De kruk

Wat voor burgemeester Opstelten van Rotterdam de mooiste dag van zijn leven had kunnen zijn, zal vooral de-dag-van-de-kruk blijven. Zo'n stevige aluminium kruk die, zoals in zijn geval, de hele rechterarm in beslag neemt om een gehavende enkel te ontlasten. Een catastrofe voor iemand die uit hoofde van zijn beroep handenschuddend door het leven gaat.

De dag vóór het bezoek van Willem-Alexander en Máxima aan Rotterdam opende de burgemeester met staatssecretaris Vliegenthart het nieuwe complex van een hockeyclub. Citaat uit het Rotterdams Dagblad: ,,Na de gezamenlijke bully gaf de bewindsvrouw de bal een flinke mep. In zijn enthousiasme ging de burgemeester achter de bal aan en gleed met zijn leren zolen uit op het natte kunstgras. Hij verzwikte een enkel en kwam hard op een arm terecht.'' Op enkele dramatische foto's zien we hoe de burgemeester op zijn brede achterwerk is beland, terwijl de stick ontzield achter hem ligt.

Het ongeval zegt veel over deze burgemeester. Hij is nu eenmaal de vleesgeworden representatie. Een burgemeester moet er zijn, vindt hij, en als hij er is, moet hij zich ook helemaal geven. In Ivo Opstelten herleven de beste, bijna verloren gewaande tradities van een nobel ambt. Hij is de meest burgemeesterachtige burgemeester van Nederland.

De dag van gisteren was zwaar voor hem, maar niet zonder hoogtepunten. Neem alleen al de balkonscène op het stadhuis. Buiten het protocol om verscheen Het Paar opeens op het balkon. Niet langer dan een minuut, maar wél een onvergetelijke minuut. Want wie verscheen daar aan hun zijde, nadat hij zich eerst nog schroomvallig op de achtergrond had gehouden?

De burgemeester. De kruk hield hij zo onopvallend mogelijk onder zijn arm. Het zwaaien liet hij aan Het Paar over. Hij stond er alleen maar glimlachend gelukkig te zijn. Pas toen Het Paar zich afwendde, zwaaide de burgemeester eenmaal naar zijn bevolking.

Dankbaarheid was zijn deel, want hij is veel populairder dan Peper ooit is geweest. Vrouwen van middelbare leeftijd betastten na afloop bezorgd zijn gemankeerde lichaamskant, een vrouw gaf hem bloemen, en aan de overkant van het stadhuis is er al een Brasserie naar hem vernoemd, een woord dat om een of andere reden ook uitstekend bij hem past: Brasserie.

Toen hij Het Paar met een laatste herculische krachtsinspanning uitgeleide had gedaan naar de limousines, bleef hij fier achter op de trambaan, al snel omringd door de wereldpers van Rotterdam. Hoe was het geweest, burgemeester? ,,Fantástisch, fantástisch'', baste hij. Waar hadden ze het zo'n hele dag over gehad? ,,Nou, over de toekomst van de haven en van de multiculturele samenleving hier.'' Zijn ogen glansden. ,,Als je ziet hoe die stad op zo'n dag ook in multicultureel opzicht bruist en leeft... fantástisch.''

Laten we hopen dat hij na deze uitputtende werkdag niet meer het Rotterdams Dagblad heeft ingekeken. Want dat schreef over een steekpartij in Katendrecht waarbij een grote groep Antillianen betrokken was: ,,Het slagen van de multiculturele samenleving en het aantrekkelijk maken van Katendrecht als woonwijk leken gisteren verder weg dan ooit.''