Niet alle culturen zijn gelijkwaardig

Na de terreuraanslagen van 11 september wordt gepleit voor tolerantie jegens andere culturen dan de westerse. Sommigen gaan verder en zeggen dat alle culturen gelijkwaardig zijn. Maar dat is onzin, meent Paul Cliteur.

Bij de opening van de Mevlana-moskee in Rotterdam verklaarde burgemeester Opstelten dat door de media ten onrechte een verband wordt gelegd tussen aanslagen en islam: ,,Alsof moskeeën broedplaatsen zijn van verkeerde ideologieën. Dat is natuurlijk niet juist. Het getuigt van lafhartigheid dat terroristen religie misbruiken om hun woede te koelen op onschuldige burgers'', aldus Opstelten.

Ongetwijfeld, maar waarvan zijn moskeeën dan wel broedplaatsen? Het is een beetje naïef te denken dat in moskeeën (en trouwens ook kerken) alleen wordt gebroed op ideeën als naastenliefde, broederschap en verzoening tussen de volkeren. Religie, niet alleen de islam, maar ook het christendom is heel vaak een bron geweest van vrouwonvriendelijke ideeën, van racisme, van gelatenheid en andere zaken die niet allemaal als schone idealen en deugden zijn te beschouwen. Noch de bijbel, noch de koran is een vroege versie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Natuurlijk, hedendaagse gelovigen en ook vele deskundigen (theologen en arabisten) doen hun best democratie, rechtsstaat, mensenrechten en allerlei andere emancipatoire idealen in de tekst van deze heilige geschriften te lezen, maar daarvoor zijn zeer ingewikkelde hermeneutische kunstgrepen nodig. De meest gevolgde richtlijn voor modernistische uitleg is de volgende. Staat er in de schrift `heb uw naaste lief' dan is dat letterlijk zo bedoeld. Staat er `verbrand de heks' of `sla uw vrouw' dan moeten we dat óf in de geest van de tijd zien óf symbolisch verstaan.

De vrijzinnige omgang met de schrift is dus het voortdurend meten met twee maten en de constructie van zowel het `moderne christendom' als ook de `moderne islam' levert een vorm van hypocrisie op: wat prettig klinkt voor de hedendaagse oren mag blijven staan, wat onprettig klinkt wordt herschreven. Fundamentalisten hebben volledig gelijk wanneer zij deze omgang met de heilige schrift afwijzen en doodleuk stellen: ,,Ik kan de heilige schrift ook niet veranderen.'' Dat zei bijvoorbeeld El Moumni toen hij homoseksualiteit als in strijd met de islam afwees.

Toch werpt Opsteltens betoog in één opzicht natuurlijk wel een belangrijke vraag op: hoe moeten we in de multiculturele samenleving omgaan met zoveel verschillende culturen, religies en levensbeschouwingen? Elke samenleving is gebaseerd op een zekere mate van consensus over uitgangspunten. Komt die consensus te ontvallen dan is de sociale cohesie zoek. Het antwoord van de burgemeesters en ook dat van opperburgemeester Wim Kok op deze vraag is eigenlijk dit: vermijd conflicten, ga discussies uit de weg. Nu is dat niet zo eenvoudig, want in de hedendaagse cultuur is men eraan gewend geraakt alles te kritiseren. We leven in een cultuur met een verpletterende openheid en nagenoeg onbegrensde mogelijkheden tot debatteren en discussiëren. Elke avond is een keur van praatprogramma's te bekijken, elke week rollen opiniebladen van de pers, op internet valt een grote hoeveelheid discussiesites te bezoeken en het is dus uitermate moeilijk op dit punt de geest in de fles te krijgen. Toch wordt daar wel aan gedacht door de burgervaders en zij doen dat met een beroep op een ogenschijnlijk mooi ideaal.

Voor godsdiensten en culturen, zo zeggen zij, dient men respect te hebben. Alle culturen en godsdiensten zijn in wezen gelijkwaardig. Beschouwingen over de waarde van culturen en de waarde van godsdiensten verklaart men taboe. Beschouwingen over de islam worden afgedaan als stemmingmakerij of zelfs als ophitserij. Zo zij überhaupt al gepast zijn, dan zeker niet nu. Daarmee komen we aan de kern van het verwijt dat Opstelten aan `de media' maakt, zonder daarbij overigens te willen aangeven welk medium hij in gedachte heeft of om welke uiting het hem precies gaat. Het is dan ook volledig begrijpelijk dat Ron Abram, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, zegt met de uitspraken van Opstelten niet veel te kunnen.

Het is zeer de vraag of deze `alle-culturen-zijn-gelijkwaardig-stelling' op redelijke gronden verdedigd kan worden. Het is de stelling van het cultuurrelativisme dat stelt dat alle culturen gelijkwaardig zijn. Men kan niet vanuit de ene cultuur de andere beoordelen. Onze burgemeesters en de intellectuele elite die sinds de jaren zestig de toon aangeeft in het openbaar bestuur, zijn geheel in de ban van dit cultuurrelativisme. Het klinkt ook zo mooi: tolerantie, ruimdenkendheid, afkeer van etnocentrisme en kolonialisme. Hebben we geen leergeld betaald met westers superioriteitsbewustzijn?

Toch is de stelling dat alle culturen gelijkwaardig zijn bij nadere overdenking onzin, net als het onzinnig is te stellen dat alle religies gelijkwaardig zijn. Er zijn zeer kwaadaardige culturen. Er zijn culturen waarin de vrouw wordt onderdrukt. Culturen waar draconische straffen staan op lichte vergrijpen. Culturen waarin de vrouw wordt verbrand wanneer de echtgenoot overlijdt. Culturen waarin een vrouw wordt gestenigd als zij verkracht is. Enzovoorts.

Het is ook volledig onjuist, zoals de cultureel antropologen dachten, dat tolerantie noodzakelijk samenhangt met cultuurrelativisme. Integendeel. Tolerantie betekent `verdraagzaamheid'. Het is de houding van iemand die zelf wel degelijk eigen waarden heeft, zelf ook denkt dat zijn eigen waarden superieur zijn aan die van anderen, maar die de anderen toch in de mogelijkheid stelt hun visie te ventileren. Tolerantie is opschorting van eigen oordeel, niet de abdicatie van eigen oordeel.

De denkfout waarvoor de cultuurrelativisten bezwijken is dat zij op grond van het inzicht dat mensen gelijkwaardig zijn stellen dat ook alle producten van die mensen gelijkwaardig moeten zijn: hun cultuur. Dat is een gevaarlijke, zij het verleidelijke denkfout. Het is dus ook niet juist dat men voor alle culturen gelijk respect zou moeten hebben. Respect dient men alleen te hebben voor mensen.

Nu bestaat van het cultuurrelativisme een soort `agnostische variant'. Men stelt dan: ,,Je hebt gelijk, culturen zijn niet gelijkwaardig. Maar elke bestaande cultuur is een mengsel van goed en kwaad. Je kunt niet één cultuur eruit lichten – je eigen cultuur bijvoorbeeld – en die superieur achten aan alle andere.'' Dat lijkt een aantrekkelijk standpunt. In de Arabische cultuur komt weliswaar steniging voor, maar de westerse cultuur heeft haar holocaust. De hindoeïstische cultuur kent weduwenverbranding, maar de eskimo's laten hun ouden van dagen in de sneeuw achter. Er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan.

Dat is juist, maar toch kan ons dat niet ontslaan van generaliserende oordelen over hele culturen. We maken die ook. Wie zegt ,,de nazi-cultuur mag je niet veroordelen op één misstap, maar moet je ook beoordelen op de voortreffelijke autobanen'' roept terecht irritatie op. Niemand heeft bezwaar tegen het oordeel ,,de cultuur van het Derde Rijk was misdadig''.

Precies datzelfde kan men ook zeggen van andere culturen. Het staat een feminist vrij en het is ook redelijk te stellen dat de islamitische cultuur niet vriendelijk is voor vrouwen. Het geeft geen pas dat een vrome burgervader dan komt vertellen dat we niet mogen generaliseren over een godsdienst, omdat hij een islamitische man kent wiens vrouw geen sluier draagt of dat we moeten onderscheiden tussen Turkse en Marokkaanse islam.

Het is ook zeer de vraag of de apaiserende houding die ons door de burgemeesters wordt aanbevolen op de lange termijn een gezonde basis is voor een vitale democratische rechtsstaat. De beschavingsgeschiedenis is een geschiedenis die doortrokken is van discussie. In beginsel moet daarbij zo min mogelijk worden ontzien. Natuurlijk is het zeer kwetsend geweest voor godsdienstige gevoelens dat Galileo niet de aarde, maar de zon tot middelpunt van het universum verklaarde. Natuurlijk was het een enorme slag voor het op de bijbel, in het bijzonder op Genesis, gebaseerde wereldbeeld toen het scheppingsverhaal ten prooi viel aan de evolutieleer van Darwin. En natuurlijk is het levensgevaarlijk voor de aantrekkingskracht van een op heilige geschriften gestoelde moraal wanneer de hedendaagse ethiek deze eens op houdbaarheid onderzoekt. Maar het is nu juist de essentie van de voortgang der beschaving dat zoiets mogelijk is.

Er is dan ook niets op tegen om, zoals de Italiaanse premier Berlusconi gedaan heeft, culturen met elkaar te vergelijken en een voorkeur voor de ene of andere cultuur uit te spreken. ,,We moeten ons bewust zijn van de superioriteit van onze beschaving, een systeem dat berust op welzijn, respect voor mensenrechten en respect voor religieuze rechten – iets wat je niet hebt in islamitische landen – en politieke rechten, een systeem dat als zijn waarden begrip voor diversiteit en tolerantie kent'', zei Berlusconi. Hij zei ook dat het Westen trots moet blijven op zijn tradities van vrijheid, democratie en tolerantie. ,,Dit zijn waarden waar we trots op moeten zijn, hoeveel kritiek op de huidige ontwikkelingen er ook is van de kant van de anti-globaliseringsgroepen.''

Dit zijn eigenlijk hele gewone opmerkingen. Het is bijzonder onzinnig daarover zoveel amok te maken, zoals premier Verhofstadt gedaan heeft en onze eigen premier. Ook Prodi, voorzitter van de Europese Commissie, nam afstand van Berlusconi. Hij pleitte voor een `humaan Europa, open voor alle tradities en alle godsdiensten'. Wat Prodi in zijn quasi-ruimdenkendheid uit het oog verliest, is dat hij een kolossale tegenspraak presenteert. Wanneer je een humaan Europa wilt, dan vooronderstelt dat maatstaven van beschaving. En dat vooronderstelt, uit de aard der zaak, waakzaamheid jegens nefaste (verderfelijke) godsdiensten en tradities. Wie dat uit het oog verliest, heeft wel heel weinig geleerd van de recente geschiedenis.

Prof.dr. P.B. Cliteur is hoogleraar filosofie aan de Technische Universiteit Delft.