Rijmen in de grabbelton

Hoe hij op het idee voor deze nieuwe versvorm is gekomen, zou Drs. P werkelijk niet meer weten. ,,Het zal wel een van de ingevingen zijn geweest die mij soms overkomen'', gist hij desgevraagd. Vast staat alleen dat de grabbelton hem al enkele jaren geleden te binnen is geschoten, want hij publiceerde er toen een paar in het tijdschrift De Tweede Ronde. ,,En ik weet nog wel dat ik dacht: daar zou ik eigenlijk wel mee door kunnen gaan.''

Dezer dagen verschijnt zodoende de bundel Grabbelton, waarin de dichter-zanger de gelijknamige versvorm introduceert. In de kern gaat het om een vijfregelig versje met het rijmschema abaab en een slotrijmwoord, waarin alle letters uit de voorgaande rijmwoorden kunnen worden teruggevonden. De bundel opent met een verhoudingsgewijs eenvoudig voorbeeld, dat aanschouwelijk demonstreert welke poëtische vergezichten zijn nieuwe vinding schept:

Het uitzicht is als van een hoge toren

veel weidser dan toen ik de klim begon

Nu zie ik tal van onderwerpen gloren

Ik ben verliefd tot over beide oren

Op deze nieuwe vorm, de grabbelton

In één opzicht onderscheidt deze versvorm zich van vorige, die door Drs. P zo geestdriftig werden gepropageerd. In tegenstelling tot de clerihew of de ollekebolleke, de ghazel of de pantoum, is de voornaamste vereiste dit keer immers niet controleerbaar voor wie alleen op het gehoor van zo'n vers kennis neemt. Slechts als de tekst zwart op wit wordt gezien, is bijvoorbeeld in het voorgaande versje na te gaan dat het woord grabbelton inderdaad alle letters bevat die reeds in de vorige rijmwoorden werden gebruikt.

En zo kunnen ook de kwaliteiten van het eindrijmwoord in het volgende vers niet zonder de aanblik van de afgedrukte tekst op hun waarde worden geschat:

,,Je favoriete kostje!'' kweelde oma

Dus opa gaf gevolg aan deze roep

Kwam binnen en genoot van het aroma

Doch na de eerste hap viel hij in coma

Wat zat er in de macaronisoep?

,,Het vinden van dat laatste woord is natuurlijk ook de eerste opgave'', beaamt de nu 82-jarige plezierdichter. ,,Je moet er rekening mee houden dat er enigszins bruikbare letters voor andere rijmwoorden in voorkomen. Maar een erg bijzonder woord, zoals het zeslettergrepige woord dat nodig is voor de ollekebolleke, hoeft het in dit geval niet te zijn. Meestal is een lang woord met geschikte letters al voldoende.''

In één geval slaagde hij er echter wel in het eindrijmwoord een verrassend autobiografische lading te geven, waarin iets wordt prijsgegeven over de particulier H.H. Polzer, die zich doorgaans schuilhoudt achter het schrijverspseudoniem:

Hij gaat zich niet te buiten aan geschater

Ofschoon hij vrolijkheid onmisbaar acht

Al ziet hij graag een waterval of krater

Hij is tevreden met een mooie kater

En woont al jaren aan de Keizersgracht

Maar hij zou Drs. P niet zijn, als daarmee het volledige verhaal was verteld. Desgewenst kan de dichter het zichzelf namelijk nog moeilijker maken door de grabbelton de vorm van een lobbertang te geven. In dat geval is het eerste rijmwoord een anagram van het laatste. Niet ten onrechte duidt de bard deze perfectionering in zijn inleiding aan als ,,schriftelijke heldenstrijd''. En mondeling voegt hij eraan toe de lat voor zichzelf nu eenmaal graag zo hoog mogelijk te leggen. ,,Als het maar niet ontaardt in flauwekul en wartaal.''

Voor masochisten zijn er geselteven

Naast onze bakker, hoor ik, woont er een

Die goedbetaalde service schijnt te geven

Ze is dan ook tevreden met haar leven

Al krijgt ze na haar dood geen gevelsteen

Intussen zal de eenvoudigste vorm van de grabbelton voor de gemiddelde plezierdichter echter al moeilijk genoeg zijn.

Drs. P: Grabbelton. Nijgh & Van Ditmar, ƒ22,04