Congo bereidt zich moeizaam voor op eind van burgeroorlog

Twee jaar later dan gepland en met minder mensen dan voorzien, is gisteren in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba het overleg begonnen over de politieke toekomst van de Democratische Republiek Congo. De Congolese president Joseph Kabila en de twee belangrijkste rebellenleiders woonden de openingszitting niet bij. Afrikaanse regeringsleiders riepen de Congolese kopstukken op hun persoonlijke belangen opzij te zetten en een eind te maken aan de burgeroorlog in hun land.

Politieke, financiële en logistieke problemen overschaduwden het begin van de bijeenkomst. Behalve regering en rebellen waren ook politieke partijen, mensenrechtenorganisaties en vrouwengroepen uitgenodigd om te verschijnen. Maar bij de opening waren maar tachtig afgevaardigden aanwezig, 250 minder dan was voorzien.

President Kabila bleef weg omdat hij vindt dat ook de stammilitie van de Mai Mai moet worden uitgenodigd die vecht aan de kant van het regeringsleger. Ook rebellenleider Jean-Pierre Bemba kwam niet opdagen. Rebellenleider Adolphe Onusumba boycotte de bijeenkomst omdat Kabila afwezig was.

Waarnemers verwachten dat ex-president Ketumile Masire van Botswana, die als bemiddelaar optreedt, het overleg, dat 45 dagen zou duren, nog deze week zal verdagen. De besprekingen worden waarschijnlijk verplaatst naar Zuid-Afrika dat zich als gastheer heeft aangeboden.

Volgens het vredesakkoord van Lusaka dat de strijdende partijen in 1999 sloten, moesten de besprekingen over de politieke inrichting van het naoorlogse Congo binnen 45 dagen beginnen. Tegelijkertijd zouden regering en rebellen de wapens neerleggen. Alle buurlanden die zich in de strijd hadden gemengd – Rwanda en Oeganda aan de kant van de rebellen, Zimbabwe, Angola en Namibië aan de zijde van de regering – zouden terugkeren naar het eigen grondgebied.

Van die mooie voornemens kwam niets terecht. Het land is de facto in tweeën gedeeld. De oorlog heeft de laatste drie jaar direct en indirect naar schatting 1,5 tot 2,5 miljoen levens geëist.

Sinds Joseph Kabila zijn vermoorde vader Laurent Kabila begin dit jaar heeft opgevolgd, kroop het vredesoverleg weer langzaam uit het slop. De vijandelijkheden zijn goeddeels gestaakt. De meeste buurlanden hebben troepen teruggetrokken of beloofd dat ze dat zullen doen. Overleg tussen alle Congolese partijen die bij de oorlog betrokken zijn, de zogeheten nationale dialoog, zou moeten leiden tot de vorming van een overgangsregering en vrije verkiezingen.