Hockeyers vragen om begrip voor terugval

Zelfs het bescheiden België bleek gisteren een geduchte tegenstander voor de Nederlandse hockeyers, die wanhopig op zoek zijn naar de juiste vorm met het oog op het naderende toernooi om de Champions Trophy.

Tegenslagen achtervolgen de Nederlandse hockeyers op weg naar het toernooi waar de titelverdediger op voorhand genoegen lijkt te nemen met een bijrol. ,,We mogen al blij zijn als we straks in de finale van de Champions Trophy staan'', verzuchtte middenvelder Teun de Nooijer gisteren na de even fletse als geflatteerde 4-0 oefenzege op België.

Bondscoach Joost Bellaart kon die woorden slechts beamen, in de wetenschap dat zijn selectie een dag eerder verder was uitgehold. Twee basisspelers, Jaap-Derk Buma en Peter Windt, haakten zaterdag af. Beiden ontbreken bij het zeslandentoernooi dat op 3 november in Rotterdam begint. De eerste kwam bij de training ongelukkig ten val en brak daarbij het middenhandsbeentje in zijn linkerhand, de tweede gaf na lang wikken en wegen voorrang aan ,,zijn maatschappelijke en privé-carrière'', zoals Bellaart het cynisch verwoordde.

Vooral de absentie van Buma weegt zwaar. Hoewel de licht ontvlambare tempobeul van Amsterdam regelmatig zijn hoofd verliest, geldt hij op basis van zijn snelheid en zijn techniek als een van de gevaarlijkste spitsen uit de competitie. ,,Aanvallend gezien een grote aderlating, maar wij hebben genoeg kwaliteit om het gemis van Japie op te vangen'', sprak Bellaart zichzelf moed in.

Daar leek het gisteren niet op. Een draak van een wedstrijd, met ontstellend veel balverlies en voorspelbare patronen, speelde de ploeg, totdat Taeke Taekema halverwege de tweede helft de patstelling doorbrak en Nederlands tweede strafcorner raak pushte. Dat kunstje herhaalde de 21-jarige verdediger van HCKZ, vervanger van de vorige week geopereerde specialist Bram Lomans, kort daarop tot twee keer toe, nadat Piet-Hein Geeris in de 55ste minuut de score had verdubbeld na de eerste en enige vloeiende aanval.

Aldus kwam de marge uit op vier tegen een opponent (België) van wie donderdag nog met 5-0 was gewonnen en die internationaal weinig tot niets voorstelt. Maar die score kon, net als drie dagen eerder in Auderghem, niet verhullen dat Nederland ver verwijderd is van de vereiste vorm. ,,Ik ben blij met de 4-0, maar niet met de manier waarop'', stelde Bellaart dan ook op verbitterde toon vast. Eerlijk was hij toch al, want: ,,Bij twee van de drie strafcornergoals lag de bal niet stil.''

Een verklaring voor het erbarmelijke veldspel zocht en vond de coach in de intensieve trainingsarbeid van de afgelopen twee weken. Die hadden hun tol geëist, meende hij. ,,Dat is geen smoes, maar een constatering. Net zo goed dat het een feit is dat we al maanden worden geplaagd door blessures. Waardoor het lastig is vaste patronen in te studeren en we voortdurend gedwongen zijn te improviseren.''

Te vrezen valt dat de oorzaken dieper liggen. Het afscheid van vier gelouterde internationals (Brinkman, Jansen, Van Pelt en Veen) heeft diepe sporen nagelaten, zoals aanvoerder Jeroen Delmee na afloop van zijn tweehonderdste interland erkende. ,,Die vier zijn samen goed voor meer dan duizend interlands. Dat is een schat aan ervaring, die dus niet één-twee-drie op te vangen is.''

Zo hoog is de nood dat Bellaart collega Pieter Offerman, bondscoach van Jong Oranje, afgelopen zomer `beroofde' van de as van het jeugdelftal door diens drie belangrijkste pionnen (Taekema, Derikx en Brouwer) over te hevelen naar de A-selectie. Ziedend was de fysiotherapeut uit Amstelveen over die ingreep, al hield de immer voorkomende coach zijn onvrede binnenskamers. Desastreuze gevolgen lijkt de promotie van het drietal overigens (nog) niet te hebben, want met zijn sterk gedevalueerde ploeg versloeg Offerman gisteren gastland Australië (4-2) bij het WK voor junioren in Hobart.

Een vergelijking met vijf jaar geleden, toen eveneens vier gerenommeerde internationals (Bovelander, Crucq, Delissen en Van den Honert) afhaakten, gaat volgens Delmee niet op. ,,Destijds was de nieuwe generatie al min of meer klaar voor het grote werk, omdat de meesten toen al een jaar of drie meeliepen, ook al betekende dat meestal op de bank zitten.''

Elf interlands speelde de wereld- en olympisch kampioen tot dusverre onder leiding van Bellaart. Slechts vier duels werden in winst omgezet. De joviale opvolger van de weggestuurde Maurits Hendriks hoopt in de komende drie weken zijn moyenne tegen Engeland (twee keer) en Zuid-Korea (na een trainingsstage op Sicilië) op te krikken.

Maar op wonderen hoeft het publiek volgende maand niet te rekenen op het gloednieuwe complex van HC Rotterdam, voorspelde De Nooijer gisteren. ,,We zullen alles uit de kast moeten halen om de toeschouwers tevreden te stemmen. Het publiek is de laatste jaren nogal verwend en daarom tamelijk kritisch. Dat mag best, maar laat ze niet vergeten dat we een team in opbouw zijn.''

Dat team-in-opbouw krijgt vermoedelijk na de Champions Trophy nog even de tijd, want het lijkt gelet op de oorlog in Afghanistan uitgesloten dat het WK, eind februari in Maleisië, doorgang vindt. In de wandelgangen wordt Perth al genoemd als de stad die volgend najaar behalve het WK vrouwen ook het mannentoernooi onderdak zal bieden.