Franse Groenen schuiven alsnog Mamère naar voren

Noël Mamère, lid van de Assemblée voor de Groenen, is door het dagelijks bestuur en de Regionale Raad van zijn partij aangewezen als kandidaat voor de presidentsverkiezingen in april 2002. Mamère neemt de plaats in van Alain Lipietz, die bij voorverkiezingen in juni Mamère met een zeer kleine meerderheid versloeg.

Binnen veertien dagen zal partijleden gevraagd worden het besluit te bekrachtigen. Zaterdag zei Mamère nog in een interview met dagblad Le Monde het ,,onherroepelijke'' besluit te hebben genomen niet beschikbaar te zijn als kandidaat. Gisteren kwam hij op dat besluit terug ,,omdat ik het mijn verantwoordelijkheid acht de partij niet uit elkaar te laten vallen''.

De kandidatuur van Mamère is de voorlopig laatste stand in een diepe crisis bij de Groenen die algemeen als een aanfluiting wordt ervaren. Dat is ook schadelijk voor de regering-Jospin, waarvan de Groenen deel uitmaken. Nadat Lipietz, econoom en voormalig maoïst, de gedoodverfde kandidaat Mamère in juni versloeg, ontstond een richtingenstrijd in de partij. Een pleidooi van Lipietz, deze zomer, voor amnestie voor Corsicaanse onafhankelijkheidsstrijders die wegens het plegen van aanslagen veroordeeld waren, kwam hem op een storm van protest te staan, ook binnen zijn partij. Lipietz noemde de veroordeelden ,,politieke gevangenen'' en vond dat de amnestie zelfs moest gelden voor ,,degenen die vertegenwoordigers van de staat hebben gedood''. Lipietz bood zijn excuses aan maar de crisis verdiepte zich, toen bleek dat hij eind jaren tachtig had meegeschreven aan het programma van het verboden Front de Libération Nationale de la Corse.

In Le Monde beschuldigde Mamère de partijleiding ervan de verkiezing van Lipietz te hebben uitgelokt uit angst voor een ,,Albanese'' meerderheid voor zijn kandidatuur. Hij hekelde de ,,balkanisering'' van de partij en zei het ,,onherroepelijke'' besluit te hebben genomen geen kandidaat zijn.