Campagne moet snel van tempo en richting veranderen

President Bush zal binnenkort alle vragen moeten beantwoorden die zijn strategen afgelopen week behendig wisten te ontwijken. Het Amerikaanse publiek zal resultaten willen zien en de buitenlandse bondgenoten zullen willen weten wat voor soort Afghanistan de VS voor de toekomst willen opbouwen, meent Jonathan Eyal.

Nu de militaire operatie in Afghanistan een week aan de gang is, blijkt duidelijk dat het de Amerikaanse militaire strategen niet alleen te doen was om de uitschakeling van de Talibaan en de terroristen. Om te voldoen aan de gespannen verwachtingen daarover bij het Amerikaanse publiek wilden ze ook laten zien hoe snel een militaire operatie duidelijke resultaten kan afwerpen. Tegelijkertijd wilden ze de coalitie van landen die de operatie steunen, versterken. De moeilijkheid voor Washington is dat deze doelstellingen misschien wel per definitie met elkaar onverenigbaar zijn. En voor president Bush beginnen de problemen pas.

De eerste week van de campagne vertoonde misleidend veel overeenkomsten met de oorlog tegen Irak tien jaar geleden: snelle aanvallen om de luchtafweer uit te schakelen, gevolgd door langdurige aanvallen op militaire installaties. Maar deze oorlog heeft een totaal ander doel. Tien jaar geleden wilde Washington de binnenvallende Iraakse strijdkrachten in Koeweit terugslaan, niet het regime omverwerpen; ditmaal is de val van het regime van de Talibaan het voornaamste doel, een noodzakelijke eerste stap waarna kleine detachementen grondtroepen kunnen worden ingezet met als taak het vernietigen van schuilplaatsen van terroristen. Het regime van de Talibaan zal vrijwel zeker vallen, maar het probleem voor de militaire strategen is dat dit vrij snel moet gebeuren. Die haast heeft geen militaire reden, maar wordt ingegeven door de publieke opinie.

Tot nu toe waren de Verenigde Staten goed opgewassen tegen de verwachtingen van het publiek in eigen land: ze gingen na de terroristische aanslagen niet onmiddellijk tot de aanval over, maar hebben geduldig hun legermacht in Midden-Azië opgebouwd en met zorg een strategie uitgestippeld. Ondertussen beweert iedere overheidsfunctionaris dat de oorlog maanden of zelfs jaren zal duren. En de president heeft zorgvuldig vermeden Bin Laden aan te wijzen als het eerste doelwit: diens naam werd niet eens genoemd in de eerste toespraak van Bush na het begin van de campagne.

De steun voor Bush is onverminderd groot. De gemiddelde Amerikaan begrijpt de moeilijkheden die aan deze campagne kleven en ziet in, dat het praktisch onmogelijk is in een paar dagen tijd alle terroristen te elimineren. In het verleden hebben de luchtbombardementen waar de VS bij betrokken waren, de steun voor de president versterkt, maar deze luchtbombardementen zullen de verontwaardiging van het Amerikaanse publiek wekken als ze lang aanhouden. De afgelopen tien jaar waren er al genoeg Amerikanen die betwijfelden of het wel verstandig was dat Amerika zich in de oorlog in Irak of de Balkan mengde, en veel Amerikanen wilden in elk geval geen Amerikaanse slachtoffers. Men was dan ook opgelucht na de langdurige bombardementen op Irak en Joegoslavië, want die betekenden dat Washington alle moeite deed het aantal slachtoffers onder Amerikaanse troepen te beperken.

Daarom is er een grens aan wat de Amerikanen zullen slikken aan geregisseerde dagelijkse persconferenties die live vanuit het Pentagon worden uitgezonden. Als het tempo van de campagne niet gauw versnelt, zullen de burgers kritische vragen gaan stellen over de reikwijdte van de missie en het gezag van Bush bij deze oorlogsinspanningen. De regering kan nog zo vaak beweren dat de oorlog lang en grimmig zal worden en naar nog zoveel resoluties van de VN-Veiligheidsraad verwijzen, maar dat helpt allemaal niets als het publiek vergelding en duidelijke acties verwacht.

Het Pentagon hoopt kennelijk op een snelle val van het regime van de Talibaan. De val van het bewind in Kabul zou tegenover het Amerikaanse publiek worden aangeprezen als een eerste geruststellend succes, maar zal ook het startsein vormen voor een serie precisieaanvallen op de grond tegen terroristische doelwitten. Het verschil tussen lucht- en grondaanvallen zal steeds vager worden: ze zullen tegelijkertijd op verschillende plaatsen worden uitgevoerd. De militaire strategen weten maar al te goed dat een aantal van de grondoperaties alleen maar zal uitlopen op het innemen van een verlaten opleidingskamp of grot. Ze weten ook dat de Talibaan misschien wel de controle over de grootste steden van Afghanistan zullen verliezen, maar het omringende land dan nog beheersen.

Dat hoeft niet erg te zijn, mits althans een aantal operaties doel treffen en het gebied waar de terroristen zich kunnen verschuilen steeds kleiner wordt. Het begin van de winter en de ramadan hoeft ook geen onoverkomelijke problemen te geven. Warmtezoekende infraroodapparatuur kan 's winters soms effectiever zijn bij het zoeken naar verscholen groepen mensen, en de koran kent geen verbod op vechten gedurende de ramadan. Iran, Irak en verscheidene Afghaanse guerrillagroeperingen hebben jarenlang in die voor moslims heilige maand doorgevochten. De campagne kán maanden doorgaan, alleen moet ze snel van tempo en karakter veranderen.

Wat beslist veel lastiger zal zijn is het handhaven van de alliantie van landen die de campagne steunen. Het urgentste probleem daarbij is paradoxaal genoeg niet zozeer een wereldwijde islamitische tegenaanval op de VS. De demonstraties in Pakistan blijven nog beperkt tot kleine politieke groeperingen en het belang ervan is misschien wel uitvergroot door het internationale mediakorps dat in Pakistan zit en weinig anders te melden heeft. De sleutel tot de macht in Afghanistan is nog steeds het leger, en dat wordt nog steeds aangevoerd door generaal Musharraf. De zaken komen er anders voor te staan als de VS toestaan dat er een regering wordt gevormd van uitsluitend rebellen van de Noordelijke Alliantie, die in Pakistan worden beschouwd als marionetten van Moskou.

Mede om dat te voorkomen hebben de VS vorige week met opzet bepaalde troepenconcentraties van de Talibaan niet gebombardeerd, teneinde een mogelijk offensief van de Noordelijke Alliantie tegen Kabul af te remmen. Maar diezelfde troepen vormen nu wel een doelwit en de VS moeten hierbij zeer voorzichtig manoeuvreren. Om het Amerikaanse publiek zoet te houden moeten ze de Talibaan zo snel mogelijk uitschakelen, maar ze moeten daarmee wachten tot er een brede Afghaanse regering is gevormd, waarin groeperingen zijn opgenomen die Pakistan goed gezind zijn. Ondertussen worden er achter de schermen beloften gedaan aan allerlei regeringen. De Russen hopen natuurlijk dat hun afgevaardigden de strijd zullen winnen, de Pakistanen krijgen te horen dat ook hun bondgenoten in de regering zullen worden opgenomen. De Israëliërs wordt blijvende steun beloofd, terwijl de Palestijnen te horen krijgen dat hun droom van een onafhankelijke staat over niet al te lange tijd zal worden verwezenlijkt.

De berichten over een uitbreiding van de oorlog naar andere landen zijn alleen maar loos gepraat, gebakkelei binnen de regering tussen haviken die Irak willen aanvallen en gematigden die de oorlog tot Afghanistan willen beperken. De gematigden zijn aan de winnende hand, al was het maar omdat de internationale coalitie gegarandeerd uiteen zal vallen bij een aanval op Irak.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute in Londen.