`Eco-boer kan natuur schaden'

Natuurvriendelijke bedrijfsvoering van boeren heeft geen of zelfs een negatief effect op de biodiversiteit aan planten en vogels. Vier belangrijke vogelsoorten als kievit, scholekster, grutto en tureluur komen minder voor op natuurlijk beheerde percelen dan op gewone weilanden.

Dat blijkt uit onderzoek van de leerstoelgroep natuurbeheer en plantecologie van Wageningen Universiteit. Het onderzoek wordt donderdag gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Nature.

Vandaag zou de Tweede Kamer het kabinet juist oproepen meer geld beschikbaar te stellen voor boeren die rekening houden met bijzondere planten en weidevogels. Boeren krijgen een vergoeding van ongeveer duizend gulden per hectare als zij hun weilanden later maaien en minder mest gebruiken. Dat geld komt uit de subsidie `agrarisch natuurbeheer', 100 miljoen gulden per jaar.

Het stimuleren van meer plantensoorten heeft weinig tot geen effect, aldus het onderzoek. Boeren bemesten hun weilanden minder omdat dat bijdraagt aan botanische verrijking. Maar de zaden voor de gewenste plantensoorten liggen vaak te ver van die weilanden om de soorten een nieuwe kans te geven.

Ook weidevogels profiteren niet van het beleid. De vogels die broeden in de weilanden hebben weliswaar baat bij het later maaien of begrazen; zo worden hun nesten niet vertrapt of weggemaaid voordat hun jongen kunnen vliegen. Maar de meeste vogels kiezen liever een traditioneel weiland als broedgebied, omdat daar meer wormen in de grond zitten. Vervolgens worden de nesten alsnog vermaaid en de jongen gedood door de maaimachine. Alleen de spreeuw zoekt zijn voedsel bij voorkeur op natuurlijk beheerde weilanden. Maar de spreeuw is geen bedreigde vogel. Er zijn ook enkele voordelen van de beheersprogramma's. Zo neemt het aantal soorten zweefvliegen en bijen licht toe.

De Wageningse onderzoekers dr.ir. David Kleijn en prof.dr. Frank Berendse pleiten nu voor een gedegen evaluatie van de beheersprogramma's. Ook moeten boeren worden begeleid. Zij missen de kennis over de effecten op de natuur van hun landbouwmethoden. Daarnaast is natuurbehoud op de boerderij vaak extra moeilijk door bijvoorbeeld milieuvervuiling. De onderzoekers concluderen dat het geld voor agrarisch natuurbeheer wellicht beter kan gaan naar versnelde realisatie van de ecologische hoofdstructuur, het stelsel van natuurgebieden dat over twintig jaar klaar moet zijn.