Nederland helpt de operawereld

Alleen al op het gebied van de culturele ontwikkelingshulp aan Oost-Europese operagezelschappen, bestaan in ons land twee stromingen die niet met elkaar kunnen samenwerken. Over het probleem bestaat geen verschil van mening. De voorstellingen vanachter uit voormalige ijzeren gordijn zijn voor ons fijn goedkoop, ze worden vaak goed gezongen, maar ze zien er niet uit. De regieopvattingen lopen daar een eeuw achter en de decors, waarvoor ,,zangers als zoutpilaren een concert geven'' zijn soms flodderig en brandgevaarlijk.

De impresario Supierz en de stichting Internationale Opera Producties proberen er wat aan te doen met een geheel Nederlandse enscenering en regie. Zo reist de Staatsopera uit het Hongaarse Szeged nu door ons land met een voorstelling van Strauss' Ariadne auf Naxos, waarin ook Nederlandse zangers optreden en waarin Edwin Rutten zijn operadebuut maakt in de rol van huismeester.

Voor impresario Euro Stage en de stichting Global City Opera is dat Strauss-repertoire veel te chic. Zij willen `volksopera' met alleen het allerbekendste meezing-repertoire. Vanaf 1 november reist de Staatsopera uit het Bulgaarse Plovdiv met hun remake van Rossini's Il barbiere di Siviglia langs dertig theaters in het land. En zelfs die opera in de vrolijke aanstekelijke enscenering die Dario Fo maakte voor de Nederlandse Opera, is eigenlijk al te high brow en elitair.

Dat bezwaar van `te moeilijk voor een breed publiek' gold volgens Euro Stage al voor Verdi's Falstaff, waarvoor Erik Vos tijdens het vorige seizoen een `westerse' enscenering maakte bij de opera van Tatarstan. De zaalbezetting bij de tournee van Falstaff was 81 procent, terwijl het voor een commercieel werkend bedrijf natuurlijk 100 procent moet zijn. Daar in Kazan gaat regisseur David Prins nu een nieuwe productie maken van Mozarts Le nozze di Figaro, die eind februari naar ons land komt.

De keuze voor Strauss' Ariadne auf Naxos is inderdaad opmerkelijk. Het verhaal is intellectuele `opera over opera', al gaat het over in dit verband zulke passende ordinaire thema's als kunst en commercie en het epateren van het publiek. Ariadne behandelt een crossover tussen `hoge' en `lage' kunst, een fusie tussen het tragische van de serieuze opera en het kolderieke van clownsvermaak.

Strauss' muziek is fraai: een samenvatting van zijn ontwikkeling van Salomé tot en met de Vier Letzte Lieder. Maar de problemen van de mythische Ariadne en de duizelingwekkende coloraturen van Zerbinetta zijn bepaald geen `meezingrepertoire' en de voorstellingen zijn ook nog lang niet uitverkocht. Maar de volgende producties compenseren dat: Verdi's Il trovatore vanaf januari door de Poolse Staatopera van Bydgoszcz, in het seizoen daarna Tosca, Faust, Carmen en Aida.

Ariadne auf Naxos reist rond met een wisselende cast, waarin bij de première de mannelijke zangers niet erg opvielen. Voor Janny Zomer was de veeleisende titelrol bij de première een triomf: toen haar stem op temperatuur was zong zij zeer bewonderenswaardig en overtuigend.

De Duitse Diana Tomsche maakte als Zerbinetta furore met haar vederlichte coloraturen. De klank van het goed spelende, maar voor Strauss erg kleine orkest uit Szeged was bij de première in de ruime bak van het Haagse Danstheater te dun, maar in kleinere theater zal dat bezwaar minder zijn.

De enscenering van Jan Bouws, ex-hoofd regie van de Nederlandse Opera, is de revival van het na-oorlogse neo-classicisme, zoals we dat nog kennen uit de foto's van Maria Austria van de Orfeo ed Euridice met Kathleen Ferrier in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Symmetrie, klassieke commedia-dell'arte-kostuums en fraai antiek geplooide gewaden bevolken de scène met barok-rotsen.

De zeer eigentijdse Tanzmeister in jogging-outfit – een opvallend soepel en jong geacteerde rol van François Soons – accentueert dat ouderwetse alleen maar. De vraag is of we hier nu vijftig jaar achterlopen, of dat dit juist de toekomst is en past in de op veel gebieden heersende retro-trend.

Voorstelling: Ariadne auf Naxos van R. Strauss door de Staatsopera van Szeged o.l.v. Lukas Beikircher. Decor: Vincent Sturkenboom; kostuums: Cornelia Doornekamp; choreografie: Sabine van der Helm; regie: Jan Bouws. Gezien: 10/10 Lucent Danstheater Den Haag. Tournee t/m 24/10. Inl.: (033) 4555656. 16/10 Deventer; 18/10 Eindhoven; 20/10 Zoetermeer; 21/10 Breda; 22/10 Leiden; 23/10 Velsen; 24/10 Utrecht; 26/10 Hasselt.