Olijke jongen met ruggengraat

Hij is zo'n type voetballer dat zich niet te goed voelt om een stap meer te zetten. Hard werken en bescheiden blijven waar vind je nog voetballers op wie deze combinatie van toepassing is? Inderdaad, bij Feyenoord, de club waar de aanhangers vooral gedrevenheid van de voetballers verwachten. Het clublied `Geen woorden maar daden' mag dan oubollig klinken, de woorden zijn nog altijd van toepassing op de ambities van deze club en zijn supporters.

Paul Bosvelt is zo'n voetballer die ouderwets zijn mouwen opstroopt, zich als een nerveuze zwerfhond over het veld beweegt en niet te beroerd is zich uit te sloven. Een bonkige jongen, zonder opsmuk, zonder aureool boven zijn hoofd. Hij is een voetballer die zich door hard te trainen en hard te werken een weg naar de top van het Nederlandse voetbal heeft gebaand. Nuchter, op z'n Achterhoeks, met een lichte neiging tot relativeren wanneer het verdriet van de nederlaag en de vreugde van de overwinning te groot dreigen te worden.

Een olijke jongen schijnt hij te zijn, met gevoel voor humor en een voorliefde voor slap ouwehoeren. Bosvelt, geboren in Doesburg, is een laatbloeier. Hij is al dertig, maar pas sinds een jaar of twee wordt hij gewaardeerd. Hij is geen man die in modieuze kostuums en snelle auto's naar de disco gaat. `Laat ons maar mensen blijven', zeggen ze in de Achterhoek.

Als jonge jongen was hij een bedrijvige spits in de jeugd van Sportclub Doesburg. Trainer Henk ten Cate haalde hem naar Go Ahead Eagles en maakte van hem een middenvelder. Maar meer dan een plaats in het tweede elftal leek er niet in te zitten voor Bosvelt. Trainen en nog eens trainen leverde hem een positie in het eerste elftal op. De toenmalige Ajax-trainer Louis van Gaal toonde zelfs interesse. Maar zoals veel voetballers uit het oosten vreesde ook Bosvelt de Amsterdamse mentaliteit.

FC Twente was dichter bij huis. In Enschede vond hij weer een club waarin hij de volksaard van de oostelijken herkende. Hij werd er onder de Duitse trainer Hans Meyer de spelbepalende middenvelder, die zich niet te goed voelde om te hollen, te schoffelen, te schieten en en passant te scoren. Het was dan ook geen wonder dat Feyenoord in zijn zoektocht naar Nederlands talent bij Bosvelt aanklopte. Maar ja, een jongen uit het oosten heeft toch moeite met de westelijke mentaliteit. En die Kuip en dat publiek zijn wel erg indrukwekkend. Bosvelt had moeite met aanpassen, zoals het laatbloeiers vergaat.

Wie Bosvelt in de armen heeft gesloten, moet geduld hebben. Eenmaal vertrouwd met zijn omgeving, brandt hij los alsof hij thuis is. Eenmaal verloor hij zijn verstand. Toen schopte hij een back van Manchester United onderuit. Hij was te ver gegaan, wist hij. Moeiteloos bood hij 's anderen daags per fax zijn excuses aan. Een schopper is hij nu eenmaal niet.

En toen stond hij ineens in het Nederlands elftal. De bescheiden jongen uit Doesburg, die van vissen en tekenen hield en nooit van een loopbaan als international had gedroomd, werd opgeroepen voor Oranje. Loon naar werken, simpel gezegd. Hij speelde goed, gedisciplineerd en gedreven. Totdat hij zich op het EK moest melden voor de strafschoppenserie tegen Italië. De finale was in zicht. Bosvelt miste, evenals Frank de Boer, Stam en al die anderen. Oranje was uitgeschakeld.

De tegenslag was groot, maar bij Feyenoord worstelde hij zich uit zijn crisis. Hij werd nog meer dan voorheen de man die het Rotterdamse elftal droeg. Een merkwaardige blessure aan zijn voet hield hem vervolgens lang van de velden. Maar zoals een harde, nuchtere Achterhoeker betaamt, vocht hij terug. Feyenoord zonder Bosvelt is een ploeg met een kwetsbare ruggengraat. Bosvelt houdt Feyenoord overeind. Dat had hij nooit durven dromen.