Conflict Abchazië verder dan ooit van oplossing

In de Kodor-vallei in Abchazië is een week lang hevig gevochten. De oplossing van het slepende conflict tussen Georgië en zijn separatistische regio is verder weg dan ooit.

Een week geleden braken in de Kodor-vallei in Abchazië gevechten uit tussen het Abchazische leger en Georgische en Tsjetsjeense infiltranten. Die strijd riep vragen op: wie waren de infiltranten? Georgische soldaten? Waarom duiken Tsjetsjenen op in Abchazië? Eén ding is hoe dan ook duidelijk: een oplossing van het Abchazische probleem is verder weg dan ooit. De kans dat Abchazië, in welke constructie dan ook, weer onderdeel zal uitmaken van Georgië, zo zei gisteren de Abchazische minister van Buitenlandse Zaken, ,,is definitief verkeken''.

Een recapitulatie: in 1993 brak een oorlog uit tussen Georgië en Abchazië, dat als autonome republiek onderdeel uitmaakte van Georgië, maar in 1992 de onafhankelijkheid had uitgeroepen uit protest tegen de discriminatie van de Abchaziërs in hun eigen land. De Abchaziërs – moslims – maakten in Abchazië zelf maar achttien procent van de bevolking uit (de Georgiërs veertig procent), maar dankzij Russische wapenzendingen en de steun van vechtjassen uit Tsjetsjenië en andere islamitische republieken in de noordelijke Kaukasus slaagden de Abchaziërs er in de Georgiërs te verdrijven. Tienduizend levens kostte de oorlog. Na hun militaire zege dreven de Abchaziërs 280.000 Georgiërs de grens over; zij wonen nog altijd in provisorische onderkomens in Georgië en mogen niet terug. Sinds 1993 is Abchazië de facto onafhankelijk; de grens wordt bewaakt door een uit Russen bestaande GOS-vredesmacht van 1.800 man.

Besprekingen (onder auspiciën van de VN) over een oplossing van het conflict hebben niets opgeleverd. Georgië biedt Abchazië vergaande autonomie, maar dat vindt Abchazië onvoldoende; het eist dat Georgië een confederatie van twee volledig gelijkberechtigde staten wordt, maar dat gaat Tbilisi te ver. Het liefst zou Abchazië zich bij Rusland aansluiten; een officieel verzoek om lid te mogen worden van de Russische federatie werd afgelopen weekeinde bij Moskou ingediend. Veel kans maakt het niet. Een tweede twistpunt in het overleg is het lot van de Georgische vluchtelingen, die Abchazië niet wil laten terugkeren omdat de Abchaziërs dan weer in de minderheid zouden raken.

De infiltranten die de vorige week de Kodor-vallei – niemandsland op de grens tussen Georgië en Abchazië – binnendrongen zijn niet, zoals aanvankelijk werd bericht, Georgische soldaten geweest, maar Georgische militieleden. In Georgië zijn de afgelopen jaren diverse milities opgericht onder namen als het Witte Legioen, Woudbroeders, Cobra en Bevrijdingsleger. De leden van die milities komen uit door president Sjevardnadze ontbonden milities als de beruchte Mchedroni (Ruiterij) en uit de massa uit Abchazië verdreven Georgische vluchtelingen. Ze voeren in Abchazië een guerrillastrijd, beroven dorpen, steken de oogst in brand en leggen hinderlagen voor Abchazische soldaten. De Abchaziërs slaan terug met terreurdaden tegen Georgiërs die nog (of weer: er zijn inmiddels 60.000 Georgiërs op eigen houtje naar Abchazië teruggekeerd) in Abchazië wonen en plegen soms ook aanslagen in Georgië zelf: in juni kostte in Zoegdidi een aanslag op de leider van de Woudbroeders, David Sjengenia, diens schoonouders het leven. Sjengenia zelf was niet thuis.

De komst van Tsjetsjeense strijders naar Abchazië kan te maken hebben met de Tsjetsjeense kwestie en de zware Russische druk op Georgië om Tsjetsjeense strijders te weren uit de Pankrisi-vallei. Dat dal in Noord-Georgië grenst aan Tsjetsjenië. Tsjetsjeense strijders zoeken er regelmatig een goed heenkomen voor de Russische strijdkrachten en de gevechtsbommenwerpers van de Russen. De Tsjetsjenen die vorige week in Abchazië opdoken zijn mogelijk door de Georgiërs gedwongen de Pankrisi-vallei te verlaten.

Abchazië voelt zich door de strijd van de afgelopen week, die tientallen burgers en strijders aan beide kanten het leven heeft gekost, in het defensief gedrongen. De activiteit van guerrillagroepen als de Woudbroeders neemt sinds maart toe. President Sjevardnadze van Georgië ontkent achter de recente infiltratiepoging te zitten. Maar hij heeft ook gezegd dat als overleg niets oplost, Georgië ,,zich verplicht voelt geweld te gebruiken''. De Abchaziërs van hun kant kampen met het probleem dat hun onomstreden leider, president Vladislav Ardzindba, uitgeschakeld is: hij heeft Alzheimer en speelt geen rol meer.