Lessen van een ECB-commando

Dekking, centrale bankiers, het jachtseizoen is geopend. In de VS is bankpresident Alan Greenspan allang het icoon niet meer van een jaar geleden. Zijn waterval van renteverlagingen dit jaar laat nog weinig effect zien op de economie. Critici concentreren zich op de fouten die Greenspan heeft gemaakt met het veel te rooskleurig inschatten van de Amerikaanse productiviteitsgroei, en zijn omgang met de uit hand lopende beurskoersen en investeringen. Masaru Hayami, president van de Japanse centrale bank, ligt onder vuur door zijn weigering voluit mee te werken aan de forse monetaire expansie – het aanmaken van grote hoeveelheden yen, die volgens steeds meer economen de enige uitweg is geworden om de tien jaar durende stagnatie en deflatie in Japan tegen te gaan.

Greenspan en Hayami kunnen voor een monetaire commando-opleiding aankloppen bij Wim Duisenberg, de president van de Europese Centrale Bank. Die beheerst de conferentiesluipgang, het langdurig overleven op minimale waardering en het pareren van dodelijke vragen steeds beter. Vandaag precies een jaar geleden, op 16 oktober 2000, beleefde de ECB-president zijn zwaarste oefening tot nu toe. Die dag zei hij in de Britse Times onder meer geen gecoördineerde steunoperatie voor de destijds zeer zwakke euro te verwachten, met het oog op de Amerikaanse presidentsverkiezingen een paar weken later. Een storm van kritiek brak los, de euro kelderde verder. En de ECB moest zelfs zo ver gaan om het aftreden van Duisenberg expliciet tegen te spreken.

Maar een jaar nadien zit Duisenberg er nog, en is sterker dan ooit. Afgelopen donderdag antwoordde hij op een vraag over zijn zittingstermijn, dat hij het onverstandig vindt om het leiderschap van de ECB binnen twaalf maanden te wijzigen. Dat was nogal een schok, omdat de buitenwereld er van uit was gegaan dat hij al rond juni volgend jaar `vrijwillig' zou plaatsmaken voor een Franse opvolger. Dan loopt de vierjarige termijn van de Franse ECB-vicepresident Noyer immers af, en had er een andere Fransman de ECB in moeten schuiven om het roer van Duisenberg over te nemen.

Het langer aanblijven van Duisenberg wijst vooral op een vacuüm in Frankrijk rond het aanwijzen van een opvolger, totdat de verkiezingen daar komend voorjaar achter de rug zijn. Suggesties te over: Noyer zelf, minister van Financiën Fabius, Oost-Europabankpresident Lemierre, bankpresident Trichet (lang de gedoodverfde kandidaat, tegen wie een justitieel onderzoek loopt) of zelfs de charismatische Strauss-Kahn (tegen wie in andere onderzoeken de bewijslast onvoldoende bleek). Maar zolang de tegenstander verdeeld is, heerst Duisenberg nog wat langer.