Geniet!

Je wordt wakker, je vraagt je even af waar je bent, want in je droom was je ergens anders, en dan is er een vaag gevoel dat er iets naars is, wat ook al weer? Het is de oorlog.

Zo was het ook toen we oorlog voerden tegen Joegoslavië, maar toen had ik een standpunt. De oorlog was verkeerd en als er gevraagd werd `Wat moeten we dan doen?' had ik een simpel antwoord dat me bevredigde: niets.

Maar nu is het anders, want het was onmogelijk voor de Amerikanen om niets te doen en iets beters dan wat ze doen kan ik niet bedenken. Hoe er iets goeds uit kan voortkomen, kan ik ook niet bedenken en zo zit er niets anders op dan dof in te stemmen met de krijgskundigen die uitleggen dat de oorlog snel moet zijn en ook langzaam, hard en ook zacht, veelomvattend en ook beperkt.

Bijna likkebaardend vroeg de televisiepresentator of we bang moesten zijn voor de Pakistaanse kernwapens als die in verkeerde handen zouden vallen, en of die kans groot was. De Pakistaanse militaire deskundige zei dat hij niemand bang wilde maken en deed dat vervolgens wel. Instabiele politieke situatie, strijdende machtsblokken, veertig tot tachtig kernkoppen en raketten met een bereik van tweeduizend mijl. Of zei hij tweeduizend kilometer? Je zou eigenlijk verwachten dat er snel een kaartje geprojecteerd zou worden waarop te zien was welke bevolkingsgroepen zich om dat verschil zorgen zouden moeten maken, maar dat was er nog niet.

Een vroege jeugdherinnering. Mijn moeder hangt uit het raam, uit een ander raam kijkt een buurvrouw die zegt: ,,Heeft u er ook zo genoeg van?'' Het was aan het begin van de Koude Oorlog en het gesprek ging over de anticommunistische standvastigheid die op de radio dagelijks van de bevolking werd gevraagd en over het wapengekletter dat er mee samenhing. De waterstofbom was er toen nog net niet, maar wat er al wel was, was genoeg.

Er is iets mis met die herinnering, zoals met de meeste herinneringen. Dat `heeft u er ook zo genoeg van' was een rechtse verkiezingsleuze die zich richtte tegen de slapheid van de regering, die de oorlog in Indonesië niet krachtig genoeg voerde en dreigde in laffe onderhandelingen met de opstandelingen ons Indië te verkwanselen. Zo was het taalgebruik toen, maar dat wist ik vast niet als jongen van vier of vijf jaar. Ik moet die verkiezingsleuze later ergens gelezen hebben en nog later vastgeplakt aan een herinnerd gesprek over een heel andere oorlog.

Wat wilden die vredelievende vrouwen eigenlijk? Ontwapenen en hopen dat de Russen daardoor zo ontroerd zouden zijn dat ze het zelf ook zouden doen? Ja, dat wilden ze, maar dat kon niet.

Dat ze er genoeg van hadden valt overigens te begrijpen. Het is niet gewoon om te leven in een wereld die ieder moment in een radioactieve wolk kan veranderen en dat het nog niet gebeurd is, mag werkelijk een wonder heten.

Ik droom er nog wel eens van, het vallen van de Bom die ons in de kinderjaren zo vertrouwd was. Nooit van het moment van vallen, maar van de periode van afwachting, als je beseft dat de raketten opgestegen zijn en niet meer tegengehouden kunnen worden. Als aan het begin van een rampenfilm. Zonnetje schijnt, krantenjongen fietst fluitend door de keurig aangeharkte voorstad, weinig vermoedt hij dat op het zelfde moment...

Of misschien zijn die dromen beïnvloed door de journalist Laurens ten Cate, die lezingen hield tegen de kernbewapening. Hij vertelde eerst dat de raketten uit Moskou er een half uur over zouden doen voor ze hier neer zouden komen. Dan keek hij op zijn horloge. ,,Stel u voor dat ze nu opstijgen.'' Hij praatte ongeveer een half uur over de uitwerking die de raketten zouden hebben. Het was geen prettig half uur voor de toehoorders. Dan keek hij weer op zijn horloge. ,,Nog een minuut.''

Een minuut van stil wachten op de klap duurt lang. De klap kwam niet. Ten Cate sloot af: ,,Bedenk dat er ieder moment een nieuwe periode van een half uur begint.'' Ik ben er nooit bij geweest, maar het schijnt grote indruk gemaakt te hebben.

Het klinkt dramatisch om te zeggen dat je altijd hebt gedacht dat je dood zou gaan door een atoombom, maar dat is beslist de bedoeling niet. Het is zeker waar dat ik dat dacht. Ik kon me niet voorstellen dat wapens die beschikbaar waren zo lang ongebruikt zouden blijven. Maar dramatisch was het helemaal niet en het had voor zover ik het kan beoordelen geen enkele invloed op de manier waarop je je leven inrichtte. Je nam toch een spaarbankboekje, bij wijze van spreken.

Misschien doordat het onmogelijk is om je je eigen dood voor te stellen en speculaties over de omstandigheden van die dood je dus ook niet echt kunnen raken. Als ik later iemand zag met de leuze `No Future' vond ik dat hij zich niet zo aan moest stellen. Het zou best kunnen dat hij gelijk had, daar ging het niet om. Ik vond hem even dwaas als iemand die een spandoek zou dragen met de vlammende aanklacht dat hij niet onsterfelijk was.

Met Tabe, die oud is en de oorlog heeft meegemaakt die wij nog steeds bedoelen als we het over `de oorlog' hebben, lachte ik om de Amerikanen die je in de eerste dagen na de aanslag op de televisie zag en die er niet over uit konden dat het daar bij hen was gebeurd, hier in Amerika waar je dacht dat je veilig was, en niet in een van die landen waar het normaal zou zijn en waar je het kon verwachten. Soms zag je ze vergeefs in hun geheugen tasten naar namen van landen waar het normaal zou zijn.

Het deed onweerstaanbaar denken aan een oud lied van Drs. P, De commensaal, waarin een werkster klaagt dat ze steeds de traploper moet boenen omdat de commensaal de bloedende lichamen van de door hem vermoorde meisjes voortdurend achteloos laat rondslingeren. ,,Zo'n juffrouw hoort in het kanaal en niet bij ons in het trapportaal'', zingt de werkster.

En zo'n aanslag hoort in de landen waar het normaal is en niet bij ons. Wat een verwende mensen, die Amerikanen op de televisie.

Ho, ho, niet zo schijnheilig doen. Ik ben zelf ook erg verwend en ik hoop van harte dat het zo blijft.

Ik weet niet zeker of het met de oorlog te maken heeft, maar ik hoor dat er in het Gooi een nieuwe groet is ingeburgerd als iemand afscheid neemt: `Geniet!' In plaats van `Doei!' De verleiding is groot om er wat cabareteske verwensingen aan te besteden, maar wat is er eigenlijk verkeerd aan? Is het een schande om verwend te zijn? Ze hebben gelijk daar in het Gooi. Geniet!