Eeuwig

Volmaakte zaterdagmiddag, de laatste van het jaar.

Ik zit op een bankje aan de Binnenkant, een grachtkant die tot aan de Montelbaanstoren loopt, een van de mooiste plekjes van Amsterdam. Aan de overkant van het water, in de richting van het Centraal Station, is de koepel van de Sint Nicolaaskerk te zien.

Even verderop belegeren dagjesmensen Amsterdam, maar hier is het nog rustig. Vlak achter mij verrijst de imposante bruine burcht van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf. Rechts van mij ligt een cyperse kat op de kap van een blauwe Volvo te slapen.

Als ik nu mijn fototoestel bij me had, zou ik misschien én kat én brug én koepel in één beeld kunnen vatten. Gelukkig heb ik het niet bij me. Want de mensen geloven je toch niet. Dat klinkt bitter, en zo bedoel ik het ook.

In Rome fotografeerde mijn vrouw een cyper die op een hellinkje bij het Colosseum brokjes zat te eten. De kat keek op toen ik ,,Nu!'' riep en werd vervolgens letterlijk vereeuwigd. Want een betere, onvergankelijkere foto van een cyper-die-brokjes-bij-het-Colosseum-eet valt er niet te maken. Op de voorgrond die lichtelijk verbaasde kat, achter hem de klassieke, reusachtige ruïne.

Het tijdelijke ontmoet het eeuwige.

We moeten er rijk van kunnen worden. Als ik met deze rubriek niet meer verder kan, wil ik met die foto de markt op van het Romeinse ansichtkaartenwezen. Hier in Nederland krijg je toch maar stank voor dank, want iedereen die we deze foto trots laten zien, zegt: ,,Het is zeker een computermontage.''

Niemand kan zich voorstellen dat dit middelmatig getalenteerde echtpaar tot zo'n meesterwerk in staat is. Trouwens, voor mij persoonlijk zou een computermontage moeilijker te maken zijn dan een foto.

Goed, ik zit nog altijd op dat bankje en lees in de dichtbundel Losse gedichten van Arjen Duinker. Enig uiterlijk vertoon van belezenheid kan nooit kwaad. Waarom Duinker?

Ik had boze, cynische uitspraken van hem gelezen in de Volkskrant over topauteurs die hogere royalty's vragen. ,,Veel interessanter is de vraag wanneer deze zogenaamde topschrijvers eens een waardevol boek schrijven.'' En: ,,Royalty's zijn toch helemaal geen interessant gespreksonderwerp?'' Over Marcel Möring zei hij: ,,Zal er niet bij zijn.'' En over Karel Glastra van Loon: ,,Heeft tegenwoordig overal verstand van, zelfs van oorlog.''

Dat maakte me nieuwsgierig. Kon hij er zelf wat van? Dat leek me wel nodig na zulke uitspraken. In de ramsj stuitte ik die middag toevallig op deze bundel uit 1990. Daarin het volgende gedicht.

Ik hou van de schreeuw.

Ik hou van het licht.

Ik hou van de vlinder.

Ik heb geen zin me te verschuilen

Of ingewikkeld te schrijven over iets

dat simpel is.

Ik hou van de tijd.

Hij is van iedereen.

Ik ben geboren in een kleine stad.

Ik droom van grote steden.

Ik droom van dorpjes die ik nooit

heb gezien

En van het meedogenloze water.

Ik koester het licht en de vlinder.

Ze zijn zichzelf en werkelijk.

Ik klamp mij vast aan de schreeuw.

Hij is het hart van de wereld

En van iedereen.

Ik moet toegeven dat ik dit zo'n goed gedicht vind dat zelfs die foto uit Rome even iets minder eeuwig wordt.