Kamer ontlaadt frustraties over Faber

De Tweede Kamer klaagt over het natuurbeleid van staatssecretaris Faber. Boeren bieden zich intussen aan als natuurbeheerders.

De Tweede Kamer is blijvend ontevreden over het natuurbeleid van staatssecretaris Faber (Landbouw en Natuurbeheer). Een acht uur durend overleg pakte gisteren uit als een ontlading van frustratie van Kamerleden. Met name CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP en SP hadden geen goed woord over de 100 miljoen extra die Faber in het kabinet heeft binnengehaald voor de aankoop van natuur.

De Kamer had in grote meerderheid om méér gevraagd: dit jaar 200 miljoen extra en daarna elk jaar 500 miljoen. Twee breed gesteunde moties van die strekking kregen vorig jaar het dynamische label ,,natuuroffensief''. Ze waren nadrukkelijk bedoeld als steun in de rug voor Faber in het kabinet: de Kamer, aangevoerd door de paarse fracties, maakte toen duidelijk de aanleg van natuur te beschouwen als prioriteit. ,,Er is niets van terecht gekomen,'' constateerde gisteren Groenlinks-woordvoerster Vos. ,,We hebben de bal twee keer op de doellijn gelegd, en de staatssecretaris heeft hem er niet in gekregen'', aldus Stellingwerf (ChristenUnie).

Faber deed er laconiek over. Inderdaad, tussen wat de Kamer wilde en wat zij heeft bereikt binnen de begroting, ,,zit een gat'', erkende ze. Maar het kabinet heeft dan ook ,,gekozen voor andere prioriteiten'': zorg, onderwijs en veiligheid. Van deze keuze was de Kamer natuurlijk ook op de hoogte, maar het was niet wat zij gisteren wilde weten van de staatssecretaris van Natuurbeheer. ,,Ik zou zo graag horen wat de staatsecretaris nu heeft gedaan binnen het kabinet voor het natuuroffensief'', probeerde Vos. Faber bleek onvermurwbaar: ,,Dat hoort u over twintig jaar of zo, als de notulen van de ministerraad openbaar worden.'' Ze verzette zich tegen de suggestie dat haar beleid alleen een kwestie is van nota's en mooie woorden. ,,Er is meer groen rond en in de steden gekomen en de biodiversiteit gaat minder snel achteruit dan afgelopen jaren'', aldus Faber.

De snibbige discussies over (het gebrek aan) inspanning en succes van de staatssecretaris overstemden de achterliggende verschuiving in de discussie over het natuurbeleid. Met de provincies, Staatsbosbeheer en organisaties als Natuurmonumenten is de overheid bezig aan een megaproject voor de aanleg en beheer van natuur. Tot 2018 loopt een miljardenprogramma om grond aan te kopen en een aaneengesloten strook aan te leggen van natuurgebieden en recreatieparken: de ecologische hoofdstructuur. Door de stijgende grondprijzen zijn jaarlijks honderden miljoenen extra nodig om op schema te blijven. Deze druk stuwt het debat in de Kamer sinds jaren voortdurend op.

De PvdA denkt met partijgenote Faber steeds nadrukkelijker aan het zware middel van onteigening, met name van boeren in de Randstad. Tegelijk wint evenwel in de Kamer de gedachte veld dat boeren een prominentere rol moeten krijgen in het natuurbeheer. Als de dure grond niet van hen gekocht hoeft te worden, is een veelvoud beschikbaar voor het beheer van natuur, redeneerde SGP-woordvoerder Van der Vlies, gesteund door CDA en ChristenUnie.

Niet toevallig presenteerde boerenorganisatie LTO vorige week een nota waarin zij agrariërs aanbiedt als de goedkoopste èn bereidwillige natuurbeheerders. LTO-voorzitter Doornbos legde daarbij een verband met de verschuivende Europese landbouwsubsidies, die steeds minder dienen ter ondersteuning van boereninkomens en steeds meer voor het platteland in het algemeen. Agrarisch natuurbeheer is de ,,nieuwe markt'', vindt LTO, met de overheid als belangrijkste geldschieter. CDA-woordvoerder Schreijer over natuurbeheer: ,,Het gaat niet alleen om natuur, maar ook om de sociaal-economische positie van de boer en de cultuur van het platteland.''