Gevecht met de tijd

Wat menigeen in Europa al kort na George Bush' verkiezing als president had vermoed, namelijk dat hij bij de eerste gelegenheid met rokende colts uit de saloon zou komen, is niet gebeurd. Integendeel, van harte, desnoods enigszins wrokkig, geeft bijna iedereen in de westelijke wereld inmiddels toe dat Bush tot nu toe zowel nationaal als internationaal behoorlijk wijs is omgegaan met de gebeurtenissen van 11 september. Misschien is de schok van die gebeurtenissen zelfs een soort blessing in disguise geweest en is de veranderde houding van de VS jegens de VN daarvan een illustratie. En zeker, stellig speelt ook de kwaliteit van Bush' adviseurs, minister Powell van Buitenlandse Zaken voorop, een grote rol. Maar dat een president goede medewerkers heeft gekozen en hun adviezen volgt, maakt hem niet minder.

Natuurlijk kijkt iedereen, en zal iedereen blijven kijken, hoe de wereldwijde gelegenheidsalliantie zich houdt die Washington heeft gesmeed voor de oorlog met het terrorisme. China, Rusland, Pakistan, India, Saoedi-Arabië, Egypte, Israël de rij van gelegenheidspartners is zó heterogeen, en sommige partners kunnen het met elkaar of de eigen bevolking nog zó moeilijk krijgen, dat de VS alleen om die reden al in een paradoxaal gevecht met de tijd kunnen raken. Washington moet immers zelf zowel vastberaden als geduldig blijven, ook wanneer nieuwe terroristische acties voor nieuwe nervositeit in de VS zouden zorgen. En in de wetenschap bovendien dat je het terrorisme wel de oorlog kunt verklaren en misschien Osama bin Laden en zijn Al-Qaeda lamleggen, maar dat het terrorisme als verschijnsel daarmee nog lang niet de wereld uit is. Voor veel regeringen van de gelegenheidsalliantie die Washington met enig loven en bieden heeft gesmeed, geldt echter dat zij zich weinig tijd en geduld kunnen veroorloven willen zij niet nog grotere problemen krijgen met hun bevolkingen of met hun buren (Pakistan-India bijvoorbeeld). Zij moeten hopen op een snel einde met zo min mogelijk burgerslachtoffers of vluchtelingen en met een nieuw Afghaans bewind, al weet nog niemand, ook Washington niet, hoe dat eruit moet zien. Een machtswisseling van de Talibaan naar het noordelijke verzet zou weinig anders zijn dan een stap van de regen naar de drup, daarover lijkt iedereen het buiten Afghanistan eens. Daarom spreekt men liever over een mogelijke `brede coalitie', eventueel onder de ornamentele leiding van een bejaarde vroegere koning, en hoopt dat niemand nu al verder vraagt. Straks dreigt er bovendien om een lastige precisering te zullen worden gevraagd: gaat het allereerst om de uitlevering van Bin Laden en consorten, die populair zijn bij een groot deel van islam-bevolkingen, of gaat het vooral om (nog andere) regimes (Irak, Iran, Soedan) die het terrorisme steunen of begunstigd hebben? Nog anders gevraagd: vecht u nu tegen het terrorisme of via via in feite (ook) tegen staten?

Wat dat betreft is deze `oneigenlijke' oorlog moeilijker dan de Golfoorlog, tien jaar geleden, toen de vader van de huidige Amerikaanse president namens de VN een staat als vijand had, namelijk het Irak van Saddam Hussein, dat Koeweit (een andere Arabische staat) binnengevallen was. Bush senior kon toen met zijn militaire apparaat op het gaspedaal drukken, en de factor tijd zelf meer beïnvloeden, en ook overigens wat makkelijker regie voeren. Vader Bush mocht al van de diensten van Powell genieten. De overlevering wil dat de toenmalige generaal er destijds tegen was, gezien de grenzen van het VN-mandaat, om na de bevrijding van Koeweit met een vervolgslag en passant ook het regime-Saddam Hussein uit te schakelen, mede als opmaat naar een nieuwe wereldorde. Die afwijzende opvatting van Powell, die Bush senior overnam, zal vandaag in het Midden-Oosten nog niet vergeten zijn.

Interessant is ook, tien jaar na de Golfoorlog, wat zich nu in de `binnenste ring' van Amerika's bondgenoten afspeelt, in de kring van de NAVO dus. Onder Labour-premier Tony Blair, die als zijn eigen Powell de wereld doorreist, is het Verenigd Koninkrijk opnieuw in woord en daad Washingtons eerste deputy, en als zodanig geheel aanvaard. Frankrijk lijkt, ondanks manhaftige taal van zijn president, vergeleken met 1991 wat op afstand geraakt, het is niet eens zeker of Parijs op de reservebank of op de tribune zit. De grootste verandering laat Duitsland zien. Tien jaar geleden, een jaar na zijn eenwording, kon of wilde het slechts deelnemen met zijn chèqueboek. Het bleef daarmee, tot hoon van onder meer de Britten, ook mentaal trouw aan zijn vroegere West-Duitse status van Riesenzwerg (wereldkampioen export, maar bij politieke vraagstukken van dit type en gewicht gelukkig niet geheel soeverein). De toenmalige veteraan op Buitenlandse Zaken en FDP-voorzitter Genscher meende bovendien, net als de SPD en de Groenen, dat de grondwet Duits militair optreden buiten het NAVO-gebied verbood. Genschers opvolger Kinkel moest een paar jaar later zelfs het Duitse Constitutionele Hof te hulp roepen om deze uitleg van de grondwet als onjuist te laten kwalificeren. Namelijk om een marineschip te kunnen laten meedoen aan inspectietaken in de Adriatische Zee.

Vorige week liet SPD-kanselier Schröder, zelf ooit een vurig aanhanger van de opvatting-Genscher, weten dat Duitsland bereid is ook op militair gebied te voldoen aan zijn verantwoordelijkheden als economische macht en solidaire bondgenoot van de VS. Nu heeft Duitsland in de afgelopen tien jaar zóveel op Defensie bezuinigd, dat het de vraag is of het iets substantieels kan bijdragen naast wat het op de Balkan doet. Maar toch gaf Schröder weer wat in Washington zorgvuldig en in Parijs met zorg zal zijn genoteerd als een bijkomend gevolg van de gebeurtenissen van 11 september: Duitsland heeft zijn eenwording nu ook geheel verwerkt op internationaal-politiek gebied.

    • J.M. Bik