Drie kruisjes

De Oekraïener Kvatsjoek soleerde zaterdagmiddag naar de wereldtitel bij de junioren. Ver voor de eindstreep ging hij rechtop zitten. Hij sloeg drie kruisjes. Iemand van achttien mag dat. God is nog hulpvaardig en rechtschapen.

De juniorenwedstrijd in Lissabon was veruit de aantrekkelijkste. Jongens van zeventien en achttien koersen niet in het nu, ze koersen in de toekomst. Ze spelen Ullrich of Armstrong en hun spel is onberekenbaar. Onuitstaanbaar tactloos koersen ze. Alsof er een emmer pingpongballen wordt omgekieperd.

Eigenlijk zijn het strontverwende apen. Hun materiaal is identiek aan dat van hun grote voorbeelden. Ze worden omringd door inspanningsfysiologen, trainers en soigneurs. Ze weten zich financieel ondersteund en wentelen zich onbekommerd in de kweekvijver van een professionele wielerstal. Ze leven als professionals. Tot het startschot valt en het festival der onvolwassenheid losbarst.

Schoon is de jeugd. De junioren koersten als maniakken in Lissabon. De vurigheid spatte van de gezichten. In veel gevallen waren die gezichten nog niet door acne verlaten. Op dikke, afhangende puberlippen kleefde een laag wit slijm. Af en toe had ik de neiging om naar een imbussleuteltje te grijpen om hier en daar een zadel of stuur te verstellen. De versmelting tussen lichaam en materiaal was soms verre van optimaal. Maar wat had een imbussleuteltje kunnen uitrichten? Op die leeftijd zijn de lichamen nog niet uitgegroeid en schaamteloos ongeproportioneerd.

De gretigheid in de toekomst te leven kan de toekomst soms dramatisch wijzigen. Als wielrennen al een aanslag is op het volgroeide gestel, welke onzichtbare kraters zijn er zaterdagmiddag dan niet in deze of gene geslagen? Het dilettante juniorenlichaam is kwetsbaar als een kerstbal. Elke drieste inspanning kan fataal zijn voor de onvolgroeide. Wie wil vliegen loopt het risico zichzelf voorgoed over de kling te jagen.

Niet Kvatsjoek. Daar reed een man. Genadeloos. Vanuit de heupen stuurde hij de benen aan. Het bovenlichaam onbeweeglijk, de omvangrijke borstkas vol adem. Een stilist. Geen spoor van inspanning op het smoel. Een droom van een wielrenner.

Daar reed een drama van een andere orde. Kvatsjoek, achttien jaar oud, is fysiek volgroeid. Nog beter worden zal problematisch zijn. Anderen zullen beter worden. Ze zullen hem voorbij fietsen, ze zullen hem Lissabon betaald zetten.

,,Ooit was deze man een verzengend talent'', zullen de kenners later zeggen.

We zullen ons Kvatsjoek herinneren als de jongen die in een te vroeg volwassen geworden lichaam drie kruisjes sloeg.