Een snoeptrommel vol geluid

De jampottenrace, zoals deze processie in de volksmond heette, duurde van 1950 tot 1955 en deed elke kerk in Limburg aan, elk klooster, elk ziekenhuis, elke gevangenis – van Mook tot Maastricht. Telkens werd de Sterre der Zee, het Mariabeeld uit de O.L. Vrouwebasiliek van Maastricht, naar een andere locatie gedragen, gevolgd door gelovigen met kaarsjes in jampotten. Toen Maria eindelijk terug was in de thuishaven, ging initiatiefnemer monseigneur Lemmens, bisschop van Roermond, vóór in gebed.

De wijze waarop hij zijn gesmeek tot de heilige maagd liet aanzwellen was van een kaliber waar theatrale Amerikaanse tv-dominees nu nóg een puntje aan kunnen zuigen. De geluidsopname bestaat nog en sinds kort kan men bij L1-radio in Maastricht dit fragment uit het Roomsche Leven zó uit de computer halen. Want met steun van het Prins Bernhardfonds wordt het gesproken archief van de oudste regionale omroep van Nederland gedigitaliseerd. Alle muziekopnamen zijn gearchiveerd op banden. Het resultaat van dit omvangrijke project is een snoeptrommel vol geluid, met exotische verrassingen. De Foepertjessymfonie van Jan Hanlo, interviews met dichter Pierre Kemp, met de op hoge toon sprekende doofstomme schilder Charles Eyck, vrijwel onbekende, in het dialect gezongen liedjes van Toon Hermans, gesprekken met Gerard Reve, Joseph Beuys (in Kleefs dialect), Heinrich Böll, Markus Lüpertz, conceptueel kunstenaar Marcel Broodthaers, opnamen van zangeres Nico van The Velvet Underground of van de getraumatiseerde en wanhopige joodse poëet Paul Celan die zijn gedichten voorleest.

Van oudsher zijn voor de Limburgse omroep exposities, kunstenaars en literatoren uit Brussel, Antwerpen, Luik, Aken, Keulen, Düsseldorf et cetera net zo belangrijk geweest als de Limburgse volkscultuur of de ontwikkelingen rond het conservatorium of de Jan van Eyck-Academie. De eruditie van medewerkers als Fred van Leeuwen of Fernand Lodewick, de man achter de vermaarde bloemlezing van de Nederlandse literatuur, zorgde voor kwaliteit. Hun beleid duurt nog steeds voort. ,,Een kunstprogramma vanuit Maastricht is nu eenmaal anders dan vanuit Hilversum'', licht redacteur Hans op de Coul toe. ,,Het buitenland is dichterbij dan de Randstad.''

Voor de uitzendingen waarmee men volgend jaar een eeuw Staatsmijnen herdenkt en die met steun van het Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties worden gemaakt blijkt het archief eveneens een schatkamer. Zo zijn er interviews gevonden uit de jaren vijftig met gepensioneerde mijnwerkers, mannen die het begin van de mijnbouw hadden meegemaakt; of liederen uit die tijd, over het leven ondergronds, over ongelukken en rampen, gezongen in de typische half-Duitse mijntaal.

De oorsprong van de Regionale Omroep Zuid (ROZ), zoals L1-radio heette, is verbonden met de Tweede Wereldoorlog en met de mijnen. De regering in ballingschap koesterde plannen om de na-oorlogse radio in te richten volgens BBC-model: regionale omroepen, verbonden met één nationale zender, geen verzuiling meer. Met anderhalve man en een paardenkop werd in het bevrijde Zuid-Limburg een begin gemaakt. Toen eind 1945 staking dreigde onder de mijnwerkers, onder meer omdat de mijnen – uit productienood – niet waren gezuiverd van NSB'ers, maakte de overheid dankbaar gebruik van de studio in Maastricht om mijningenieurs teksten te laten voorlezen die de mannen aan het kolenfront moesten kalmeren. Het is een van de met smakelijke anekdotes gekruide verhalen uit de geschiedenis van de omroep, in het jubileumboek Vijftig jaar Limburgse radio.

Tot in de jaren zeventig is die geschiedenis roerig gebleven, want voor de toch weer verzuilde nationale omroepen werd de ROZ een ongewenste eend in de bijt. Met name de KRO wilde de inmiddels vrijzinnig opererende zender het liefst nekken. Meer dan vijfendertig jaar kreeg de ROZ van de NOS slechts een uur zendtijd per dag, maar met de jaren won de omroep aan betekenis. Want ook al was de kwaliteit van de programma's rijp en groen door elkaar, oubollig en bijzonder, dankzij de ROZ hoorden Limburgers elkaars dialecten, elkaars muziekkorpsen, het Limburgs Symphonie Orkest, de Maastrichter Staar, getalenteerde lokale buutteredners en het belangrijkste nieuws uit de provincie. ,,Es 't mèr róesj'', aldus de eerste directeur Chris Smits, ,,als het maar ruist.'' Maar tussen die `ruis' bevinden zich historisch curieuze bijdragen. Zoals de liedjes die men in de jaren vijftig bejaarden heeft laten zingen uit hun kindertijd. Een Weertse herinnerde zich bij haar zeventigjarig huwelijk in 1950 een deuntje uit 1880.

,,Ik was zestien jaren en nog maar een kind; hij wilde met mij paren, ik werd door hem bemind.'' Een en ander heeft ertoe geleid dat men 19e eeuwse carnavalsliederen op het spoor is gekomen, of de mobilisatieballade uit 1870, toen Limburgse mannen zich moesten melden in Zeist in verband met de dreiging die de Frans-Duitse oorlog veroorzaakte. Bij de BRT vond men nog de bladmuziek uit 1900, toen in Brussel de volkse gedichten die André van Hasselt, de Maastrichtse poète laureat, ten tijde van de revolutie van 1830 had verzameld op Debussy-achtige melodieën werden gezet. Voor twee flessen wijn was tien jaar geleden André Rieu nog bereid deze oude muzikale gedichten te arrangeren en met zijn salonorkest voor de omroep uit te voeren.

Onder de historisch interessante voorbeelden bevinden zich ook de eerste buitenreportages, gemaakt in de jaren vijftig, met de Mayhak, een `bandrecorder' die op papieren banden enkele minuten geluid vastlegde. Bijvoorbeeld het verslag van de spectaculair brandende St. Servaaskerk in 1955, een catastrofe die alle devotie in de jampottenrace blijkbaar niet had kunnen verhinderen. De ROZ was meteen ter plekke, eerder dan de brandweer. In de studio werden de Mayhak-banden telkens overgezet op glasplaten. Om deze tijdens uitzendingen naadloos op elkaar te laten aansluiten waren hoogstandjes nodig die doen denken aan de kunstgrepen van een moderne vinyl-dj.

De glasplaten zijn nog afspeelbaar. Uit ruimtegebrek heeft L1-radio geprobeerd deze geluidsdragers onder te brengen bij een extern archief – tot nu toe vergeefs. ,,Maar het is van belang om ze te bewaren'', aldus Hans op de Coul, ,,alleen al vanwege de oorspronkelijke geluidskwaliteit. Op cd's gaat die enigszins verloren. Wie weet is die in de toekomst op een nieuw systeem weer terug te krijgen.''