Bedaard sloffen de jongens in de richting van het front

De Talibaan imploderen onder de bombardementen en de eigen impopulariteit, meent de Noordelijke Alliantie. Een impressie van het front.

In de stoffige bazaar van Chwatta Baha-Udin doen ze boodschappen, de mujahedeen. Ze kopen zanderige broden, marihuana, watermeloenen, sigaretten. We volgen hun trucks als die door de kiezelbedding van de rivier Pjanzj ploegen. Aan de overkant stappen ze uit. Bedaard sloffen ze met hun wapens richting front, als voetbalsupporters op weg naar een zondagse wedstrijd.

,,Het zijn maar schermutselingen'', zegt generaal Barolay, de tweede man in het leger van de Noordelijke Alliantie, later. Vanaf de droge heuvelrug schieten zijn ingegraven tanks elke drie minuten twee granaten de vallei in. Een oorverdovende knal, een echo die door het dal kraakt, drie seconden later een rookpluim tussen de bomen. Het geschut van de Talibaan zwijgt. ,,Misschien willen ze hun positie niet prijsgeven'', speculeert Barolay. Hij heeft zijn positie goed gekozen. Alexander de Grote stichtte op dezelfde heuvelrug naast de Pjanzj, die toen nog bekend stond als de Oxus, 2400 jaar geleden een stad die de Griekse heerschappij hier moest bestendigen. Barolay's geschut bestrijkt kilometers groene oase langs de rivier. In zijn rug ligt het gortdroge dal van Chwatta Baha-Udin en de levenslijn met de buitenwereld: een door een omgebouwde tractor voortgedreven pontje naar Tadzjikistan. ,,Anderhalf jaar geleden trokken we ons voor het laatst terug. Deze positie zullen we nooit prijsgeven'', zegt Barolay.

Beneden in het dal ogen de schermutselingen wel serieus. In een observatiepost klinkt het geratel van machinegeweren, aan de voet van de heuvel stromen paarden, kamelen, ambulances en soldaten tussen ruïnes van lemen hutjes in de richting van het front. De bergkam aan de zuidkant lijkt op een open ritssluiting, elk ribbeltje is een geschutspost van de Talibaan. Door een verrekijker zien we een silhouet uitdagend over de rand van de loopgraven wandelen. Drie doden en twee gewonden worden gedurende een uur vechten op primitieve stretchers langs de post gedragen. Onder een zeil een glimp van een jongeman die gistermiddag waarschijnlijk ook onbezorgd naar het front banjerde. Hij oogt als een van die druipende dierkadavers die we op de bazaar van Chwatta Baha-Udin aan haken zagen hangen. ,,Een granaat'', zeggen zijn kameraden zakelijk. Salvo's verdwaalde mitrailleurkogels werpen op een tiental meters afstand wolkjes stof in de lucht, een groep fotografen komt in galop uit hun vooruitgeschoven positie terugrennen. De kindhandelaartjes die in de schaduw van een boom sigaretten en koekjes verkopen lijken minder onder indruk, ook de boeren die hun maïsoogst binnenhalen kijken niet op .

Commandant Abdul Kajum vat de strijd van vandaag samen. ,,Ziet u die huizen zonder dak? Onze mannen hebben die positie gisteren veroverd, maar vannacht sliepen ze hier en toen hebben de Talibaan de huizen weer bezet. Nu veroveren wij ze opnieuw.'' Dat wil niet zo vlotten, daarom schieten de tanks van generaal Barolay vanaf hun heuvelrug de ruïnes tot stof.

De voorste loopgraven van de Talibaan worden volgens Abdul Kajum bemand door Pakistanen en Arabieren – `terroristen' dus. ,,Afghaanse jongens komen aan hun kant momenteel niet eens in de buurt van de loopgraven'', zegt Abdul Kajum. ,,De Talibaan zijn veel te bang dat ze overlopen.'' [Vervolg AFGHANISTAN: pagina 4]

AFGHANISTAN

'De kracht van de Talibaan druppelt weg, elke dag'

[Vervolg van pagina 1] Talibaan-deserteurs: het is het gesprek van de dag bij de Noordelijke Alliantie. Het Talibaan-regime implodeert onder het gecombineerde gewicht van Amerikaanse luchtaanvallen en de eigen impopulariteit, zo heet het. Tijdens een diner bij generaal Kabir – bij de Alliantie heet elke commandant `generaal', zoals ze bij de Talibaan allemaal `mullah' heten – horen we dat mullah Abdullah en vierduizend Talibaan-strijders zijn overgelopen. Op de Iraanse staatsradio, de zender die hier het meeste gezag geniet, geeft de mullah met zijn nasale stem tekst en uitleg. Abdullah had het grootste respect voor Ahmed Shah Massood, de legendarische commandant van de Noordelijke Alliantie die op 9 september werd opgeblazen. ,,Dergelijke laffe aanslagen onteren de islam en Afghanistan'', zegt de Talibaan-commandant.

De vrienden van Kabir slaan elkaar op de schouders van vreugde. Deze nieuwe desertie – eerder al liep een commandant met duizend van zijn strijders over – zou de positie van de Talibaan in het noorden precair maken. ,,Vroeger hoopte ik dat we de Talibaan zouden vernietigen'', zegt Kabir. ,,Nu weet ik het zeker. Onder de Talibaan zijn honderden commandanten en duizenden soldaten die met ons sympathiseren. Massood zei altijd tegen hen: blijf waar je bent, de tijd is nog niet rijp. Nu is het commando gegeven: laat geen Talibaan levend naar het zuiden ontsnappen.''

Kabir is een zwaarlijvige versie van Ruud Gullit. Hij belt via onze satelliet-telefoon met zijn twee vrouwen en veertien kinderen in het veilige Doesjanbe. ,,Mijn Commandant, hoe gaat het met Uw gezondheid'', bast de generaal tegen mevrouw Kabir 1. ,,En hoe doen onze kinderen het op school, Mijn Commandant?'' Dan volgt mevrouw Kabir 2. ,,Mijn Commandant, ik kan U deze maand vierhonderd dollar sturen. Gaat het goed met U?''

Het diner bestaat uit vette rijst met ingewanden, schapenvlees en druiven; wij eten met lepels, Kabir en zijn vrienden met de rechterhand. Ze verspreiden de rijst over het hele zeil, luid smakkend, de kinnen druipend van het vet. Als het laatste botje is afgekloven wassen we ons, wisselen trage beleefdheden uit, drinken thee en luisteren verder naar de Iraanse staatsradio. Murodi, de enige hier met een baard die qua lengte aan de Talibaan-norm voldoet – één vuist onder de kin – is zwijgzaam. Hij glipt morgenavond door de linies om zijn familie te bezoeken en – wie weet – Talibaan-leiders tot desertie te bewegen. Als we 's nachts naar huis gaan neemt de generaal mijn hand in een bankschroef en kijkt me indringend aan. ,,Volgend jaar is het vrede, dan bezoek ik u in Moskou om mijn derde vrouw te vinden. Een blonde wil ik graag, een Russische.''

Generaal Barolay staat wat hoger in de hiërarchie van de Noordelijke Alliantie dan Kabir. Deze 39-jarige kolonelszoon vocht na zijn studie bouwkunde als adjudant van Ahmed Shah Massood tegen de Russen. Toen Kabul in 1996 viel voor de Talibaan, vluchtten zijn broer met zijn vrouw en twee kinderen naar Europa, waar zijn gezin zich vestigde in het Friese Grouw. Barolay is glad geschoren en ontvangt ons niet op de grond, maar aan een tafel met stoelen. Hij is belast met logistiek en bewapening, de tweede man in het leger van de Noordelijke Alliantie. Een serieuze, imponerende man met een doordringende blik. Ook hij klinkt optimistisch. ,,Vorig jaar werd mijn post dagelijks bestookt, nu wordt mijn geschut niet eens beantwoord. De Talibaan zitten maar in hun loopgraven. Hun kracht en capaciteit druppelt weg, dag in, dag uit.''

Toch wil de Noordelijke Alliantie voorlopig geen aanval op Kabul doen. De Amerikanen zien de Talibaan liever op eigen kracht imploderen. Het oprukken van de Noordelijke Alliantie, een coalitie van krijgsheren uit minderheden wier bloedige bewind tussen 1992 en 1996 in Afghanistan nog vers in het geheugen ligt, zou riskant zijn. De Talibaan leunen op de zuidelijke Pathanen, die veertig procent van de Afghaanse bevolking vormen. Ook zij zijn de Talibaan moe – maar die stemming kan omslaan als de Alliantie naar hun stamgebieden oprukt.

Het nooit door de Talibaan veroverde gebied in het noordwesten van Afghanistan is in handen van Tadzjiekse krijgsheren, die tot voor kort Ahmed Shah Massood gehoorzaamden. De andere minderheden – de Hazara en Oezbeken – zijn de afgelopen jaren door de Talibaan onder de voet gelopen. Maar juist in hun gebieden lijken de Talibaan nu in het defensief: in het Oezbeekse noorden, waar de beruchte generaal Dostam oprukt naar de stad Mazar-i-Sharif, en in het westen bij de stad Herat, het stamgebied van de shi'itische Hazara. Het huidige plan lijkt te zijn het noorden van Afghanistan op de Talibaan te heroveren en de Pathanen terug te werpen op het zuiden, waarna `gematige elementen' binnen de Talibaan de macht grijpen en met de andere partijen een regering van nationale eenheid overeenkomen.

Tot zover het Amerikaanse schema, maar in de afgelopen twee eeuwen heeft geen grootmacht de afstandsbediening voor Afghanistan gevonden. Zoals de meeste commandanten van de Noordelijke Alliantie is generaal Barolay nogal gereserveerd over de Amerikaanse plannen, wegens de royale rol die Pakistan wordt toebedeeld in een toekomstige vredesregeling. Voor Pakistan, zo meent Barolay, is Afghanistan slechts een achterland dat geneutraliseerd dient te worden. ,,De Talibaan zijn een Pakistaans monster. Wat hebben de Talibaan gedaan? Ze hebben onze cultuur vernietigd, onze musea en archieven vernield, onze intellectuelen vermoord, dat alles in het kader van een perverse islam die vrouwen, mensenrechten, joden en christenen niet respecteert, zoals de Koran voorschrijft. Pakistan wil hier een middeleeuws vacuüm dat ze hun cultuur kunnen opleggen. Dat zal niet lukken, want onze tradities zijn te diep.''

In de schemering drinken we aan de Pjanzj thee met de commandant van de pont naar Tadzjikistan. Verderop pompen de tanks van generaal Barolay nog altijd met monotome regelmaat hun granaten in de Talibaan-linies. Pas als nacht valt zwijgen de kanonnen. Dan begint hier het werk: het overzetten van trucks met voedsel, benzine en wapens. De commandant is somber. ,,Er komt niets goeds van, deze interventie van de Amerikanen. We hebben de Russen gehad, de Pakistanen en de terroristen, en wat hebben zijn voor Afghanistan gedaan? Als de wereld ons gewoon eens met rust liet, dan zou het goed gaan.''