Staat moet geen halve wezen op de wereld zetten

In haar colum van 5 oktober verbaasde Margo Trappenburg zich over de recente beslissing van de Emancipatieraad alleenstaande vrouwen het recht op een IVF-behandeling (voor kunstmatige zwangerschap) te ontzeggen. De Raad deed daarbij een beroep op het belang van het kind, ,,waaraan iedere discriminatie vreemd is'. Trappenburg vond dat op haar beurt vreemd, omdat diezelfde Raad zich bij eerdere uitspraken over gelijke behandeling níet door dergelijke overwegingen had laten inperken.

Nu heeft de Emancipatieraad in het verleden inderdaad wel eens vreemde uitspraken gedaan. Maar dat betekent niet dat hij tot eeuwige dwaasheid is gedoemd. In plaats van zijn vroegere vergissingen tot een soort noodlot te maken – zoals Trappenburg kennelijk wil – mogen we ons dus eerder aangenaam verrast voelen en hem nieuw krediet verlenen.

Dat alleenstaand ouderschap voor kinderen geen goede zaak is, wordt immers ook door Trappenburg erkend. Daarvoor zijn vele redenen aan te geven. Zelfs met twee ouders is het opvoeden van een kind al bijna onmogelijk zwaar. Een kind moet van jongs af aan met beide sekse-rollen vertrouwd raken. En misschien nog wel het belangrijkste: een kind verlangt naar twee ouders. Dat verlangen is kortgeleden door de regering zo doorslaggevend bevonden dat zij er zelfs de anonimiteit van het spermadonorschap voor wilde opgeven, daarmee de ineenstorting van het hele systeem bewust riskerend.

Terecht laat de Raad deze overwegingen in het belang van het kind de doorslag geven. Ook dat is geen nieuw rechtsidee. Dat de belangen van de zwakkere partij (in dit geval het kind) zwaarder wegen dan die van de sterkere (de ouder of ouders) is in het scheidingsrecht bijvoorbeeld al lang een standaardgegeven – al zou het quasi-automatisme waarmee het kind om die reden aan de moeder wordt toegewezen wel wat emancipatie behoeven.

Ook voor de samenleving zijn kinderen met slechts één ouder echter een slechte zaak. Er is geen onderzoek over problematische jeugd dat onvolledige gezinnen niet als een van de belangrijkste oorzaken aanwijst. Wat hier in het geding is, heeft dus een veel zwaarder gewicht dan de vrijheid van ouders hun kind op een antisnoep-regime te zetten of al dan niet pianolessen te laten volgen, zoals Trappenburg enigszins badinerend schrijft. Ten onrechte wijst zij empirisch onderzoek waaruit deze problemen blijken, luchtigjes weg met de opmerking dat het hebben van een thuiszittende moeder kan leiden tot ongewenst traditioneel rolgedrag, zonder dat we deze daarom het recht op moederschap ontzeggen.

Dat laatste is een vreemde redenering (het verbieden van `vanzelf komende' zwangerschap is iets heel anders dan het kunstmatig opwekken ervan) en de disproportionaliteit van de vergelijkingen behoeft weinig commentaar. Maar belangrijker is dat Trappenburg het principe van gelijke behandeling hier op een volstrekt abstracte wijze toepast en daarbij niet alleen tot verkeerde conclusies komt, maar het ook gebruikt op een wijze waarop het nooit is bedoeld. Van oudsher geldt in het recht dat mensen aanspraak kunnen maken op gelijke behandeling in gelijke situaties. De bestaansreden van die beperking is tamelijk evident, omdat het recht anders in veel gevallen eerder ongelijkheid zou scheppen dan het zou verhelpen. Wanneer mijn rechterbuurman geld terugeist van mijn linkerbuurman, kan ik alleen maar uit naam van het gelijkheidsbeginsel hetzelfde doen, wanneer hij ook bij mij in het krijt staat.

De laatste decennia is die beperking echter langzamerhand uit zicht geraakt. Gelijkheid wordt meer en meer opgeëist door individuen ongeacht hun situatie. Het recht daarop wordt, met andere woorden, gekoppeld aan abstracte staatsburgers en niet langer aan concrete individuen die verkeren in specifieke (en dus vergelijkbare) omstandigheden. Dat heeft in een aantal gevallen tot nogal extravagante claims geleid, en dat is ook hier het geval. Want alleenstaanden zitten nu eenmaal niet in een (op hier relevante gronden) gelijke situatie als mensen die in een partnerschapsrelatie verkeren.

De aanspraak op gelijke behandeling met voorbijzien aan de omstandigheden maakt het recht niet alleen los van de maatschappij, maar maakt daarin ook iedere prudentie onmogelijk omdat het door niets meer wordt ingebed en dus absoluut geworden is. De wereldvreemdheid die daarvan het gevolg is, blijkt al uit het wegvallen van iedere proportionaliteit in de argumentatie van Trappenburg. Het absolute karakter ervan blijkt vervolgens uit de eis dat het koste wat kost gelden moet, desnoods tegen de bevindingen van de empirie in.

Dat een beperking van IVF-behandelingen tot paren de controle wat lastiger maakt, is waar, al kan de eis van geregistreerd partnerschap al veel moeilijkheden wegnemen. Dat van geen enkel paar zeker is dat het nog zal bestaan wanneer de kinderen eenmaal geboren zijn en opgroeien, is eveneens waar en betreurenswaardig. Dat alleenstaande vrouwen ook buiten het medische circuit zwanger kunnen worden, is wederom waar en opnieuw weinig wenselijk.

Maar dat alles mag voor de staat geen reden zijn om actief mee te werken aan het creëren van een onwenselijke situatie. Het kan (zoals de Spaanse filosoof Fernando Savater het geformuleerd heeft) nooit de bedoeling zijn dat een staat actief meehelpt bij het op de wereld zetten van halve wezen, ook niet met een beroep op een verkeerd begrepen gelijkheidsbeginsel.

De door Trappenburg toegejuichte opmerking van minister Borst zich aan de uitspraak van de Emancipatieraad niet gelegen te laten liggen, is dan ook geen teken van wijsheid, zoals zij schrijft. Ze verraadt eerder de toenemende stuurloosheid van deze (ooit zo vertrouwenwekkend bezonnen) minister op het punt van de ethische en maatschappelijke implicaties van haar beleid.

Voor de Emancipatieraad, ten slotte, zou de door Trappenburg gesignaleerde inconsequentie tussen zijn huidige en zijn vroegere uitspraken misschien aanleiding kunnen zijn om zijn eerdere beslissingen in het licht van zijn huidige wijsheid nog eens opnieuw te bezien.

Ger Groot is filosoof.

Gerectificeerd

Emancipatieraad

In het artikel Staat moet geen halve wezen op de wereld zetten (in de krant van maandag 15 oktober, pagina 9) wordt verwezen naar een beslissing van de Emancipatieraad. Dit had echter de Commissie Gelijke Behandeling moeten zijn.