesmaat worden vertaald voor de Amerikaanse markt, neemt Drawn & Quarterly ook die taak op zich. Daarom een kort zwart-witverhaal van de Fransman Blutch en een integrale weergave van The adventures of Hergé van Stanislas. Omdat dit boek vorig jaar in Nederland werd uitgegeven als De avonturen van Hergé is dit voor Nederlanse lezers minder interessant. Samensteller Chris Oliveros plaatst niet een of twee episodes, om de Amerikanen te laten snuffelen aan dit overzeese talent dat hij heeft ontdekt, zoals je zou verwachten bij een tijdschrift, maar maakt een losse boekuitgave overbodig door gewoon 60 pagina's in te ruimen. Dat getuigt van lef en bijzonder veel zelfvertrouwen.

Als enige hedendaagse Amerikaanse tekenaar sluit Ron Rege Jr. deze bundel af met een paar bizarre pagina's die zijn reputatie als een van de meest veelbelovende stripkunstenaars onderstrepen. Deze korte verhalen werken echter minder goed dan het lange (254 pagina's) verhaal `Skibber Bee-Bye' dat vorig jaar verscheen. Het laat wel weer zien waar Drawn & Quarterly voor staat: alleen echt bijzondere dingen komen er in. En niet alleen het nieuwste van het nieuwste op grafisch gebied, maar een sandwichformule van alles wat de strip te bieden heeft.

De kracht en de lezenswaardigheid van het blad zijn volledig afhankelijk van de feilloze keuzes die Chris Oliveros maakt. En dat is ook weer een van de vele overeenkomsten met het legendarische blad RAW, dat in de jaren tachtig door Art Spiegelman werd uitgegeven en waarmee Drawn & Quarterly steevast wordt vergeleken. Ook daarin werden Amerikanen en Europeanen gebroederlijk naast elkaar gepubliceerd, omdat de samensteller alleen publiceerde wat hij interessant vond. Drawn & Quarterly is minder gericht op de avantgarde zoals RAW, maar betrekt ook het verleden erbij. Oliveros is wel net zo'n eigenwijze uitgever als Spiegelman en heeft net zo'n goede neus voor kwaliteit.

Drawn & Quarterly, nr 4. Uitgeverij Drawn & Quarterly, Canada, 160 blz, kleur. Prijs $ 24,95. Zie ook www.drawnandquarterly.com